Klustips

Hier vind je een overzicht van verschillende tips!
Kies een categorie en maak uw keuze om meer tips te krijgen.
Als u nog andere vragen heeft, twijfel dan niet om contact met ons op te nemen.

Algemeen

Afkitten

Fase 1
Vooraleer u start moet de ondergrond geheel droog, vet- en stofvrij. Wilt u de kitnaad later overschilderen, kijk op de verpakking of dit mogelijk is. Plak voor het verkrijgen van een strakke naad aan beide zeiden van de voeg 2 stroken plakband. Houd hierbij 6mm tussenruimte aan.

Fase 2
Snijd met een cuttermes het topje van de kitkoker af.

Fase 3
Snijd een deel van de spuitmond schuin af zodat de opening even groot is als de gewenste voegbreedte.

Fase 4
Plaats de koker in de kitspuit. Spuit in een gelijkmatige beweging een ril kit tussen de stroken plakband. Let op: spuit niet teveel.

Fase 5
Maak uw vinger nat met water en zeep. Strijk de kitril glad. Zorg ervoor dat u vinger steeds proper is.

Fase 6
Wacht tot zich op de kit een iets steviger oppervlakte gevormd heeft. Verwijder voorzichtig de plakband en strijk de kitranden nogmaals zachtjes met een natte vinger glad.

Antislip middelen

Fase 1
Op een houten trap gebruikt u best zelfklevende antislip strips.
Ontvet eerst de treden, zo houden de strips veel langer.
Zet op de elke trede een maatstreepje op 3 cm vanaf de rand.
Meet de breedte van de treden, ter hoogte van deze 3 cm lijn.
Knip de antislip strip op maat en plak hem vast met behulp van de zelfklevende strook.

Fase 2
Trappen met tredematten:
Zorg er zeker voor dat de matten mooi in het midden komen te liggen. Meet de breedte van traptrede en die van de mat op. Trek beide maten van elkaar af en deel het zo verkregen getal door 2. Dat is de afstand tussen het uiteinde van de mat en het uiteinde van de traptrede.
Geef dit met een potloodstreepje aan.
Indien de treden van de trap van elkaar verschillen moet u deze berekening voor iedere trede maken.
Ontvet de treden, verwijder het beschermpapier aan de achterzijde van de matten en plak ze, tegen het markeerstreepje, op de treden vast.

Fase 3
Aluminium traptrede matten schroeft u op de treden vast.

Fase 4
In de badkamer kan u kiezen voor antislip vloertegels.
Als u uw badkamer opnieuw gaat vloeren: breng dan in ieder geval op strategische plekken speciale antisliptegels aan. Verwijder resten tegellijm en voegmiddel direct, want door het ruwere oppervlak is dat bij deze tegels later moeilijk.

Fase 5
In het bad of de douche zelf gebruikt u rubberen antislipmatten.
Maak de badkuip of douchebak vetvrij en droog.
Druk de mat met de zuignappen stevig aan en kijk na of hij goed vast zit.

Fase 6
Antislip stickers
Met antislip stickers maakt u bestaande, gladde vloertegels of de douchebak en badkuip stroef. Voor het aanbrengen het oppervlak goed ontvetten en afdrogen

Fase 7
Tuintegels en houten planken kunnen spekglad worden door de ontwikkeling van algen. Hiervoor heb je speciale middeltjes om algengroei tegen te gaan.
Verdun het middel volgens de voorschriften op de verpakking en breng het op met een zachte bezem.
Laat het middel inwerken en verwijder de aanslag door stevig te schrobben met een harde bezem of met behulp van een hogedrukspuit.

Fase 8
Een terras van gewone (hard)houten planken op –tegels wordt bij vochtig weer snel glad. Gebruik daarom bij voorkeur steigerplanken of tegels waarbij het hout voorzien is van groeven. Dat biedt duidelijk meer houvast.
Maar zelfs deze planken worden op den duur glad. Maak ze daarom regelmatig schoon, zonodig met een groene aanslag verwijdermiddel.

Boren
Fase 1
De oude boormachines hebben nog een tandkransboorkop, waarvan de bek met een speciale boorsleutel open en dichtgedraaid wordt. Tegenwoordig hebben de meeste boormachines een snelspankop. De machine draait de bek zelf dicht zodat het verwisselen van een boortje veel gemakkelijk is. Boorhamers zijn voorzien van een speciale SDS-boorkop. Ook nu is geen gereedschap nodig voor het verwisselen van de boor, maar in zo’n boorkop passen alleen SDS-boren en -beitels.
Fase 2
Overbrenging
Of u de juist boormachine heeft, hangt af van waar u hem voor wilt gebruiken. De kracht die de machine kan leveren hangt sterk af van de kwaliteit van de overbrenging (het ‘koppel’). Hoe hoger het koppel (uitgedrukt in Nm), hoe groter de diameter van het gat kan zijn en hoe harder het materiaal mag zijn waarin u boort. Een boormachine met een hoog koppel kan overigens ook gebruikt worden voor ander zwaar werk, zoals het mengen van verf en stucspecie.
De kwaliteit van de overbrenging is merkgebonden. Als u boormachine regelmatig wilt gebruiken voor zwaar werk, dan kunt u beter kiezen voor kwaliteit en de iets duurdere.
Fase 3
Boorsnelheid
Ook de draaisnelheid speelt een rol, het toerental moet juist ingesteld worden. Als de draaisnelheid niet past bij de diameter van de boor of bij de hardheid van het te boren materiaal, kan de kop van het boortje verbranden. Hou de volgende vuistregels aan:
– hoe dunner het boortje, hoe hoger de draaisnelheid mag zijn
– hoe harder het materiaal, hoe lager de snelheid moet zijn
Bij sommige modellen is het toerental alleen mechanisch in te stellen (2 standen: snel en langzaam). Een boormachine met een elektronische, traploze regelbaarheid, werkt prettiger. Bij sommige machines gebeurt dit door de aan- en uitknop meer of minder in te drukken, bij andere via een aparte stelknop op de handgreep.
Fase 4
Klopboormechanisme
De meeste boormachines zijn voorzien van een klopmechanisme, dit maakt het boren iin steen gemakkelijker. Voor materialen als beton is dat echter niet genoeg; daarvoor kunt u beter een boorhamer gebruiken.
Fase 5
Houtboortjes
Voor boren in hout kunt u zowel houtboortjes als metaalboortjes gebruiken. Houtboren hebben als voordeel dat ze voorzien zijn van een ‘centerpunt’. Dat vergemakkelijkt het richten van de boormachine. Ze zijn verkrijgbaar met een diameter van 3 tot 20 mm. Voor het boren van grote gaten gebruikt u een slangenboor of een speedboor. Deze zijn verkrijgbaar met een diameter van 12-38 mm.
Fase 6
Metaalboortjes
Voor zachte metalen (koper, aluminium) volstaan gewone stalen metaalboortjes. Voor harde metaalsoorten kunt u beter boortjes gebruiken die gemaakt zijn van chroom-vanadium, kobalt of titanium-carbide. Ook de aanduiding HSS op de verpakking wijst op een zwaardere kwaliteit. Metaalboortjes zijn verkrijgbaar met een diameter van 1 tot 13 mm.
Fase 7
Steenboortjes
Voor baksteen en wandtegels kunt u gewone steenboortjes gebruiken. Wilt u echter boren in beton of vloertegels, zet dan voor een betonboortje in uw machine. Steen- en betonboren zijn verkrijgbaar met een diameter van 4 tot 14 mm.
Installeren boiler
Fase 1
Om te beginnen sluit u de waterleiding af. Monteer het koperen T-stuk op de bestaande watertoevoer, op circa 50 cm hoogte.
Fase 2
Sluit een stukje koperen buis (7 cm) aan op het T-stuk en op de inlaatcombinatie van de boiler.
Gebruik een van bijgeleverde fiber ringen bij de aansluiting op de inlaatcombinatie
De trechter van de inlaatcombinatie moet naar beneden wijzen.
Fase 3
Teken de plaats van het kruisstuk af op de bestaande afvoer. Dit moet lager zijn dan de trechter van de inlaatcombinatie.
Zaag een stukje uit de afvoer, van de juiste lengte. Plaats het kruisstuk en draai het vast.
Als u geen 2e spoelbak heeft, kunt u de brede inlaat van het kruisstuk afsluiten met behulp van bijgeleverde stop.
Fase 4
Zet de kunststofslang met slangenklem vast aan de smalle inlaat van het kruisstuk en de trechter van de inlaatcombinatie.
De afvoerslang moet een lus maken van minstens 5 cm. Deze dient als waterslot dat ongewenste luchtjes uit de afvoer tegenhoudt.
Fase 5
Koppel de metaal omvlochten verloopslang (1/2″-3/8″) aan de inlaatcombinatie.
Sluit het andere uiteinde aan op de koudwater-inlaat van de boiler, te herkennen aan een pijl die naar de boiler toe wijst.
Breng op beide aansluitingen een fiber ring aan.
Fase 6
Koppel de 3/8″ metaal omvlochten slang aan de warmwater-uitlaat van de boiler. Dit is te herkennen aan een pijl die van de boiler af wijst. Breng ook nu eerst een fiber ring aan.
Sluit het andere uiteinde aan de (linker) warmwater-poot van de mengkraan (knelkoppeling).
Fase 7
Maak met behulp van de ½” metaal omvlochten slang een rechtstreekse verbinding tussen het T-stuk van de koudwater-aanvoer en de (rechter) koudwater-poot van de mengkraan (knelkoppelingen).
Fase 8
Draai eerst de hoofdkraan en dan de stopkraan van de inlaatcombinatie terug open. U kan nu de boiler vullen door de warmwaterkraan open te draaien; zodra daar water uitkomt is de boiler gevuld.
Steek dan pas de stekker van de boiler in het stopcontact.
Faiencen snijden
Fase 1
RECHT AFSNIJDEN
Met een rolmaat meet u nauwkeurig de maat van het te bezetten stuk wand of vloer op. De voegbreedtes worden hier wel vanaf getrokken.
Fase 2
Met een viltstift en een winkelhaak tekent u de afmeting op de tegel nauwkeurig af .
Maak dat afgesneden kant van de tegel in de hoek komt. Dti zal ethisch mooier zijn.
Fase 3
Leg de faience of tegel in de tegelsnijder en duw het mesje enige malen over de tegel, tot dat er een kras in het glazuur ontstaat.
Zorg ervoor dat ook het glazuur aan begin en eindpunt goed ingekrast zijn.
Breek de tegel op de snijlijn door er een schroevendraaier onder te leggen en aan weerszijden van de snijlijn op de tegel te drukken.
Fase 4
Verwijder oneffenheden op het breukvlak voorzichtig met behulp van een knabbeltang of een vijl.
Fase 5
VORMEN UITSTNIJDEN
Gebruik voor het aftekenen van lastige vormen (bijvoorbeeld: wastafelrand) een profielmal.
Druk deze tegen het obstakel aan zodat de pennen de vorm zoveel mogelijk volgen en teken deze vorm op de tegel af.
Fase 6
Kras het glazuur in met behulp van een glassnijder en breek de afgetekende vorm voorzichtig af.
Werk het breukvlak zonodig bij met een vijl.
Fase 7
RONDE GATEN MAKEN
Voor het maken van een leidingdoorvoer tekent u het gat op de tegel of faience af en met een boor van 8 mm boort u een gat binnen deze cirkel.
Zaag het gat uit met behulp van een beugelzaag (met grit zaagblad) en verwijder achtergebleven randjes met een speciaal hiervoor bedoelde gatentang of een ronde vijl.
Fase 8
U kunt de doorvoer van de leiding ook uit 2 stukken maken: Snij de tegel door ter hoogte van het hart van het afgetekende gat.
Zaag in beide tegelhelften voorzichtig een halve cirkel uit, met behulp van een zaag. Vijl de snijvlakken bij en lijm beide helften om de leiding heen op de muur.
Fase 9
Gaten voor wandcontactdozen maakt u met behulp van een tegelgatenzaag.
Plaats het boortje in het hart van de cirkel en oefen lichte druk uit zodat de boor langzaam door de tegel heen gaat.
Nu de gatenzaag gefixeerd is kunt u een perfect rond gat in de tegel uitzagen.
Metselen
Fase 1
de voorbereiding:
De meest voorkomende maat baksteen is ca. 21x10x5cm. Gebruik voor buitenmuren zachte rode baksteen. Gebruik voor de onderste lagen, de harde soort steen. Voor binnenmuren zijn witte kalkzandstenen heel geschikt.
Fase 2
Bereken op voorhand het aantal stenen die je nodig heeft. Reken voor een halfsteens muur circa 78 stenen/m2, voor een steens muur 156 stenen/m2.
Fase 3
Besprenkel de stenen de dag van tevoren met water. Laat dit intrekken tot de stenen de juiste vochtigheid hebben. Bij te droge stenen hecht de specie slecht, bij te natte loopt hij tussen de stenen uit.
Fase 4
Bereken ook hoeveel cement en zand u nodig heeft. Ga uit van een mengverhouding 1:3 en reken voor een halfsteens muur circa 25 liter/m2, voor een steensmuur 60 liter/m2.
Fase 5
Specie aanmaken:
Schep zand en cement droog door elkaar, tot u egale kleur heeft. Roer er water door tot een smeuïge massa ontstaat (niet te droog). Maak steeds een hoeveelheid aan die u binnen 2 uur kunt verwerken.
Fase 6
Metselen:
Span het metseltouw ter hoogte van de bovenkant van de nieuwe laag.
Fase 7
Oefen eerst door wat stenen aan te brengen op tegeles. Zo krijgt u in de gaten hoeveel specie u op moet brengen en met welke beweging u de steen op zijn plek moet zetten. Breng de specie op met een ronde troffel. Werk hem naar de vorige steen toe en duw wat specie tegen de kop.
Fase 8
Houd de steen een beetje schuin met de bolle kant naar beneden. Duw hem in één vlotte beweging tegen de vorige steen. Klop hem recht met de achterkant van de troffel.
Fase 9
Zet de steen eventueel rechter op de vorige laag door een tikje met de punt van de troffel. Beweeg hem niet horizontaal met uw hand!
Fase 10
Maak een steen op maat door hem aan de zijkant in te krassen. Vervolgens zet u de sabel op de kras en geef er een korte tik op met de hamer.
Fase 11
Uitpuilende specie haalt u direct weg met een troffel. Krab aan het eind van de dag de voegen 1cm uit en strijk ze glad met behulp van voegspijker.
Fase 12
Het voegen:
Na 2 weken is de specie voldoende uitgehard om te kunnen voegen. Maak specie aan met water tot hij ‘aardvochtig’ is, dan kunt u er een bal van kneden. Schep specie in een voegbord. Voeg eerst de stootvoegen daarna de lintvoegen.
Metaal onderhouden
Behandeling van blank, onbehandeld metaal.
Fase 1
De belangrijkste laag op onbehandeld metaal is de eerste laag. Een goede grondlaag zorgt immers voor een betere hechting van vervolgproducten.
Voor de eerste laag neemt u best een metaalprimer.
Fase 2
Ontvet het metaal grondig en schuur het daarna lichtjes op.
Fase 3
Breng met kwast of bokkenpoot de primer aan. Met 1 liter kunt u wel 8 vierkante meter behandelen.
Fase 4
Als de primer opgedroog is, llichtjes opschuren en nabehandelen met een roestwerende metaallak.
Behandeling van reeds bewerkt metaal.
Fase 1
Het is altijd noodzakelijk om metaal regelmatig te onderhouden.
– Hekwerken krijgen een behandeling met ijzerverf of constructielak. Dit is roestwerende verf is die in verschillende kleuren verkrijgbaar is.
– De laklaag van auto’s wordt bijgewerkt met autolak. Het kleurnummer staat op het motorblok.
– Het chassis en de binnenzijde van de spatborden worden behandeld met undercoating.
Fase 2
Haal alle loszittende delen weg met staaldraadborstel en schuur het geheel grondig op.
Fase 3
Breng de lak aan met kwast of bokkenpoot.
Roestbehandeling
Fase 1
Metaal kan heel snel roesten. Nu zijn er diverse middelen in de handel die roest kunnen omzetten in een beschermende anti-roestlaag. Sommige van deze middelen zijn in diverse kleuren verkrijgbaar.
Delen die helemaal doorgeroest zijn kunnen geplakt worden met ijzerlijm. (Niet te gebruiken bij dragende constructies).
Fase 2
Haal alle loszittende delen weg met een staaldraadborstel. Schuren is niet nodig.
Fase 3
Lijm loszittende delen aan elkaar vast.
Fase 4
Breng met de kwast het roest-omzetmiddel aan.
Gipsplaten herstellen
Fase 1: Het dichten van een gat
Zaag het gat uit tot u een rechthoekige vorm bekomt, doe dit met behulp van een decoupeerzaag.
Fase 2
Schuin de kanten van het gat af met behulp van een cuttermes.
Fase 3
Zaag twee latten op maat dit 5 cm langer dan de lange zijde van de uitgezaagde rechthoek
Fase 4
Plaats de latten vervolgens in het gat, zo dat ze aan weerszijden 2,5 cm achter het gips vallen.
Met behulp van gepaste gipsplaatschroeven schroeft u de latten aan de gipsplaat vast.
Fase 5
Snij een stuk gipsplaat op maat, ter grootte van de uitgezaagde rechthoek.
Schuin hiervan de kanten ook.
Fase 6
Plaats het plaatje in het gat en schroef het met gepaste gipsplaatschroeven aan de latten vast.
Fase 7
Met water maakt u de muurvuller aan. Plamuur de naden moou dicht met een plamuurmes.
Na droging de naad glad schuren.
Fase 8
Behandel het gerepareerde deel met primer, dit is na 12 uur ingetrokken en u kan de gipsplaat dan verder afwerken.
Fase 9 : Beschadigde buitenhoek repareren
Met een borstel veegt u het beschadigde deel goed schoon. Daarna bevochtigt u de plek met een plantenspuit of kwast.
Maak de muurvuller aan.
Fase 10
Hou de plakspaan tegen een kant van de hoek, zo dat hij voor de helft uitsteekt.
Fase 11
Het gat tussen muur en spaan vult u op met muurvuller, gebruik hiervoor een breed plamuurmes.
Beweeg de spaan en het plamuurmes tegelijkertijd langs de muur, zodat de beschadiging geheel en vlak wordt gevuld.
Fase 12
Na de droogtijd schuurt u de herstelde plaats en kan u verder afwerken (stuken, behangen of schilderen).
Afwerken gipsplaten
Fase 1
Gipsplaat stucen
Vul de naden en schroefgaten met gipsplaatvuller. Voor de schroefgaten gebruikt u een plamuurmes. Voor het vullen van de naden is het beter met een stucspaan.
Haal steeds overtollige gipsplaatvuller direct weg om mooi werk af te leveren.
Fase 2
Plak nadenband over de naden tussen de platen. Plaats op de hoeken een stucspeer voor een goed eindresultaat.
Fase 3
Behandel de gipsplaten met voorstrijkmiddel en laat dit 12 uur drogen. Stuc de platen vervolgens.
Fase 4
Gipsplaten schilderen
Vul de naden en schroefgaten met gipsplaatvuller. Voor de schroefgaten gebruikt u een plamuurmes, het vullen van de naden gaat het makkelijkste met een stucspaan.
Haal overtollige gipsplaatvuller direct weg en breng zonodig een tweede laagje aan om de laatste oneffenheden te vullen.
Fase 5
Na droging het gladschuren.
Fase 6
U kunt de naden tussen de gipsplaten ook behouden. In dat geval brengt u best een dunne ril acrylaatkit in de naden aan en strijk dit
met een natte vinger glad. Zo dicht u de kieren tussen de afzonderlijke platen.
Fase 7
Behandel de platen met voorstrijkmiddel en laat dit minimaal 12 uur drogen.
Schilder de platen met muurverf.
Hoeken meten
Fase 1
Winkelhaak: Dient voor het aftekenen van een haakse zaaglijn.
Teken de lengte die u wenst af op de plank. Leg de korte zijde van de winkelhaak tegen de zijkant van de plank. Leg de liniaal-zijde van de winkelhaak tegen het afgetekende streepje. Teken de lijn strak langs de liniaal.
Fase 2
Hoewel een winkelhaak geheel haaks hoort te zijn, is dat niet altijd zo! U kunt dit zelf nagaan door de lijn nogmaals af te tekenen, vanaf de andere kant van de plank. Als de winkelhaak geheel haaks is, vallen beide lijnen exact over elkaar heen.
Fase 3
Heeft u geen winkelhaak voorhanden? Gebruik dan een handzaag als winkelhaak. De hoek tussen de bovenkant van het zaagblad en de rand van het handvat is meestal haaks. Controleer dit door de lijn tweemaal af te tekenen, vanaf beide kanten van de plank.
Fase 4
3-4-5 Steek:
Als u de omtrek van een nieuwe aanbouw wilt uitzetten, of een grote haakse hoek als startpunt voor het betegelen van de vloer, is een kleine winkelhaak niet bruikbaar. Maak in dat geval zelf een grote haakse hoek, met behulp van drie latten. Neem drie latten die zich in lengte verhouden als 3:4:5 (bijv. 75cm, 100 cm, 125 cm). Zet de latten met 2 schroeven aan elkaar vast (met 1 schroef ontstaat speling). Bevestig er eventueel een extra verstevigingslat aan.
Fase 5
Een zwaaihaak gebruikt u voor het opmeten en aftekenen van een niet-haakse hoek.
Draai de vleugelmoer van de zwaaihaak los. Leg het handvat langs de ene zijde van de hoek. Leg het bewegende deel langs de andere zijde van hoek. Zet de vleugelmoer weer vast.
Fase 6
Teken de hoek af op de plank of plaat die u wilt verzagen.
Fase 7
U kunt de hoek aan de binnenkant of aan de buitenkant opmeten. In het eerste geval tekent u de Buitenzijde van de zwaaihaak af, in het tweede geval de binnenzijde.
Fase 8
Een Profielmal gebruikt u voor het afmeten van uitsparingen (vloerdelen leggen, tegels uitsnijden, enz.).
Schuif alle naalden van de mal uit. Duw hem tegen het voorwerp en laat de naalden de vorm zo strak mogelijk volgen. Teken de vorm af op het materiaal dat u wilt uitzagen.
Beitelen
Fase 1
Zorg voor het juist materiaal om te starten dit zijn scherpe beitels en messen. Slijp ze bij voorkeur op een natte steen, of dompel het snijvlak bij het droog slijpen regelmatig in water om te voorkomen dat het metaal oververhit raakt en zijn hardheid verliest.
Slijp alleen de schuine kant. Let op dat de hoek gelijk blijft. Maak uw (schaaf)beitels zo scherp als een scheermes met een wetsteen.
Fase 2
Om praktisch te werken, zet u het werkstuk altijd vast.
Fase 3
De manier van werken en het vasthouden van de beitel verschilt van klus per klus. Bij het hakken omvat u het handvat met de hele hand. Geef liever wat vaker zachte klapjes met een hamer dan een kleiner aantal harde tikken.
Fase 4
Vvakmensen die rechtshandig zijn, houden vaak hun rechterschouder boven de plek waar het hout moet worden weggestoken en drukken met hun schouder op het beitelheft; op die manier is uw kracht efficiënter over te brengen. De werkbank mag bij deze wekwijze niet te laag zijn.
Fase 5
Op het ogenblik dat u met de beitel in het hout slaat, wordt het ’t meest aan de schuine beitelkant ingedrukt. Maar ook aan de rechte beitelkant wordt het hout iets ingedrukt en heeft de beitel daar de neiging schuin onder de lijn te duiken.
Fase 6
Zet de beitel dus niet direct op de juiste plaats op de lijn, maar een fractie ervandaan op het afvalhout. U steekt om te beginnen aan de afvalkant materiaal weg, om te voorkomen dat de beitel het werkstuk kan beschadigen.
Fase 7
Steek precies langs de afgetekende lijn. Zet de vouw over zijn volle breedte op het materiaal en geef met de hamer lichte tikjes. Steken doet u zoveel mogelijk met de vezelrichting van het hout mee; houdt de beitel ietsje schuin, zoals bij schaven. Als u tegen de draad in werkt, grijpt de beitel onder de vezellagen, waardoor ze afbreken. Daardoor krijgt het hout een ruw oppervlak.
Fase 8
Om een klein hoeveelheid hout weg te halen hoeft u niet te timmeren op de beitel. Per keer haalt u best maar een dun spaantje hout weg. Houdt in de ene hand het hecht en met de andere het blad vast.
Fase 9
Hout in een gebogen vorm wegsteken doet u gaandeweg vanaf de buitenkant door steeds kleinere stukjes weg te halen. Maak daarbij een draaiende snijbeweging met de beitel. U krijgt dan een mooier vlak.
Fase 10
Om de inkepingen te maken is het handig eerst in het hout te zagen tot de gewenste diepte en het tussenliggende hout met de beitel weg te halen.
Fase 11
Een beitel voorziet u na gebruik van een kapje om hem te beschermen bij het vallen en andere mogelijke beschadigingen. Ook voor uw eigen veiligheid gebruikt u het kapje. Sommige beitels worden geleverd met een plastic kapje. Zo niet, dan kunt u iets dergelijks zelf improviseren.
Inhoud, oppervlakte en omtrek berekenen
Omtrek – Rechthoek:
Meet de lengte en meet de breedte.
Omtrek = 2x lengte + 2x breedte
Omtrek – Cirkel:
Meet de middellijn. Deel deze door 2 (=straal r)
Omtrek = 2x(3.14xr)
In wiskundige termen: 2Pi-r (Pi = 3.14)
Driehoek:
Meet zijde A
Meet zijde B
Meet zijde C
Omtrek = A + B + C.
Oppervlakte – Rechthoek:
Meet de breedte en meet de lengte.
Oppervlakte = breedte x lengte
Oppervlakte – Cirkel:
Meet de middellijn van de cirkel
Deel deze lengte door 2 (= de straal r)
Oppervlakte = 3.14xrxr
In wiskundige termen: Pi-r2 (Pi = 3.14)
Oppervlakte – Driehoek:
Meet de basis van de driehoek en meet de hoogte van de driehoek.
Deel deze hoogte door 2
Oppervlakte = basis x halve hoogte.
Inhoud – Kubus:
Meet de lengte
Meet de breedte
Meet de hoogte
Inhoud = lengte x breedte x hoogte.
Inhoud – Cilinder:
Meet de hoogte van de cilinder en meet de diameter.
Deel de diameter door 2 (= de straal r)
Inhoud = hoogte x 3.14 x r x r
In wiskundige termen: hoogte x Pi-r2 (Pi = 3.14)
Elektriciteit
Fase 1
De stroomaanvoer vanaf de groepenkast moet per vertrek uitmonden in een centrale doos. Van daaruit lopen leidingen naar de diverse lichtpunten, stopcontacten en schakelaars.
Omdat u in de keuken meerdere apparaten gebruikt die veel stroom verbruiken, dient u daar 2 groepen voor te reserveren. Verdeel de apparaten gelijkmatig over beide groepen, al naar gelang hun stroomverbruik.
Fase 2
Gebruik alleen de moderne standaard elektradraad en houdt u aan de kleurcodes:
– bruin: stroomaanvoer (fase-draad)
– blauw: stroomafvoer (nul-draad)
– zwart: stroomaanvoer vanaf een schakelaar naar een lichtpunt (schakeldraad)
– geel/groen: aarde
Fase 3
Gebruik het juiste type behuizing, voorzien van het Kema-keurmerk:
– voor installatiedraad: pvc-elektrabuis
– voor aftakkingen daarvan: lasdoos
– voor inbouwschakelaars en –stopcontacten: inbouwdozen
Fase 4
Stopcontacten mogen niet lager zitten dan 30 cm boven de vloer.
De standaardhoogte voor lichtschakelaars en keukenstopcontacten bedraagt 105 cm.
Fase 5
Bij badkamers worden 4 zones onderscheiden:
– Zone 0: in de douchebak of badkuip zelf. In deze zone mag zich uiteraard geen elektrische installatie of apparaat bevinden.
– Zone 1: aangrenzende muren tot een hoogte van 2,25 m. In deze zone mogen geen schakelaars of stopcontacten geplaatst worden en alleen verlichtingsarmaturen die maximaal spatwaterdicht zijn (beschermingswaarde IP-45).
– Zone 2: een cirkel met een straal van 60 cm., rondom zone 1. Ook hier zijn stopcontacten en schakelaars niet toegestaan. Eventuele verlichtingsarmaturen moeten een IP-waarde hebben van IP-44 of hoger.
– Zone 3: het gebied vanaf zone 2, tot 3 meter van douche of bad. Hier mag u wel schakelaars en stopcontacten plaatsen, mits deze achter een aardlek schakelaar staan. Ook armaturen met lagere beschermingswaarde (IP-21) zijn toegestaan
Lengte en breedte meten
Fase 1 Rolmaat en duimstok:
Een duimstok heeft een lengte van 1 meter.
Rolmaten zijn verkrijgbaar in verschillende lengtes (1– 5m).
Fase 2
Meet korte lengtes door de rolmaat of duimstok uit te leggen.
Fase 3
Meet grote afstandenop in verschillende gedeeltes en tel daarna de maten op.
Fase 4
U kunt de rolmaat ook geheel klem uitzettn tussen de 2 wanden. Lees de maat af en tel de breedte van het huis van de rolmaat daarbij op. Die maat is meestal op de rolmaat aangegeven. Sommige rolmaten zijn voorzien van een venster, waarop u de binnenmaat kunt aflezen.
Fase 5 Landmeter:
Dit is geschikt voor het opmeten van grote lengtes, als nauwkeurigheid niet zo belangrijk is, bijvoorbeeld bij de tuin opmeten, indruk van de benodigde hoeveelheid tapijt, enz. Landmeters zijn verkrijgbaar bij uw bouwmarkt in lengtes van 10-50m, met een schaalverdeling in decimeters en centimeters.
Fase 6 Schuifmaat:
Dit is een precisie-instrument om buitenmaten mee op te meten maar ook voor het opmeten van binnenmaten van pijpen, bouten en buizen.
Bij buitenmaat: Klem het voorwerp tussen beide grote armen en lees de maat af op de schaalverdeling.
Bij binnenmaat: Steek de kleine armen in de buis en lees de maat af op de schaalverdeling.
Fase 7 Kruishout:
Voor het aftekenen van een evenwijdige rechte lijn op een plank of plaat. Zet het verschuifbare deel vast op de gewenste afstand met behulp van een vleugelmoer. Duw het kruishout tegen de rand van de plank. Trek het langs de rand en laat het goed tegen de kant aansluiten.
U kan een kruishout ook zelf maken met 2 plankjes en een potlood.
Fase 8
Voor het aftekenen van de maten gebruikt u best een timmermanspotlood, dit is zacht en geeft een duidelijk zichtbare streep. Bovendien is het minder breekbaar dan een gewoon potlood.
Metalen verbindingsstukken
Meubelhoeken
Dit zijn de meest gekende hoekijzers, verkrijgbaar in verschillende maten. Hiermee maakt u haakse verbindingen tussen plaatmateriaal of latten. Ze zijn bedoeld voor verbindingen die niet zwaar belast worden. Meubelhoeken soms worden ook wel ‘versterkingshoeken’ genoemd.
Drempelhoek
De drempelhoek is een heel sterke variant van de meubelhoek.
Hoekanker
Dit is een veel bredere en sterkere uitvoering van de meubelhoek, deze zijn bedoeld voor zwaardere constructies.
Spijkerplaat
Hiermee kunt u bredere en dikkere houten onderdelen (latten, balken) in één vlak met elkaar verbinden. U zet de spijkerplaat op het hout vast met een flink aantal spijkers. Schroeven kan natuurlijk ook
Koppelplaat
Hiermee kunt u 2 balken in de lengterichting met elkaar verbinden. U brengt aan weerszijden van de las een koppelplaat aan, met schroeven of spijkers. Deze verbinding is echter niet voldoende voor zware, verticale, belasting. U kunt hem dan ook alleen voor vloerbalken gebruiken als de verbinding ook nog eens ondersteund word.
Balkdrager
Dit is een metalen bakje dat met de achterkant op de muur geschroefd wordt Hiermee kunt u een balk loodrecht op een muur bevestigen. .Leg de balk in het bakje en schroeft hem daaraan vast. Eventueel optrekkend vocht kan de kop van de balk niet aantasten doordat de balk niet direct in aanraking komt met de muur. Balkdragers zijn verkrijgbaar in verschillende maten, voor verschillende balkdiktes.
Raveeldrager
Raveeldragers zijn speciaal bedoeld voor het aanbrengen van dwarsbalken tussen 2 balken. Als u bv. een opening in het plafond moet maken voor een zoldertrap of lichtkoepel.
Deze zijn verkrijgbaar in verschillende maten. In tegenstelling tot de balkdragers zijn ze aan de achterkant wel open. Dat maakt raveeldragers minder geschikt voor bevestiging van een dwarsbalk aan een stenen muur: optrekkend vocht kan dan immers wel de balk binnendringen.
Regeldrager
Een regeldrager is een wat kleinere uitvoering van de raveeldrager en is bedoeld voor smallere dwarslatten.
Muren behangen
Fase 1
Voorbereiding:
De standaardmaat van een rol behang is 52cm x 10m (5.2m2). Deel het totale muuroppervlak door vijf en u weet hoeveel rollen u ongeveer nodig hebt. Bij behang met een motief moet u rekenen op verlies. Hoe groter het motief, hoe meer verlies.
Kies behangrollen uit met hetzelfde kleurnummer. Anders kunnen er kleine maar zichtbare kleurafwijkingen optreden bij het eindresultaat.
Fase 2
Smeer het oude behang in met behangafweekmiddel. Laat dit enkele minuten inweken en stteek het oude behang los met een breed plamuurmes.
Fase 3
Om sneller te werken kan u een afstoommachine huren. Vul het apparaat met water en wacht tot dit op temperatuur is. Houd de afstomer een halve minuut op dezelfde plek en steek het behang los.
Fase 4
Gaten in de muur vullen met vulmiddel. Schuur dit na opdrogen glad met fijn schuurpapier.
Fase 5
Smeer onbewerkte en sterk zuigende muren in met voorstrijkmiddel. Dit moet 24 uur drogen voor u kunt behangen.
Fase 6
Meet eerste de breedte van het behang. Trek daar 2cm vanaf en zet op die afstand een streepje op de muur (gemeten vanuit één van de hoeken). Teken op die hoogte een loodrechte lijn op de muur met behulp van een waterpas of schietlood. Bij een schouw is het mooier om de eerste baan in het midden aan te brengen, als het behang een motief heeft. Het oogt rustiger wanneer het motief precies in het midden zit.
Fase 7
Maak de behangselplak aan volgens de gebruiksaanwijzing. Laat de plak minstens 10 minuten rusten.
Fase 8
Meet de hoogte van de kamer op verschillende plaatsen op. Maak de behangbanen 10cm langer dan de grootst gemeten hoogte. Snijd of knip in één keer een voorraad banen behang op maat.
Fase 9
Tel bij behang met een motief de afstand tussen het terugkerende motief bij deze lengte op. Vaak geven de fabrikanten de hoogte van het dessin aan op de verpakking Tip!
Fase 10
Leg een baan behang ondersteboven op de behangtafel. Smeer hem gelijkmatig in met behangplaksel (blokkwast). Tip!
Fase 11
Vouw de ingesmeerde delen harmonicagewijs op. Laat de lijm even inweken (zie gebruiksaanwijzing behang). Tip!
Fase 12
Vouw een deel van de eerste behangbaan open. Breng het behang boven op de muur aan, langs de getekende loodlijn. Houd bij het plafond minimaal 3cm overlap.
Werk met schone handen. Vingerafdrukken kunnen later zichtbaar zijn.
Fase 13
Wrijf de baan met de borstel tegen de muur, van boven naar beneden. Zo wrijft u lucht er achter vandaan. Controleer steeds of de baan nog aan de loodlijn grenst. Zit hij scheef, trek hem dan meteen los en breng hem opnieuw aan. Tip!
Fase 14
Trek met de punt van de schaar een vouw in de hoek met het plafond. Haal het behang een stukje los en knip het overtollige deel af. Wrijf het behang opnieuw vast met de borstel. Maak op dezelfde manier het behang op maat in de hoek en aan de onderkant van de muur. Dikker behang kunt u ook met een hobbymes in de hoek afsnijden.
Fase 15
Breng de volgende baan aan. Leg hem strak tegen de eerste baan aan (‘stotend’) of laat hem iets overlappen. Zie hiervoor de gebruiksaanwijzing bij het behang. Laat eventuele patronen netjes op elkaar aansluiten. Druk de naden aan met een nadenroller.
Fase 16
Smeer kierende naden nogmaals in met wat lijm. Rol ze na met een nadenroller.
Fase 17
Bij een binnenhoek:
Sluit de baan op de vorige baan aan. Wrijf het eerste deel op de muur vast. Knip de overlap met het plafond in. Wrijf dan de rest van de baan op de nieuwe muur vast.
Fase 18
Als de hoek niet helemaal haaks is, zal de rand van de baan niet meer loodrecht lopen. Trek dan opnieuw een loodlijn (zie begin) en laat de volgende baan overlappen.
Fase 19
Bij een stopcontact:
Schakel de stroom uit. Verwijder het afdekplaatje. Plak het behang over het stopcontact heen. Maak een stervormige insnijding en knip het gat uit (iets kleiner dan het afdekplaatje).
Fase 20
Laat het behang goed drogen (24 uur). Mocht er toch hier en daar een luchtblaasje achterblijven, snij dit dan in met een fijn cuttermes. Doe er wat lijm achter en druk het behang weer vast. Smeer eventueel losgeraakte naden opnieuw in met wat lijm en druk ze aan met de nadenroller. Nadat het behang geheel opgedroogd is, kunt u het verven met wateroplosbare muurverf (latex). Schrik niet als het behang gaat bobbelen: naarmate de verf opdroogt zal het weer geheel strak trekken. Stap 1 Voorbereiding:
De standaardmaat van een rol behang is 52cm x 10m (5.2m2). Deel het totale muuroppervlak door vijf en weet u hoeveel rollen u ongeveer nodig hebt. Bij behang met een motief moet u rekenen op verlies. Hoe groter het motief, hoe meer verlies.
Kies behangrollen uit die allemaal voorzien zijn van hetzelfde kleurnummer. Anders kunnen er kleine maar storende kleurafwijkingen optreden.

Benodigdheden

Boren
Fase 1
De oude boormachines hebben nog een tandkransboorkop, waarvan de bek met een speciale boorsleutel open en dichtgedraaid wordt. Tegenwoordig hebben de meeste boormachines een snelspankop. De machine draait de bek zelf dicht zodat het verwisselen van een boortje veel gemakkelijk is. Boorhamers zijn voorzien van een speciale SDS-boorkop. Ook nu is geen gereedschap nodig voor het verwisselen van de boor, maar in zo’n boorkop passen alleen SDS-boren en -beitels.
Fase 2
Overbrenging
Of u de juist boormachine heeft, hangt af van waar u hem voor wilt gebruiken. De kracht die de machine kan leveren hangt sterk af van de kwaliteit van de overbrenging (het ‘koppel’). Hoe hoger het koppel (uitgedrukt in Nm), hoe groter de diameter van het gat kan zijn en hoe harder het materiaal mag zijn waarin u boort. Een boormachine met een hoog koppel kan overigens ook gebruikt worden voor ander zwaar werk, zoals het mengen van verf en stucspecie.
De kwaliteit van de overbrenging is merkgebonden. Als u boormachine regelmatig wilt gebruiken voor zwaar werk, dan kunt u beter kiezen voor kwaliteit en de iets duurdere.
Fase 3
Boorsnelheid
Ook de draaisnelheid speelt een rol, het toerental moet juist ingesteld worden. Als de draaisnelheid niet past bij de diameter van de boor of bij de hardheid van het te boren materiaal, kan de kop van het boortje verbranden. Hou de volgende vuistregels aan:
– hoe dunner het boortje, hoe hoger de draaisnelheid mag zijn
– hoe harder het materiaal, hoe lager de snelheid moet zijn
Bij sommige modellen is het toerental alleen mechanisch in te stellen (2 standen: snel en langzaam). Een boormachine met een elektronische, traploze regelbaarheid, werkt prettiger. Bij sommige machines gebeurt dit door de aan- en uitknop meer of minder in te drukken, bij andere via een aparte stelknop op de handgreep.
Fase 4
Klopboormechanisme
De meeste boormachines zijn voorzien van een klopmechanisme, dit maakt het boren iin steen gemakkelijker. Voor materialen als beton is dat echter niet genoeg; daarvoor kunt u beter een boorhamer gebruiken.
Fase 5
Houtboortjes
Voor boren in hout kunt u zowel houtboortjes als metaalboortjes gebruiken. Houtboren hebben als voordeel dat ze voorzien zijn van een ‘centerpunt’. Dat vergemakkelijkt het richten van de boormachine. Ze zijn verkrijgbaar met een diameter van 3 tot 20 mm. Voor het boren van grote gaten gebruikt u een slangenboor of een speedboor. Deze zijn verkrijgbaar met een diameter van 12-38 mm.
Fase 6
Metaalboortjes
Voor zachte metalen (koper, aluminium) volstaan gewone stalen metaalboortjes. Voor harde metaalsoorten kunt u beter boortjes gebruiken die gemaakt zijn van chroom-vanadium, kobalt of titanium-carbide. Ook de aanduiding HSS op de verpakking wijst op een zwaardere kwaliteit. Metaalboortjes zijn verkrijgbaar met een diameter van 1 tot 13 mm.
Fase 7
Steenboortjes
Voor baksteen en wandtegels kunt u gewone steenboortjes gebruiken. Wilt u echter boren in beton of vloertegels, zet dan voor een betonboortje in uw machine. Steen- en betonboren zijn verkrijgbaar met een diameter van 4 tot 14 mm.
Bouten en schroeven
1 Bolkop houtschroef
Deze schroeven blijven op het materiaal liggen. De schroefdraad loopt niet helemaal door tot aan de kop. Meestal zijn ze voorzien van een gleufkop.
2 Lenskop houtschroef
Bij deze variant op de bolkop schroef loopt de kop aan de onderkant taps toe. Daardoor valt hij een stukje in het hout, wat voor een fraaie afwerking zorgt. In combinatie met een kraalring zorgen ze voor een professionele afwerking.
3 Platkop houtschroef
Deze heeft een taps toelopende kop die in de ondergrond moet kunnen verzinken. Het oppervlak blijft zo volledig glad. Dat kan alleen als het hout zacht genoeg is (bijvoorbeeld: vurenhout) of als u het boorgat van tevoren geruimd hebt met een verzinkboor. Ook bij platkop houtschroeven loopt de schroefdraad niet helemaal door tot aan de kop. Ze zijn verkrijgbaar met verschillende typen koppen (gleuf, PH, PZ).
4 Spaanplaatschroef
Deze schroef wordt ook wel snelbouwschroef genoemd. Het is een platkop schroef met een schroefdraad die doorloopt tot aan de kop. De grove spoed en scherpe punt zorgen dat deze schroeven makkelijk in het houtdraaien, voorboren is vaak niet nodig. Spaanplaatschroeven zijn voorzien van een posidriv-kruiskop (PZ).
5 Gipsplaatschroef
Deze zwarte schroeven lijken op spaanplaatschroeven, maar zijn gemaakt van roestvrij metaal. Ze gaan daardoor niet roesten na het aanbrengen van stucwerk of latex. De spoed van een gipsplaatschroef is fijner dan die van een spaanplaatschroef. Bovendien hebben ze een Philips-kruiskop. Gebruik daarom altijd een PH schroevendraaier (of schroefbit)
6 Houtdraadbout
Houtdraadbouten kunnen zwaar belast worden. Ze zijn heel geschikt voor bijvoorbeeld het ophangen van een cv radiator, het verankeren van een balk in een betonnen vloer of zware houtverbindingen. Ze hebben een zeskantige kop en u draait ze vast met behulp van een steek- of dopsleutel.
7 Parkers
Deze metaalschroeven met een vlijmscherpe spoed lopen door tot aan de kop. Doordat de spoed onder een iets schuinere hoek staat, baant de schroef zich makkelijker een weg door het metaal en brengt daar zodoende zelf een schroefdraad in aan (‘zelf-tappend’). Boor het metaal eerst voor met een metaalboortje met een iets kleinere diameter dan de dikte van de parker. Parkers zijn er in gleufkop en kruiskop uitvoering.
8 Schroefogen en -haken
Deze schroeven zijn niet bedoeld om dingen aan op te hangen en niet om materialen aan elkaar te verbinden, . Een schroefoog is voorzien van een geheel of half gesloten ring. Het vastdraaien gaat makkelijker als u een schroevendraaier door de ring steekt en als hefboom gebruikt om kracht te zetten.
Schroefhaken zijn verkrijgbaar met en zonder gleuf. In het laatste geval kunt u de haak met behulp van een schroevendraaier aandraaien.
Schroefogen en schroefhaken zijn ook verkrijgbaar in wit gelakte uitvoering
9 Bouten
De bouten steekt u helemaal door de te verbinden delen heen, het is het aandraaien van de moer die uiteindelijk zorgt voor een zeer sterke verbinding. Draai de moer vast met behulp van een steek- of ringsleutel, nooit met een combinatie- of waterpomptang. Met die gereedschappen beschadigt u de kop van de bout. U heeft overigens 2 van zulke sleutels nodig: een om de moer mee aan te draaien en een om de bout tegen te houden en meedraaien tegen te gaan.
Om te voorkomen dat de bout in het materiaal getrokken wordt, brengt u aan de kop- en moerzijde eerst een ring aan. Gebruik aan de moerzijde een veerring, dan kan de moer niet los gaat zitten. Een extra beveiliging tegen lostrillen is het gebruik van een borgmoer in plaats van een gewone moer. Bij borgmoeren is de schroefdraad voorzien van een laagje kunststof dat tijdens het vastdraaien oprolt en de ruimte tussen de spoed strak opvult.
Wilt u de bout later makkelijk los kunnen maken, kies dan voor een vleugelmoer. Deze kunt u met de hand vast- en losdraaien.
Bouten zijn verkrijgbaar in verschillende lengtes, diktes en materiaalsoorten (staal, messing, RVS). De dikte wordt aangeduid met een M-code (M6, M8, enz.). Let op dat u moeren koopt met dezelfde M-aanduiding.
10 Slotbouten
Dankzij hun afgeronde kop leveren deze bouten een fraaie afwerking op. Direct onder die kop zit een vierkant gedeelte. Steekt de bout door het gat heen en tik de kop met een hamer aan, zodat het vierkante gedeelte in het hout dringt. Nu is de bout gefixeerd en kan niet meedraaien tijdens het aandraaien van de moer. Breng aan de moerzijde een ring aan, zodat de moer niet in het hout getrokken wordt.
11 Draadeind
Draadeind is een in feite een lange bout zonder kop, die u zelf op maat kunt zagen. U maakt de verbinding door aan beide uiteinden een (veer)ring en een moer aan te brengen. Vijl de bramen op het zaagvlak weg, om te voorkomen dat u de moeren scheef op de schroefdraad draait.
12 Inbusbouten
Deze bouten hebben een kop met een zeshoekig gat. U draait ze vast met een inbussleutel. Het voordeel van zo’n inbuskop is dat u optimale grip heeft met de imbussleutel. U kunt dus veel kracht zetten.
Hoeken en meten
Fase 1
Winkelhaak: Dient voor het aftekenen van een haakse zaaglijn.
Teken de lengte die u wenst af op de plank. Leg de korte zijde van de winkelhaak tegen de zijkant van de plank. Leg de liniaal-zijde van de winkelhaak tegen het afgetekende streepje. Teken de lijn strak langs de liniaal.
Fase 2
Hoewel een winkelhaak geheel haaks hoort te zijn, is dat niet altijd zo! U kunt dit zelf nagaan door de lijn nogmaals af te tekenen, vanaf de andere kant van de plank. Als de winkelhaak geheel haaks is, vallen beide lijnen exact over elkaar heen.
Fase 3
Heeft u geen winkelhaak voorhanden? Gebruik dan een handzaag als winkelhaak. De hoek tussen de bovenkant van het zaagblad en de rand van het handvat is meestal haaks. Controleer dit door de lijn tweemaal af te tekenen, vanaf beide kanten van de plank.
Fase 4
3-4-5 Steek:
Als u de omtrek van een nieuwe aanbouw wilt uitzetten, of een grote haakse hoek als startpunt voor het betegelen van de vloer, is een kleine winkelhaak niet bruikbaar. Maak in dat geval zelf een grote haakse hoek, met behulp van drie latten. Neem drie latten die zich in lengte verhouden als 3:4:5 (bijv. 75cm, 100 cm, 125 cm). Zet de latten met 2 schroeven aan elkaar vast (met 1 schroef ontstaat speling). Bevestig er eventueel een extra verstevigingslat aan.
Fase 5
Een zwaaihaak gebruikt u voor het opmeten en aftekenen van een niet-haakse hoek.
Draai de vleugelmoer van de zwaaihaak los. Leg het handvat langs de ene zijde van de hoek. Leg het bewegende deel langs de andere zijde van hoek. Zet de vleugelmoer weer vast.
Fase 6
Teken de hoek af op de plank of plaat die u wilt verzagen.
Fase 7
U kunt de hoek aan de binnenkant of aan de buitenkant opmeten. In het eerste geval tekent u de Buitenzijde van de zwaaihaak af, in het tweede geval de binnenzijde.
Fase 8
Een Profielmal gebruikt u voor het afmeten van uitsparingen (vloerdelen leggen, tegels uitsnijden, enz.).
Schuif alle naalden van de mal uit. Duw hem tegen het voorwerp en laat de naalden de vorm zo strak mogelijk volgen. Teken de vorm af op het materiaal dat u wilt uitzagen.
Lassen
Fase 1
Teken op beide profielen een hoek af van 45 graden, met behulp van een winkelhaak.
Fase 2
Klem de profielen in de bankschroef en zaag ze langs de afgetekende lijn af. Hoe nauwkeuriger u werkt, hoe fraaier de verbinding later wordt.
Vijl scherpe randen en bramen in de zaagsnede weg met behulp van de metaalvijl
Fase 3
Eventuele roestdeeltjes borstelt u weg met een staalborstel en reinig het staal met een ontvettingsmiddel.
Fase 4
Leg de profielen tegen elkaar aan op een brandvrije ondergrond.
Fixeer ze met lijmklemmen.
Fase 5
De transformator stelt u in op de dikte van het materiaal (bijvoorbeeld: 3 mm).
Fase 6
Steek de elektrode in de lasklem.
Fase 7
Klem de lasklem op een van de profielen.
Fase 8
Hou de elektrode dicht bij het staal zo ontstaat er een vlamboog die het metaal terplekke laat smelten.
Fase 9
Sleep de elektrode in een gelijkmatige beweging over de lasnaad.
Fase 10
Het overtollig lasmateriaal doet u meteen na het lassen weg, met de bikhamer. Zo werkt u proper naar een mooi eindresultaat..
Fase 11
De las kan nu afkoelen en maak hem dan glad en effen met een vijl of haakse slijper en een staalborstel.
Fase 12
Om roestvorming te voorkomen zet u het werkstuk in de loodvrije menie.
Hierna kunt u het metaal desgewenst aflakken.
Lengte en breedte meten
Fase 1 Rolmaat en duimstok:
Een duimstok heeft een lengte van 1 meter.
Rolmaten zijn verkrijgbaar in verschillende lengtes (1– 5m).
Fase 2
Meet korte lengtes door de rolmaat of duimstok uit te leggen.
Fase 3
Meet grote afstandenop in verschillende gedeeltes en tel daarna de maten op.
Fase 4
U kunt de rolmaat ook geheel klem uitzettn tussen de 2 wanden. Lees de maat af en tel de breedte van het huis van de rolmaat daarbij op. Die maat is meestal op de rolmaat aangegeven. Sommige rolmaten zijn voorzien van een venster, waarop u de binnenmaat kunt aflezen.
Fase 5 Landmeter:
Dit is geschikt voor het opmeten van grote lengtes, als nauwkeurigheid niet zo belangrijk is, bijvoorbeeld bij de tuin opmeten, indruk van de benodigde hoeveelheid tapijt, enz. Landmeters zijn verkrijgbaar bij uw bouwmarkt in lengtes van 10-50m, met een schaalverdeling in decimeters en centimeters.
Fase 6 Schuifmaat:
Dit is een precisie-instrument om buitenmaten mee op te meten maar ook voor het opmeten van binnenmaten van pijpen, bouten en buizen.
Bij buitenmaat: Klem het voorwerp tussen beide grote armen en lees de maat af op de schaalverdeling.
Bij binnenmaat: Steek de kleine armen in de buis en lees de maat af op de schaalverdeling.
Fase 7 Kruishout:
Voor het aftekenen van een evenwijdige rechte lijn op een plank of plaat. Zet het verschuifbare deel vast op de gewenste afstand met behulp van een vleugelmoer. Duw het kruishout tegen de rand van de plank. Trek het langs de rand en laat het goed tegen de kant aansluiten.
U kan een kruishout ook zelf maken met 2 plankjes en een potlood.
Fase 8
Voor het aftekenen van de maten gebruikt u best een timmermanspotlood, dit is zacht en geeft een duidelijk zichtbare streep. Bovendien is het minder breekbaar dan een gewoon potlood.

Daken

Aanbrengen dakgoot
Fase 1
De dakgoot rust tegen een daklijst. Deze moet zó geplaatst zijn dat het dak circa 1/3 boven de goot uitsteekt. De planken voor de daklijst best zagen op maat en beide kanten in de grondverf plaatsen.
Smeer de kopse kanten in met overschilderbare acrylaatkit en strijk dit glad met een natte vinger. Daarna kan u de daklijst vastschroeven.
Fase 2
De goot:
Monteer eerst de beugel aan de kant van de regenpijp. Daarna kan u een touwtje binden aan deze beugel en knoop aan het uiteinde van de laatste beugel. Bepaal de hoogte van de laatste beugel. Deze moet iets hoger zijn dan de eerste. Je houdt best rekening met een verval van 5mm per meter. Schroef ook deze laatste beugel vast.
Fase 3
Bepaal aan de hand van het touwtje de hoogte van de tussenliggende beugels. Schroef deze op hun plek.
Fase 4
Schuif de goten in de beugels en vervolgen buigt u de klemmetjes dicht. Zet de goot aan de kant van de regenpijp klemvast en houd bij de andere beugels zoveel speling dat er een halve wasknijper tussen de klem en de goot past. Dit i.v.m. het uitzetten van PVC.
Fase 5
Bevestig de gootdelen aan elkaar met behulp van PVC moffen. De spiezijde van de mof moet richting regenpijp wijzen.
Fase 6
Nadat u de regenpijp op maat gezaagd hebt, bevestig om de 1,5 meter een beugel vast op de muur en schuif de regenpijp in de beugels. Zet alleen de middelste beugel klemvast, hou bij de andere beugels enige speling over. Lijm de pijpdelen aan elkaar met behulp van moffen.
Fase 7
Het is niet makkelijk om een ronde buis recht af te zagen. Daarom plak u best een stukje tape om de buis, zo heeft u altijd een rechte lijn. Controleer of het afschot groot genoeg is door water in de goot te gieten. Buig de beugels waar nodig iets bij.
Fase 8
Bij een groot dak moet u de regenpijp op de riolering aansluiten.
Bij een klein dak kunt u hem laten uitmonden boven een grindgat: een kuil van 50cm diep, gevuld met grof grind (houd meer dan 1 m afstand van de muur).
Herstellen dakbekleding
Fase 1
Maak de beschadigde plek grondig schoon en snij de beschadigde plek kruislings in en vouw de vier punten terug. Maak het zichtbare dakbeschot goed droog en schoon.
Fase 2
Breng ruim reparatiepasta op het dakbeschot aan met een plamuurmes. Smeer dit daarna uit met een kwast.
Fase 3
Vouw de punten dakbedekking weer terug.
Smeer de naden in met reparatiepasta. Bedek de plek met Anti Scheur (dit is een polyester verstevegingsmat). Smeer het hele vlak nogmaals in met reparatiepasta. Afstrooien met Anti Uv (leislag).
Fase 4
Kijk of het regenwater goed wegloopt. Check of de goten en de regenpijp schoon zijn. Plaats eventueel een bolrooster in de regenpijp (voorkomt verstoppingen).
Isolatie voor platte daken
Fase 1
Maak zeker eerst en vooral het dak volledig proper en controleer het dak op scheurtjes en bobbeltjes, die uitgedroogd zijn. Is de dakbedekking in slechte staat , vervang deze dan eerst. Repareer kleine plekken m.v.b. reparatiepasta en stroken dakbedekking. Controleer of de dakrand na isolatie minimaal 7cm boven het dak uitsteekt. Dit voorkomt dat regenwater over de rand heen stuwt. Als de dakrand te laag is, moet u hem verhogen of voor dunnere isolatieplaten kiezen.
Fase 2
Leg de eerste rij isolatieplaten in de lengterichting van het dak. Zorg dat de kopse kanten goed aansluiten.
Fase 3
Leg de volgende rijen in halfsteens verband. Laat hierbij een halve plaat verspringen. Zorg dat de rijen strak aansluiten.
Fase 4
Om de platen goed te fixeren brengt u na elke 2-3 m2 eerst een laag grind op de reeds gelegde platen aan. Deze laag mag wel 5cm dik zijn.
Schep resten grind en dakbedekking in aparte puinzakken.
Lichtkoepels
Fase 1
Kies de plaats waar de koepel moet komen en verwijder op die plaats de plafondafwerking.
Teken de omtrek van het gat (de opstandmaat) haaks af op het dakbeschot. Boor van binnenuit op elke hoek een gat door het dak.
Fase 2
Stempel de dakbalk. Zaag het overtollige stuk eruit. Mochten beide balkuiteinden iets zakken, stel de stempels dan iets bij.
Fase 3
Zaag de opening van binnenuit uit het dak met de decoupeerzaag.
Fase 4
Zaag de raveelbalken op maat. Timmer de raveelijzers op de dakbalken. Hang de raveelbalken erin en spijker ze vast.
Fase 5
Snijd de dakbedekking 1cm rondom de opening los.
Fase 6
Smeer de onderkant van de plakplaat van de koepel dik in met bitumenpasta. Zet de koepel op zijn plek en schroef hem vast. Borstel de dakbedekking 25cm rond de koepel schoon met een staalborstel. Verwarm de oude dakbedekking kort voor met een gasbrander en laat hem weer afkoelen.
Fase 7
Snijd stroken dakbedekking op de juiste maat. Opgepast: breedte plakplaat + 25 cm. Smeer de bovenkant van de plakplaat en de dakbedekking in met bitumenpasta. Plak de stroken dakbedekking vast op de koepel en het dak. Druk ze aan met een houten plankje en een rubber hamer.
Fase 8
Snijd stroken dakbedekking op maat (breedte opstand + breedte plakrand + 7cm). Smeer de opstand en de eerder gelegde stroken dakbedekking in met bitumenpasta. Plak de stroken vast. Dek de dakbedekking weer af met het grind. Werk het dak aan de binnenkant af, bijvoorbeeld met gipsplaten. Vergeet ook de binnenkanten van de koepel niet. Bevestig een haak aan de muur waaraan u de stok om de koepel uit te zetten, kunt ophangen.
Onderhoud schoorsteen
Fase 1
Veiligheid boven alles. Draag een valbeveiliger als u op het dak werkt: een tuigje voorzien van een lange kabel die u met een musketonsluiting aan een vast punt kunt bevestigen.
Fase 2
Verwijder de kachel en sluit de opening van de schoorsteen af met een prop papier. Spreid een ruim stuk bouwfolie uit op de vloer voor de schoorsteen. Laat de kogel en de spin 1 meter de schoorsteen in zakken. Trek hem weer 50 cm terug en laat hem vervolgens weer 1 meter dieper zakken. Herhaal deze beweging tot de kogel beneden is.
Fase 3
Haal het touw op dezelfde wijze op: 1 meter optrekken, 50 cm laten zakken, weer 1 meter optrekken, enzovoort. Herhaal dit tot de kogel weer boven is
Fase 4
Verwijder de prop papier uit het gat in de schoorsteen enz uig het losgekomen roet op met de stofzuiger. Roet is immers heel bitter en vuil, dit wilt u niet in uw woonkamer hebben.
Fase 5
U kan ook de schoorsteen van binnenuit vegen, al ls u bv. niet op het dak kunt, . Hiervoor bevestigt u de spin op een speciale buigzame kunststof staaf. U verlengt deze gaandeweg door er aan de achterzijde een nieuw stuk aan te koppelen. Beweeg de spin flink heen en weer en hou de stofzuiger bij de hand.
Aanbrengen raveling
Fase 1
Met behulp van een reciprozaag verwijdert u de plafondbekleding . Maak de opening aan weerszijden van de door te zagen balk 15 cm ruimer dan strikt noodzakelijk is.
Fase 2
Teken op de bovenliggende vloerplanken het uit te zagen gat af.
Fase 3
Zaag de vloerplanken aan weerszijden van de door te zagen balk door, eveneens met behulp van de reciprozaag. Aan de vloerplank bovenop de door te zagen plafondbalk moet u niets doen.
Fase 4
Ondersteun de uiteinden van de balk die u wilt doorzagen met een stempel. Draai deze zo ver aan dat ze klemmen, maar niet zo strak dat ze de balk omhoog duwen.
Fase 5
Fixeer de stempels op de vloer met een paar schroeven of spijker, om te voorkomen dat ze verschuiven als u er tegenaan stoot.
Fase 6
Teken met behulp van een winkelhaak de plaatsen af waar de balk doorgezaagd moet worden.
U brengt straks 2 dwarsbalken aan: u moet de plafondbalk dus aan weerszijden 69 mm korter afzagen dan de begrenzing van het uiteindelijke gat.
Fase 7
Op de afgetekende plaatsen zaagt u de balk door met behulp van de reciprozaag.
Wrik hem voorzichtig los van de bovenliggende vloerplank, met een koevoet.
Fase 8
Meet de afstand tussen de 2 balken die aan weerszijde liggen van de balk die u zojuist hebt doorgezaagd.
Zaag 2 raveelbalken op maat af.
Fase 9
Voorzie 2 uiteinden van de balken van een raveeldrager (schroeven, 4 cm).
Fase 10
Plaats de eerste raveelbalk tussen de plafondbalken en schroef de raveeldragers er stevig aan vast.
Zorg ervoor dat de raveelbalk haaks ligt, goed aansluit op de kopse kant van de doorgezaagde balk en lijnt met de onderkanten van de overige plafondbalken.
Fase 11
Verbind de doorgezaagde balk met de raveelbalk, eveneens met behulp van een raveeldrager (schroeven).
Controleer of alles in de juiste positie zit en breng dan alle andere schroeven aan.
Fase 12
Met behulp van 2 lange schroeven (12 cm) schroeft u de raveelbalk nog eens extra vast aan de kopse kant van de doorgezaagde balk,
Fase 13
U gaat op dezelfde manier terwerk voor de andere raveelbalk.
Fase 14
Controleer of alle verbindingen goed zitten en verwijder dan de stempels.
Heel het plafond aan met stroken gipsplaat en werk zonodig ook de binnenkant van de opening daarmee af.
Herstellen schoorsteen
Fase 1 Voegen vernieuwen
Beitel de oude voegen 1 cm diep uit, met behulp van een steenbeitel.
Fase 2
Borstel de voegen met een staalborstel schoon en maak ze nat met een natgemaakte zachte borstel.
Fase 3
Maak een hoeveelheid mortel aan. Voeg zoveel water toe tot een stevige ‘aardevochtige’ massa ontstaat.
Fase 4
Met een voegspijker vult u de voegen en verwijder onmiddellijk de overtollige mortel. Veeg de voegen na met een natte borstel.
Fase 5 Mortellaag herstellen
Beitel met een steenbeitel de beschadigde stukken mortel los. Doe dit met de nodige voorzichtigheid.
Borstel de plek schoon met een staalborstel en maak hem nat.
Fase 6
Maak mortel aan en voeg water toe tot u een vrij stijve massa heeft. Herstel hiermee het beschadigd delen van de mortellaag.
Zorg dat het vernieuwde stuk licht schuin afloopt, voor de afwatering.
Wrijf de plek effen en een uurtje later nogmaals met een natgemaakte borstel.
Fase 7 Loodslabben vervangen
Eerst en vooral moet het oude lood verwijderd worden. Krab de voegen waarin de loodslabben vast zaten 1 cm diep uit.
Fase 8
Snij zorgvuldig het lood voor de opstaande rand op maat met een stevige blikschaar. Voorzie de rand 2 cm breder dan nodig en vouw hem over de hele lengte 1 cm om.
Steek het lood met de omgeslagen rand in de uitgehakte voeg.
Fase 9
Snij een strip lood af die 1cm breed is. Snij deze in een verschillende stukken en rol die op tot loodproppen.
Klem de opstaande loodrand in de voeg vast door met een hamer hier en daar een loodprop in de voeg te slaan.
Fase 10
Maak de voegsmortel aan. Gebruik voldoende water totdat u een stevige, aardevochtige materie heeft.
Vul de voeg hiermee, met behulp van een voegspijker.
Fase 11
Snij nu de ‘’loketten’’ op maat en bevestig deze op dezelfde manier in de bovenliggende uitgehaalde voegen.
Zorg ervoor dat ze aan de onderkant 2 cm over de opstaande loodrand heen vallen.
Isolatie voor schuine daken
Fase 1
Gebruik glas- of steenwol voor het isoleren van een schuin dak. U kunt kiezen uit spijkerflensdekens of losse isolatieplaten. Bij de eerste mogelijk heid is het isolatiemateriaal aan twee zijden verpakt in dik papier. Aan weerszijden steekt een strook papier uit, waarmee u de dekens op de balken van het dak niet. Dat werkt gemakkelijk en schoon (geen kriebelende vezeltjes), maar verandert wel het dakaanzicht totaal.
Fase 2
Meet de lengtes tussen de gordingen op.
Fase 3
Het spijkerflensdeken of de isolatieplaten snijdt u op maat met behulp van een broodmes dit gaat beter dan met een cuttermes.
Fase 4
De spijkerflensdekens niet u vast op de balken. Laat losse stroken goed op elkaar aansluiten en tape de naden af.
Fase 5
Maak isolatieplaten net iets breder dan de afstand tussen de balken. Klem ze daar tussen. Fixeer ze door latjes tegen de balken te spijkeren.
Fase 6
Dek het isolatiemateriaal geheel af met bouwfolie. Laat dit op de naden 10cm overlappen en tape de naden af. U kunt u het dak eenvoudig afwerken met gipsplaten als u isolatieplaten tussen de balken heeft aangebracht.
Metselen
Fase 1
de voorbereiding:
De meest voorkomende maat baksteen is ca. 21x10x5cm. Gebruik voor buitenmuren zachte rode baksteen. Gebruik voor de onderste lagen, de harde soort steen. Voor binnenmuren zijn witte kalkzandstenen heel geschikt.
Fase 2
Bereken op voorhand het aantal stenen die je nodig heeft. Reken voor een halfsteens muur circa 78 stenen/m2, voor een steens muur 156 stenen/m2.
Fase 3
Besprenkel de stenen de dag van tevoren met water. Laat dit intrekken tot de stenen de juiste vochtigheid hebben. Bij te droge stenen hecht de specie slecht, bij te natte loopt hij tussen de stenen uit.
Fase 4
Bereken ook hoeveel cement en zand u nodig heeft. Ga uit van een mengverhouding 1:3 en reken voor een halfsteens muur circa 25 liter/m2, voor een steensmuur 60 liter/m2.
Fase 5
Specie aanmaken:
Schep zand en cement droog door elkaar, tot u egale kleur heeft. Roer er water door tot een smeuïge massa ontstaat (niet te droog). Maak steeds een hoeveelheid aan die u binnen 2 uur kunt verwerken.
Fase 6
Metselen:
Span het metseltouw ter hoogte van de bovenkant van de nieuwe laag.
Fase 7
Oefen eerst door wat stenen aan te brengen op tegeles. Zo krijgt u in de gaten hoeveel specie u op moet brengen en met welke beweging u de steen op zijn plek moet zetten. Breng de specie op met een ronde troffel. Werk hem naar de vorige steen toe en duw wat specie tegen de kop.
Fase 8
Houd de steen een beetje schuin met de bolle kant naar beneden. Duw hem in één vlotte beweging tegen de vorige steen. Klop hem recht met de achterkant van de troffel.
Fase 9
Zet de steen eventueel rechter op de vorige laag door een tikje met de punt van de troffel. Beweeg hem niet horizontaal met uw hand!
Fase 10
Maak een steen op maat door hem aan de zijkant in te krassen. Vervolgens zet u de sabel op de kras en geef er een korte tik op met de hamer.
Fase 11
Uitpuilende specie haalt u direct weg met een troffel. Krab aan het eind van de dag de voegen 1cm uit en strijk ze glad met behulp van voegspijker.
Fase 12
Het voegen:
Na 2 weken is de specie voldoende uitgehard om te kunnen voegen. Maak specie aan met water tot hij ‘aardvochtig’ is, dan kunt u er een bal van kneden. Schep specie in een voegbord. Voeg eerst de stootvoegen daarna de lintvoegen.

Inrichting tuin

Aanleggen tuinvijver
Fase 1
Meet uw tuin nauwkeurig op en maak er een tekening van op schaal. Bepaal hierop de beste plaats voor de vijver. Zet de vijver op de juiste plek neer. Teken de omtrek in de bodem af, met behulp van een stokje.
Fase 2
Graaf de vorm uit met een spade. Maak de kuil 10cm minder diep dan de vijver zelf.
Fase 3
Strooi een 5cm dikke laag rivierzand, gemengd met wat cement over bodem.
Fase 4
Laat de vijver in het gat zakken. De rand moet een paar centimeter boven de grond uitsteken. Controleer of hij op alle plaatsen op het zand rust en goed waterpas staat, zie meten van loodrecht en waterpas. Breng zonodig hier en daar wat extra zand aan. Vul de vijver tot 1/3 met water.
Fase 5
Vul de kieren tussen vijver en kuil met aarde. Controleer steeds of de vijver waterpas staat.
Fase 6
Breng een laag vijveraarde op de bodem aan van 10cm dik. Dit geeft toch een paar dagen nodig om volledig naar de bodem te zakken. U kunt de vijverranden op verschillende manieren afwerken. Bijvoorbeeld met sierkeien of stenen. Als u de stenen iets over de rand heen laat steken, is deze nagenoeg uit het zicht.
Automatische garagedeur
Fase 1
Verwijder eerst eventuele vergrendelingen die eerder op de garagedeur zijn aangebracht.
Fase 2
Draai de ketting om het eindstuk en verbind beide kettinguiteinden met behulp van het sluitstuk.
Schuif het eindstuk met ketting door de geleiderail, totdat de bout van het eindstuk aan de andere kant van de rail uitsteekt.
Fase 3
Schuif de poortarmslede in de geleiderail.
Bevestig de poortarm aan de slede en de deurbevestiging aan de poortarm.
Fase 4
Draai het andere uiteinde van de ketting om de aandrijfkop van de motor en schuif deze in het uiteinde van de voorziene rail.
Fase 5
Span de ketting door het eindstuk met een moer aan te draaien. Niet te strak, maar ook niet zo los dat de ketting doorhangt.
Bevestig de lateibeugel aan het uiteinde van de geleiderail.
Fase 6
Schroef het uiteinde van de geleiderail vast aan de latei boven de garagedeur op ongeveer een 5-12 cm onder het plafond.
Hang de rail mooi recht met de waterpas, met behulp van de ophangbeugel.
Fase 7
Schroef de poortarm vast aan de bovenkant van de garagedeur.
Fase 8
Ontgrendel de aandrijving door middel van de noodontgrendeling en sluit de garagedeur handmatig
Zet de “dicht”-schakelaar vast op de geleiderail, op de plek waar zich op dat moment de slede bevindt (vastklikken, kwartslag).
Doe de garagedeur weer open en klik ook de “open”-schakelaar op de geleiderail vast, wederom op de plek waar de slede zich dan bevindt.
Fase 9
Monteer desgewenst de besturingsknop voor sleutelbediening aan de buitenzijde van de garage, op minimaal 1,5meter hoogte.
Bevestig waarschuwingsbordjes die werden meegeleverd.
Fase 10
Test de garagedeuraandrijving uit door de ‘leertoets’ in te drukken (zie fase 11). Pas indien nodig de positie van de open- en dichtschakelaar op de rail iets aan.
Zet een voorwerp onder de deur en controleer of de garagedeuraandrijving daarop reageert: hij moet automatisch weer omhoog gaan. Dit ter voorkoming dat iemand onder de deur bekneld kan raken.
Fase 11
ROGRAMMEERPROCEDURE BG63 GARAGEDEUROPENER
1. u haalt de spanning van de garagedeuropener af,
2. zet na 10 seconden de spanning weer op de garagedeuropener,
3. druk achterop de garagedeuropener op het knopje “LERN” (1) totdat het rood LED lichtje (deze kunt u vinden tussen het spleetje(2) van het knopje en de kast) helemaal oplicht,
4. Druk op de grote knop van de handzender (3) (uw lampje van de handzender (5) licht groen op),
5. Nu heeft u kanaal 1 geprogrammeerd van de garagedeuropener,
6. Herhaal punt 3,
7. Nu drukt u op uw handzender eerst het kleine knopje (4) en meteen daarna de grote knop in, uw lampje van de handzender (5) licht nu rood op,
8. Nu heeft u kanaal 2 geprogrammeerd,
9. Herhaal punt3,
10. Nu drukt u op uw handzender 2x kort op het kleine knopje (4) en daarna op de grote, nu licht het lichtje oranje/geel (5) op,
11. Druk nu kort op de leertoets (1) achterop de garagedeuropener, de garagedeuropener moet nu zelf beginnen te werken,
12. Nu moet de garagedeuropener klaar zijn voor gebruik.
Blokhut / Tuinhuis
Fase 1
Verzaag 19 van de 1,80 m. lange profielplanken tot 19 stukken van 66,5 en 19 stukken van 20 cm lang.
Kort de 2.40 m. profielplanken af tot 2,20 m.
Fase 2
Neem van elke lengte 2 planken, namelijk: 220, 180, 20, 66.5 cm lang, en schilder deze met teervrije scheepslak. Deze planken vormen straks de onderste laag van de vier wanden en moeten dus goed behandeld worden.Behandel ook de hoekpalen en de twee eindpalen met deze scheepslak, tot aan een hoogte van 80cm.
Zet alle messen, groeven en kopse kanten van alle profielplanken en palen in de beits.
Fase 3
Maak de grond moi effen en boor gaten van 60 cm diep voor de 4 hoekpalen en de 2 eindpalen waarmee u de deurposten maakt. Hiervoor gebruik je best een grondboor.
Fase 4
Bouw de wanden op door de planken tussen de palen te schuiven (in de groeven).
Zorg dat de messen en groeven van de planken goed in elkaar vallen door elke plank met een hamer en een stukje resthout aan te kloppen.
Schroef elke plank met twee schuine schroeven (4.5 cm lang) in de palen vast.
Zaag de planken voor de bovenste laag zonodig overlangs op maat.
Sluit de planken aan de bovenkant van de wanden af door er een eindpaal (aan de lange zijden) of een koppelpaal (aan de korte zijden) op te zetten.
Fase 5
Sla aan de onderkant van elke paal twee grote spijkers, bij wijze van anker (30 cm vanaf de onderzijde).
Steek de palen in de gaten en tik ze met een paalhamer na.
Stel ze loodrecht (waterpas) en vul de gaten op met snelcement waar u wat kiezelstenen doorheen heeft gemengd.
Wacht tot het cement volledig uitgehard is.
Zaag dan alle palen op dezelfde hoogte (203 cm) af. Gebruik een lat om de juiste hoogte af te tekenen op alle palen.
Fase 6
Het tuinhuis krijgt twee raamkozijnen: één van 80×40 cm, één van 40×40 cm (buitenmaten).
Zaag hiervoor uit 2 eindpalen de kozijnonderdelen (in verstek, zó dat de groef naar buiten wijst).
Zet de kozijnen nog niet in elkaar.
Fase 7
Zaag in de wand waar de deur komt en in de achterwand van het huisje gaten voor beide ramen uit. De ene opening meet 76×36 cm, de andere 36×36 cm.
Beide openingen op 110 cm boven de grond.
Fase 8
Zet de losse onderdelen van de raamkozijnen in deze openingen vast, met behulp van enkele schuine steekschroeven.
Fase 9
Schroef vuren latten van 1,8 x 2.7 cm aan de binnenkant van de deurpost en de raamkozijnen
Laat ze aan de achterkant met de post en kozijnen lijnen, zodat de deur binnen de post valt en het glas voor de ramen makkelijke geplaatst kan worden.
Monteer de deur met behulp van de scharnieren.
Fase 10
Aan de (smalle) voor- en achterzijde bouwt u een nokdeel. Dit bestaat uit een frame van stukken eindpaal, opgevuld met profielplanken. Beide nokdelen rusten boven op de smalle wanden van het tuinhuisje.
Zaag voor beide frames de stukken eindpaal op maat (in verstek, met de groef naar beneden). De hoogte van de nok bedraagt 40 cm.
Fase 11
De rest van de profielplanken zaagt u op maat en vul daarmee beide nokstukken op.
Steek deze planken met hun onderkant in de groef van de koppelpaal (de bovenkant van de wand) en met hun bovenkant in de groef van de nokbalken.
Schroef dan beide nokdelen vast, bovenop de wanden van tuinhuisje.
Fase 12
Leg de underlayment platen op het dak en schroef ze op beide nokstukken vast.
Fase 13
Bedek het dak met shingles (zie klusbeschrijving: dakshingles aanbrengen).
En werk deze af met daklijsten ( vuren latten van 3.6 cm. )
Fase 14
Meet nu de exacte ruitmaat op.
Breng rondom een ril butyleenkit aan op de sponninglatten van de ramen en de deur.
Druk de ruitjes in hun sponning en sluit ze op met glaslatten (aan de buitenzijde).
Fase 15
Zet het hele tuinhuis in de buitenbeits (minimaal 2 lagen). Tussen de lagen door licht opschuren.
Dakterras afbakenen
Fase 1
Veeg het dak grondig schoon en laat het goed drogen.
Fase 2
De multiplex plaatjes lijmt u twee aan twee op elkaar en dan fixeert u ze met enkele schroeven.
Zet ze na droging in 2 lagen menie.
Fase 3
Verdeel de verlijmde plaatjes multiplex over het dak: op de hoeken en op de plekken waar de tussenpalen komen. Hun onderlinge afstand moet steeds 2 meter bedragen. Teken de contouren van de plaatjes op het dak af.
Fase 4
Snijd het bitumen weg op de afgetekende vlakken. Schroef de plaatjes op de lege vlakken.
Fase 5
Met houutdraadbouten bevestigt u de paalhouders op de multiplex plaatjes,.
Boor de schroefgaten voor boren (houtboor, 6 mm). Plak nieuw bitumen rondom de multiplex plaatjes en kit het geheel goed af.
Fase 6
Zaag in alle palen rondom een sleuf van 1 cm diep, op 11 cm van de onderzijde.
In deze gleuf komt later een loodstrip die voorkomt dat de paalhouders inregenen.
Fase 7
Plaats alle hoek- en tussenpalen. Met de waterpas kan u nagaan of ze exact loodrecht staan en schroef ze aan de paalhouders vast.
Fase 8
Verbind de palen met de dwarslatten (vastschroeven).
De onderste dwarslatten komen op 12 cm hoogte, de bovenste op 10 cm onder het uiteinde van de palen.
Fase 9
Schroef de staanders vast aan de onderste en bovenste dwarslatten Doe dit op gelijke afstand van elkaar.
Fase 10
Voorzie elke paal van een paalafdekker, ter bescherming tegen de regen.
Elektriciteit buiten
Fase 1
Bevestig de lasdoos net boven de buis. Sluit de grondkabel en het neopreen mantelsnoer aan de buitenkant van de doos af met een wartel en rubberring. Bescherm de kabel die de grond ingaat tot 50 cm diepte met een buis van kunststof.
Fase 2
Wees voorzichtig dat u de kabel niet kapotknipt, maar leg een lus daar waar een tuinlamp komt. De lus steekt een kleine meter boven de grond uit.
Fase 3
Als u de kabel moet splitsen, maak dan een waterdichte verbinding met een kabelmof daar bevestigt u de kabeleinden aan elkaar. Dan vult u de mof met vloeibare kunsthars. Na de uitharding geeft dit een waterdichte las
Fase 4
Met een steenboor boort u in het midden van een betontegel 2 gaten waar de grondkabel ruim doorheen kan.
Met een dunnere steenboor maakt u de gaten voor de bevestiging van de grondplaat van de lamp.
Fase 5
Voer de kabel door de gaten in de tegel. Monteer de buitenlamp in het midden van de kabel aan de vrijgemaakte draadeinden. Volg hierbij de instructies van de lamp. Zorg voor aarding als de lamp van metaal is.
Fase 6
Om makkelijke buitenklussen in de tuin te doen is het handig een extra stopcontact te voorzien. Dit bevestigt u aan een geïmpregneerde balk of hardhouten vlonderplank die minstens 1 meter diep in de grond steekt. Bescherm de kabel vanaf 50 cm onder de grond tot aan het aansluitpunt met een buis.
Houtrot behandelen
Fase 1
Door met uw duim of met een schroevendraaier stevig op het hout te drukken kan u de zwakke plekken in het kozijn opsporen.
Fase 2
Om proper te werk te gaan en uw terras te beschermen brengt u een folie aan op de vensterbank.
Fase 3
Vuil en losse verf verwijdert u met een borstel en een verfkrabber.
Fase 4
Verwijder de slechte verf met verfafbijt. Smeer het hout in met een kwast met afbijtmiddel en krab het dan schoon met de verfkrabber.
Fase 5
Beitel voorzichtig de rotte plekken met de houtbeitel uit tot aan het schoon en droog hout.
Fase 6
Behandel de uitgehakte plek met houtrotstop
Fase 7
Als ook de randen van het kozijn beschadigd zijn, maak dan van een paar stukjes triplex een bekisting voor de houtrolvuller. Bekleed dit met plasticfolie aan de binnenzijde.
Fase 8
Schuur het volledige kozijn. Met een handschuurmachine komt u tot in de kleinste hoekjes wat de klus minder zwaar maakt. Grotere vlakken gaan sneller met een grotere schuurzool.
Fase 9
Maak houtrotvuller aan, zoveel als u binnen 20 minuten kunt verwerken. Meng de twee gelijke delen heel goed met elkaar, dan begint de verharding van de vuller.
Fase 10
Met de plastic spatel de vuller stevig in de openingen duwen en zo glad mogelijk afwerken. Grote gaten (na harding) in meerdere lagen vullen.
Fase 11
Met verfreiniger maakt u het hele kozijn proper zodat de verflaag goed hecht.
Fase 12
Alle stukken waar blank hout tevoorschijn komt in de grondverf zetten.
Fase 13
Slechte of gebarsten stopverf zeker verwijderen. Een kwast grondverf erover en na droging opnieuw in de stopverf zetten.
Fase 14
De herstelling met een beitel afwerken, schuren en ivervolgens in de grondverf zetten. Daarna nog eens licht opschuren en kleine oneffenheden met plamuur opvullen. Let op: breng plamuur spaarzaam aan.
Fase 15
Het hele kozijn voorlakken en na droging licht opschuren. Dan kunt u definitief aflakken.
Aanleggen sierbestrating
Fase 1
Breng een zandbed aan van minimaal 20 cm gebruik hiervoor ophoogzand . Verdicht het zand met een trilplaat.
Fase 2
Leg balkjes op afschot (aflopend in de lengte van het terras, zodat regenwater kan weglopen), circa 1 cm per strekkende meter.
Fase 3
Leg een paar stenen op de hoogte van het terras. Vlak het zandbed in de breedte uit met de balkjes als geleiders. Verwijder de balkjes als geleiders. Verwijder de balkjes en vul de sleuven op.
Fase 4
Maak een proefstukje van het patroon en meet de lengte en breedte.
Fase 5
De buitenste stenen mogen zeker niet verzakken gebruik hiervor betonnen opsluitbanden.
Fase 6
Start met een rollaag (stenen op hun kant) langs de opsluitbanden en leg vervolgens steeds één baan of vak. Sla de bestrating vlak met behulp van een stevige balk.
Fase 7
Breng steeds eerst de rollaag langs een metselkoord aan voor u met een nieuwe baan begint. Strijk het zandbed glad met behulp van een paar latten.
Fase 8
Maak de bestrating mooi egaal met de trilplaat en vul de voegen met inveegsplit. Wees hierbij voorzichtig.
Bestrating aanleggen
Fase 1
Meet eerst correct uw tuin op en maak vervolgens een plattegrond van uw tuin op schaal op papier. Teken hier het nieuw aan te leggen pad of terras.
Zet de lijnene van het nieuwe terras uit met behulp van latjes. Graaf het te bestraten deel 15-25 cm uit
Fase 2
Leg de tegels of klinkers op het zand en klop ze aan met een rubberen hamer. Werk vanaf de randen naar binnen toe. Controleer regelmatig of het geheel waterpas loopt
Fase 3
Breng een laag (10 cm dik) aan van korrelmix. Breng daarop een laag rivierzand aan. Strijk deze glad met een lange lat.
Fase 4
Druk de ondergrond stevig aan met behulp van bijvoorbeeld een plank.
Fase 5
Steek op alle hoekpunten een klinker in de grond en span daar een metseltouwtje tussen. Richt de stenen zo dat het metseltouwtje licht afloopt naar de tuin, 1cm per meter. Breng een rij klinkers tussen de hoekstenen aan, zodat hun bovenkant het touwtje net raakt
Fase 6
Met wat zand hoogt u het tussenliggende vlak op . De uiteindelijke bestrating moet net iets hoger liggen dan de rand.
Fase 7
Leg de tegels of klinkers op het zand en klop ze aan met een rubberen hamer. Werk vanaf de randen naar binnen toe. Controleer regelmatig of het geheel waterpas loopt.
Fase 8
Leg eerst de hele tegels of klinkers. Vul op het laatst pas de ontbrekende stukken op.
Fase 9
Veeg voorzichtig met de borstel los zand over de nieuwe bestrating. Herhaal dit enkele malen en strooi steeds weer wat zand over het tegelwerk. Laat het zand minimaal 1 week liggen, zo kan het alle kieren opvullen.
Buiten kerstverlichting
Fase 1
Bevestiging
Kerstverlichting kunt u direct aan takken van bomen of struiken bevestigen. Het middelpunt van het snoer plaatst u op het hoogste punt.
Schuif de mini-lampjes aan de onderzijde om een tak heen en zet ze vast door het stropje aan te trekken.
De kaarslampen kunnen bevestigd worden met de klip onderaan de lampjes.
Fase 2
Gebruik bundelbandjes om het snoer makkelijk langs de takken te leiden. Met een schaar knipt u de uitstekende delen van de bundelbandjes af.
Fase 3
Om een dakrand of deurlijst te verlichten is een lichtsnoer is zeer handig.
Om de 20 cm zet u het vast met behulp van een bundelbandje deze kunt u aan de spijkers ophangen.
Fase 4
Elektrische aansluiting
Als u een spatwaterdichte contactdoos in uw tuin heeft, is het aansluiten van de kerstverlichting
simpel. Let er wel op, dat uw kerstverlichting geschikt is voor buiten.
Fase 5
Als u geen tuincontactdoos heeft, moet u gebruik maken een verlengsnoer. Deze dient geschikt te zijn voor buiten gebruik.
Werk de stekker van de kerstverlichting en de contrastekker van het verlengsnoer weg in een safebox. Een safebox is een wtaerdichte opsluitbox voor stekkers.
Doorzichtige windschermen
Fase 1
Zaag de tuinplanken met een zaagtafel, overlangs doormidden.
Fase 2
Verzaag de planken tot de gewenste lengtes. Gebruik hiervoor een afkortzaag. Deze latten vormen straks de sponningen voor het acrylglas.
Fase 3
Stel het zaagblad van de zaagtafel in op 1,5 cm diepte. Zaag, in het midden van hun smalle zijden, in alle sponninglatten een gleuf,
Doe dat bij de korte sponninglatten slechts aan één kant, bij de lange aan weerszijden.
Fase 4
Maak ook in de tuinpalen een sleuf van 1,5 cm diep, maar nu van 2 cm breed. Maak bij de eindpalen slechts aan één kant zo’n gleuf, bij de middenpaal aan weerszijden
Fase 5
Snijd acrylplaten in de juiste maat, met behulp van een speciaal acrylmes.
Kras de snijlijn enkele keren goed in, vooral aan het begin- en eindpunt.
Leg de plaat met de ingekraste zijde op een vlakke ondergrond, leg een lat langs de ingekraste lijn en breek het acryl daarlangs af.
Fase 6
Boor een gat in de grond van 50 cm diep, met behulp van een grondboor. Steek er de 1e eindpaal in, met de sleuf naar binnen wijzend.
Met een houten hamer kan u hem goed de grond inslaan, tot hij de gewenste lengte boven het maaiveld uitsteekt.
Controleer met en waterpas of de paal loodrecht staat, vul de kuil op met aarde en stamp deze stevig aan.
Fase 7
Schuif een lange sponninglat in de sleuf van de paal, tot op de bodem.
Geef op de grond aan tot hoe ver deze lat komt.
Fase 8
Boor het gat voor de middenpaal. Let op: de sponninglat moet straks 1,5 cm in de gleuf van de 2e tuinpaal vallen!
Plaats de 2e paal, controleer de hoogte en stel hem loodrecht.
Fase 9
Schuif de onderste horizontale sponninglat in de gleuf van de 2e paal.
Stel hem horizontaal met behulp van de waterpas, en fixeer hem aan beide palen met 2 schuine steekschroeven.
Fase 10
Schuif 2 korte, verticale sponninglatten in de sleuven van beide tuinpalen. De gleuven wijzen naar binnen.
Schroef deze latten aan de tuinpalen vast.
Fase 11
Laat een acrylplaat in de gleuven van de sponning zakken.
Sluit hem aan de bovenkant op met de volgende horizontale sponninglat.
Herhaal fase 9 tot en met 11 totdat u alle platen geplaatst hebt.
Gaas en twijgen als afsluiting
Fase 1
Sla de paalhouderpunt voor de eerste paal in de grond met behulp van een kleinde hamer. Deze moet zeker loodrecht staan.
Plaats de paal in de houder en controleer met de waterpas of hij loodrecht staat en schroef hem aan de houder vast.
Fase 2
Plaats op dezelfde manier de overige palen.
Fase 3
Spijker het gaaspaneel met behulp van krammen op de eerste 2 palen.
Het gaas valt helemaal over de eerste paal heen en komt bij paal 2 tot op de helft.
Laat onderaan een ruimte open van 5 cm.
Fase 4
Breng op dezelfde manier de overige panelen. Het laatste paneel valt helemaal over de laatste tuinpaal.
Fase 5
Vlecht de twijgen door de mazen van het gaaspaneel.
Fase 6
Fixeer elke twijg met behulp van een stukje ijzerdraad aan het gaas. Knip lelijke delen af met een snoeischaar.

Living

Draairichting deur veranderen
Fase 1
Verwijder de scharnierpennen om de deur uit zijn scharnieren te halen.
Fase 2
Haal de scharnieren van de deurpost en de deur alsook de deurklinken, het slot en de slotplaat.
Fase 3
Haal de scharnieren uit elkaar.
Houd de scharnierhelften op de tegenoverliggende kant van het deurkozijn en teken hun positie af.
Fase 4
Kerf het hout langs de afgetekende lijnen in met een cuttermes. Steek het met behulp van een beitel weg, zodat de scharnierhelften netjes in het kozijn vallen.
Fase 5
Zet de deur in het kozijn en stel hem met behulp van wiggen.
Zorg ervoor dat er rondom 2-3 mm speling is tussen de deur en het kozijn.
Fase 6
Teken de plaats van de scharnieren op de zijkant van de deur af. Maak inkepingen in de deur met behulp van een hobbymes en een beitel.
Fase 7
Boor de schroefgaten voor en schroef de scharnierhelften aan de deur vast. Hang de deur in zijn scharnieren en stel hem met behulp van wiggen, zo dat u de scharnierpennen makkelijk kunt aanbrengen.
Fase 8
Boor in de zijkant van de deur een opening voor het slot.
Fase 9
Steek het slot in het gat en teken de contouren van de eindplaat af op de deur. Steek het hout weg zodat het slot netjes verzonken ligt in de deur.
Fase 10
Haal het slot weer uit de deur. Houd het op de juiste hoogte en diepte tegen de deur aan en teken de positie van de gaten voor de klink (en het eventuele sleutelgat) op de deur af.
Fase 11
Schroef het slot vast in de deur en markeer de plaats van de dagschoot (en eventueel: de sleutelschoot) op het kozijn.
Fase 12
Boor gaten voor de dagschoot (en eventuele sleutelschoot) uit. Teken de positie van de slotplaat op het kozijn af en steek het hout weg met een beitel zodat de plaat in het kozijn verzonken ligt. Vervolgens schroeft u de slotplaat op het kozijn vast.
Fase 13
Vul de oude inkepingen van de scharnieren (in de deur en het kozijn) op met een dun latje of stukjes hardboard.
Schuur, plamuur en schilder deze plekken.
Gordijnrails installeren
Fase 1
Bepaal de lengte van de rail. Deze lengte hangt af van de positie van het gordijn; wenst u het binnen het kozijn of voor het kozijn?
In het laatste geval telt u 2 maal 15 cm bij de kozijnbreedte op.
Komt het gordijn voor het kozijn, dan is het mooier als het er een stukje vanaf hangt.
Fase 2
Bepaal de hoeveelheid gordijnstof die u nodig hebt. Neem voor de breedte voor een enkelvoudige plooi 1.5 tot 2x de raillengte. Voor een dubbele plooi 2.5x de raillengte. Hoe ruimer de stof, hoe mooier de plooi valt. De lengte is afhankelijk van de hoogte van het plafond of de muur, indien u het aan de muur bevestigt.
Fase 3
Muurrail:
Teken met een fijn potlood de plaats waar de muurrail moet komen. Controleer met een waterpas of deze recht is. Boor om de 50 cm een gat in de muur (steenboor, 6 mm). Voorzie de gaten van pluggen.
Fase 4
Schroef de steunen op de muur of het kozijn. Schuif de rail in de steunen. Schuif een eindstop en het benodigde aantal runners op het onderdeel van de rail. Sluit de runners op met weer een eindstop.
Houd bij de keuze van de plug rekening met het soort plafond, bv. wel of geen plafondbalk
Fase 5
Schuif het benodigd aantal plafondsteunen over het bovendeel van de rail. Schuif een eindstop en het benodigd aantal runners in het onderdeel van de rail. Sluit de runners op met de eindstop. Schroef de rail met de steunen tegen het plafond.
Infrarood verwarming / vloer
Fase 1
Dek de vloer af met een dampremmende PE-folie, dicht de naden af met Alu-tape en plaats de ondervloer op de PE-folie.
Fase 2
Plaats eerst de voeler van de thermostaat op de ondervloer (10 centimeter van de muur).
Fase 3
Rol de vloerverwarmingsfolie uit op de ondervloer en knip deze op de juiste lengte indien nodig. Blijf minstens 10 centimeter van de wand. Fixeer de folie met bijgeleverde warmtebestendige tape.
Fase 4
Maak aan de installatie draden in een oog en verbind deze draden aan de vloerverwarmingsfolie met de bijgeleverde ponstang.
Fase 5
Isoleer de aansluitingen met warmtebestendige isolatietape. Sluit daarna de draden aan op de thermostaat (zie bijgeleverde handleiding thermostaat) en controleer de werking van de vloerverwaming
Fase 6
Werk de vloer af met een vloer naar keuze.
Kamerschermen
Fase 1
Zaag alle latten haaks en nauwkeurig op de juiste maat.
Fase 2
Schuur de MDFpanelen en zet ze vervolgens in de grondverf. Lak ze vervolgens af in de gewenste kleur.
Schuur alle latten licht op en zet ze in de grondverf. Lak ze vervolgens af in de gewenste kleur.
Fase 3
Bevestig aan één zijde van alle panelen de staande en de liggende delen van het frame met houtlijm en koploze spijkertjes.
Fase 4
Breng op elk paneel de staanders voor de vakken aan. De breedte van elk vakje is 12,5 cm.
Fase 5
Bevestig de liggers van de vakjes. De hoogte van elk vakje is 27.75 cm. Voer stap 4, 5 en 6 nogmaals uit, maar dan aan de achterkant van de panelen.
Fase 6
Schaaf de zijkanten van de schermen bij, zodat er een egale rand ontstaat.
Fase 7
Verbind de schermen met behulp van de kamerschermscharnieren. Bevestig glijdopjes aan de onderzijde van de schermen, zodat het geheel makkelijk te verschuiven is.
Fase 8
Tik alle spijkers na met een drevel en plamuur de gaatjes dicht. Schilder de voorkanten van de vakken met behulp van een klein rollertje.
Fase 9
Heeft u speciale kamerschermscharnieren gebruikt, monteer dan boven aan de buitenste schermen een klem voor een kledingrail.
Fase 10
Als u het scherm in een U-vorm neerzet en een kledingrail in beide klemmetjes legt, maakt u van uw kamerscherm een tijdelijke kledingkast.
Mobiele pilaarkast
Fase 1
Stel het blad van de zaagtafel in op een hoek van 45 graden. Zaag de lange zijden van alle MDF stroken op een breedte van 10,7 cm. Doe dit in verstek.
Fase 2
Verbind de 32 middellange MDF stroken (40 cm) twee aan twee aan elkaar, houtlijm en kopspijkers. Gebruik de blokken vurenhout (69×69 mm) als steun.
Verbind de delen tot slot ook nog met een paar schroeven.
Fase 3
Bevestig op dezelfde manier de 8 korte (30cm) en de 8 lange stroken (198 cm) met elkaar. Deze laatste stroken zullen de staanders vormen.
Fase 4
Lijm en spijker aan de bovenzijde van de 4 staanders een blokje MDF.
Fase 5
Stel de 4 staanders samen: per staander 3x een middellang en 1x een kort hoekstuk.
Lijm en spijker de hoekstukken vast, beginnend vanaf de bovenkant van de staander (bij het blokje MDF).
Het korte hoekstuk (30 cm) komt samen met het blok vurenhout onderaan.
Gebruik steeds een reststukje MDF om de afstand (18 mm) tussen de hoekstukken te bepalen.
Fase 6
Zet 3 staanders rechtop, op een vlakke ondergrond. Schuif de legplanken één voor één in de uitsparingen.
Plaatse dan de 4e staander op zijn plaats en schroef de staanders aan de legplanken vast (voorboren en verzinken).
Fase 7
Bevestig de afwerklatten (5 cm) tegen de planken. (lijmen en schroeven
Fase 8
Ontvet de MDF met reinigingsdoekje speciaal voor MDF. Vul alle schroefgaten op met MDF-vuller. Als deze droog is, kan u het glad schuren.
Fase 9
Zet de kast in de MDF grondverf. Geef zeker de onderzijde van de legplanken ook en laag grondverf.
Na droging de kast licht opschuren en eventuele naden dichtkitten met behulp van acrylaatkit.
Fase 10
Schilder de kast in de gewenste kleur voorze minimaal 2 lagen. Tussen de lagen door licht jes opschuren.
Fase 11
Leg de kast voorzichtig op zijn rug. Schroef de zwenkwielen stevig aan de staanders vast.
Folie op venster plaatsen
Fase 1
Alvorens te beginnen maakt u de ruit aan de binnenzijde grondig schoon en ontvet ze.
Fase 2
U bent de meeste inkijk kwijt als u een stuk folie aanbrengt tussen 1,50 en 1,80 meter hoog.
Teken de bovenlijn op de buitenkant van de ruit.
Fase 3
Het is mooier als u de ruit niet over de volle breedte beplakt maar aan weerszijden een strook open laat (bijvoorbeeld 1 cm breed).
Teken hiervoor aan een kant een verticale lijn op de buitenkant van de ruit.
Fase 4
Knip de folie op de gewenste maat.
Fase 5
Met een plantenspuit of spons maakt u de ruit aan de binnenkant nat.
Fase 6
Verwijder de beschermlaag van de folie en duw de folie tegen de ruit.
Door de waterfilm tussen ruit en folie kunt u de folie nog verschuiven.
Zorg dat de boven- en zijkant samenvallen met de afgetekende lijnen.
Fase 7
Veeg de overmaat aan water en eventuele luchtbellen weg met behulp van een ramenwisser.
Zorg dat de folie niet verschuift.
In eerste instantie zal het geheel er wat blauwig en bobbelig uitzien.
Wees gerust: als het water eenmaal verdampt is, zit de folie strak op de ruit.
Fase 8
Als de folie goed vastzit en de waterfilm opgedroogd is , kunt u figuren uitsnijden met een fijn cuttermes.
Hallogeenspots installeren
Fase 1
Om veilig te werkan alvorens u begint moet u altijd de stroom uitschakelen.
Fase 2
Kies waar de inbouwspots moeten komen. Dit hangt af van uw persoolijke noden en voorkeuren. De inbouwspots moeten minstens 30 cm uit elkaar worden
geplaatst. De maximale afstand hangt af van het vermogen van de spots en kunt u lezen op de verpakking of in de gebruiksaanwijzing.
Fase 3
Bepaal de grootte van het gat waarin straks de inbouwspot wordt
verwerkt. Op de verpakking of in de gebruiksaanwijzing van de spot zit
een gatenmal welke u kan overtrekken. Indien er geen mal bij de
inbouwspots zit, gaat u als volgt te werk:
– meet de binnendiameter
van de spot. Deze is bijv. 8 cm.
– deel de binnendiameter van de spot
door 2. Teken een rechts streepje (in dit geval 4 cm) op een stuk karton.
– zet de punt van de passer aan het begin van het streepje en het
potloodpuntje op het einde van het streepje. Trek nu met de passer een
rondje. Deze is nu gelijk aan de binnen diameter van de inbouwspot. Knip
het rondje uit en trek dit over op het plafond.
Fase 4
Zaag de gaten uit met een decoupeerzaag.
Fase 5
Bij dubbel geïsoleerde en ongeaarde spots verbindt u door middel van een kroonsteen het electriciteitssnoer van de contactdoos aan de blauwe en de zwarte draad van het lichtpunt in de kamer. Zo kunt u straks de spots bedienen met de schakelaar van dit lichtpunt. Zie het kleine overzichtsschema hiernaast.
Fase 6
Schuif de transformator door het gat en steek de stekker in het opbouwstopcontact.
Fase 7
Trek het snoer van de transformator door het gat en sluit deze aan op het witte blokje op de spot. Let op ! Wanneer u inbouwspots heeft zonder transformator, volgt u de volgende stap: Steek het electriciteitssnoer van bovenuit door het geboorde gat.
Vanuit het lichtpunt lopen 3 draden: een zwarte schakeldraad: een blauwe nuldraad; een geel/groene aardedraad.
Zorg ervoor dat , door middel van een kroonsteen het snoer van de contactdoos (met randaarde!) wordt aangesloten op de 3 draden die vanuit het lichtpunt lopen. Sluit kleur op kleur aan.
Fase 8
Om te weten hoe u de inbouwspot in het gat moet plaatsen, dient u gebruiksaanwijzing van de spot te raadplegen. De manier van plaatsen verschilt per inbouwspot.
Op deze afbeelding ziet u een voorbeeld van het plaatsen van een inbouwspot
Fase 9
Controleer zeker of de spots goed vast zitten en of er geen gereedschap of materialen boven het plafond zijn achtergebleven.
Belangrijk!!
Inbouwspots worden erg warm. Wanneer de inbouwspots worden afgedekt, kunnen ze de warmte niet kwijt. Hierdoor kan kortsluiting op brand ontstaan. Zorg er dus voor dat de spot niet bedekt worden door isolatiemateriaal of andere materialen die boven het plafond zijn achterbleven.
Fase 10
Ook voor het plaatsen van de lamp dienst u de gebruiksaanwijzing van de spot te raadplegen.
Let op ! Pak halogeenlampjes niet met de blote hand, maar met een zakdoek vast. Het glas mag niet vet worden, anders brandt de lamp zeer snel door.
U kan nu de stroom weer aanleggen.
Inkorten binnendeuren
Fase 1
Met een hamer en een drevel tikt u de scharnierpennen uit de scharnieren. Hef voorzichtig de deur uit de scharnieren en schroef de scharnieren los van de deur en het kozijn.
Fase 2
Meet de afstand tussen de nieuwe vloer en bovenkant van het deurkozijn. Vergeet niet de eventuele drempel mee te rekenen. Trek 5 millimeter van deze hoogte af, zodat de deur straks voldoende bewegingsruimte heeft.
Fase 3
Teken de nieuwe lengte op de deur af, gemeten vanaf de bovenzijde. Gebruik een winkelhaak voor het trekken van een haakse zaaglijn.
Fase 4
Leg de deur op een stevige werkbank zodat de deur goed ondersteunt is. Zaag het afgetekende deel af.
Werk de zaagsnede glad af met behulp van een schaaf en schuurpapier.
Fase 5
Teken de plek voor de nieuwe scharnieren op het kozijn af.
Fase 6
Kerf het hout op de afgetekende lijnen in met een cuttermes en steek met een scherpe beitel zoveel hout weg dat de scharnierhelften precies samenvallen met het kozijn.
Boor de schroefgaten voor met een 3mm houtboor en schroef de scharnierhelften vast.
Fase 7
Hef de deur in het kozijn en breng hem exact op de juiste hoogte, met behulp van een paar houten wigjes.
Controleer of de dag- en (eventuele) nachtschoot van het slot zich precies tegenover de bestaande slotopeningen in het kozijn bevinden.
Fase 8
Teken de plaats van de scharnieren op de deur af en maak de inkepingen voor de scharnieren.
Boor de schroefgaten voor met een 3mm houtboor en schroef de scharnierhelften vast.
Fase 9
Stel de deur opnieuw met behulp van houten wiggen, zo dat de scharnierhelften in elkaar vallen. Schuif de scharnierpennen in de scharnieren.
Massieve vloer leggen
Fase 1
Als de massieve vloer op een betonnen ondervloer komt, dan legt u eerst een vochtschermfolie op de betonnen ondervloer. Laat de randen 5 cm tegen de muur opstaan. Hierop legt u ondervloertegels.
Bij een houten ondervloer mogen de ondervloertegels direct op de houten vloer komen.
Fase 2
Begin in de linkerhoek aan de lange wand van de kamer. De messingzijde van de wand af. Zet afstandblokjes van 1,5 à 2 cm tussen de vloerdelen en de wand want hout is een natuurproduct en kan uitzetten en krimpen.
Fase 3
Leg de vloer door lijm aan te brengen in de groef van de korte zijde. Gebruik een watervaste lijm die transparant opdroogt. Schuif de lange zijden zonder lijm in elkaar.
Fase 4
De tweede strook begint u met het afgezaagde vloerdeel ,dit is het eindstuk van de vorige strook. Dit deel moet wel minstens 30 cm zijn. De naden van de korte zijden moeten steeds met minimaal 30 cm verspringen ten opzichte van de vorige strook.
Fase 5
Leg de tweede strook zo dicht mogelijk tegen de eerste strook en schuif de lange zijde aan de eerste strook. Dan deel voor deel in de vorige strook schuiven. Gebruik een aanslagklosje en een hamer.
Fase 6
Leg een vloerdeel op de laatste strook. Schuif hierover een vloerdeel aan tegen de wand voeg er afstandblokjes tussen. Het vloerdeel wat nu tussenbeide ligt, aftekene, afzagen en leggen.

Ramen en deuren

Kattenluik installeren
Fase 1
Meet eerst nauwkeurig de inbouwmaat van het gekochte kattenluikje.
Fase 2
Teken het gat af op de deur dit binnen de massieve onderregel en rand van de deur. Houd wel rekening met de afwerklijst van het luikje.
Fase 3
Boor op elke hoek een gat door de deur heen.
Fase 4
Zaag met een decoupeerzaag het gat uit de deur.
Fase 5
Steek een helft van het kattenluik door de deur en schroef het vast. Breng daarna de andere helft aan. Een kattenluik maakt uw woning gevoeliger voor inbraak. Controleer of inbrekers via het luik bij de deurgrendel kunnen komen, bijvoorbeeld met behulp van ijzerdraad. Zo ja, scherm dan de grendel af.
Installeren pennenslot
Fase 1
Kies eerst en vooral de plaats waar u het slot wilt monteren en duidt deze plek aan.
Fase 2
Neem de deur uit de sponning en zet hem vast. Teken de juiste plek van de slotkast zorgvuldig af teken ook een lijntje op de plek waar de sleuf gemaakt moet worden om het slot in de deur te laten vallen.
Fase 3
Boor zoveel mogelijk hout weg met een platte houtboor van 16 mm . Dit moet wel haaks gebeuren. Zet hiervoor met een lijmtang een recht latje haaks langs de deur.
Fase 4
Tijdens het boren houdt u het boortje en de hoek van het latje in één lijn. Om te maken dat u niet te diep boort, kunt u een stukje tape om het boortje plakken.
Fase 5
Met een scherpe beitel egaliseert u de binnenkant van het gat. Nu kunt u het slot in de opening plaatsen en de slotplaat aftekenen.
Fase 6
Met een beitel verzinkt u de plaat in de deur, vervolgens boort u de gaten voor het sleutelgat. Om de juiste plaats te bepalen, legt u het slot op de zijkant van de deur.
Fase 7
Het slot kan nu definitief worden vastgeschroefd en de deur weer in de sponning worden gehangen.
Fase 8
De pennen van het slot hebben een scherp puntje. Door de pennen met de sleutel uit te draaien, is de plaats waar de gaten voor de bussen van de contraplaat geboord moeten worden, gemakkelijk te bepalen. Ook hiervoor gebruikt u een platte houtboor van 16 mm.
Fase 9
De contraplaat moet nog even in het kozijn worden verzonken. Na het opschroeven van de plaatjes voor het sleutelgat is de klus geklaard. Het scherpe puntje van de slotpennen zou u voor de veiligheid nog even af kunnen vijlen.
Houtrot behandelen
Fase 1
Door met uw duim of met een schroevendraaier stevig op het hout te drukken kan u de zwakke plekken in het kozijn opsporen.
Fase 2
Om proper te werk te gaan en uw terras te beschermen brengt u een folie aan op de vensterbank.
Fase 3
Vuil en losse verf verwijdert u met een borstel en een verfkrabber.
Fase 4
Verwijder de slechte verf met verfafbijt. Smeer het hout in met een kwast met afbijtmiddel en krab het dan schoon met de verfkrabber.
Fase 5
Beitel voorzichtig de rotte plekken met de houtbeitel uit tot aan het schoon en droog hout.
Fase 6
Behandel de uitgehakte plek met houtrotstop
Fase 7
Als ook de randen van het kozijn beschadigd zijn, maak dan van een paar stukjes triplex een bekisting voor de houtrolvuller. Bekleed dit met plasticfolie aan de binnenzijde.
Fase 8
Schuur het volledige kozijn. Met een handschuurmachine komt u tot in de kleinste hoekjes wat de klus minder zwaar maakt. Grotere vlakken gaan sneller met een grotere schuurzool.
Fase 9
Maak houtrotvuller aan, zoveel als u binnen 20 minuten kunt verwerken. Meng de twee gelijke delen heel goed met elkaar, dan begint de verharding van de vuller.
Fase 10
Met de plastic spatel de vuller stevig in de openingen duwen en zo glad mogelijk afwerken. Grote gaten (na harding) in meerdere lagen vullen.
Fase 11
Met verfreiniger maakt u het hele kozijn proper zodat de verflaag goed hecht.
Fase 12
Alle stukken waar blank hout tevoorschijn komt in de grondverf zetten.
Fase 13
Slechte of gebarsten stopverf zeker verwijderen. Een kwast grondverf erover en na droging opnieuw in de stopverf zetten.
Fase 14
De herstelling met een beitel afwerken, schuren en ivervolgens in de grondverf zetten. Daarna nog eens licht opschuren en kleine oneffenheden met plamuur opvullen. Let op: breng plamuur spaarzaam aan.
Fase 15
Het hele kozijn voorlakken en na droging licht opschuren. Dan kunt u definitief aflakken.
Folie op venster plaatsen
Fase 1
Alvorens te beginnen maakt u de ruit aan de binnenzijde grondig schoon en ontvet ze.
Fase 2
U bent de meeste inkijk kwijt als u een stuk folie aanbrengt tussen 1,50 en 1,80 meter hoog.
Teken de bovenlijn op de buitenkant van de ruit.
Fase 3
Het is mooier als u de ruit niet over de volle breedte beplakt maar aan weerszijden een strook open laat (bijvoorbeeld 1 cm breed).
Teken hiervoor aan een kant een verticale lijn op de buitenkant van de ruit.
Fase 4
Knip de folie op de gewenste maat.
Fase 5
Met een plantenspuit of spons maakt u de ruit aan de binnenkant nat.
Fase 6
Verwijder de beschermlaag van de folie en duw de folie tegen de ruit.
Door de waterfilm tussen ruit en folie kunt u de folie nog verschuiven.
Zorg dat de boven- en zijkant samenvallen met de afgetekende lijnen.
Fase 7
Veeg de overmaat aan water en eventuele luchtbellen weg met behulp van een ramenwisser.
Zorg dat de folie niet verschuift.
In eerste instantie zal het geheel er wat blauwig en bobbelig uitzien.
Wees gerust: als het water eenmaal verdampt is, zit de folie strak op de ruit.
Fase 8
Als de folie goed vastzit en de waterfilm opgedroogd is , kunt u figuren uitsnijden met een fijn cuttermes.
Buitendeur bevestigen
Fase 1
Meet de deurbreedte en de plaats van het slotgat. U kunt dit gat eventueel van tevoren, in de deur laten aanbrengen.
Maak houten wiggen voor het stellen van de deur. Tik de bestaande scharnierpennen los met een hamer en een drevel. Til de deur uit de scharnieren en schroef ze los.
Fase 2
De nieuwe deur schaaft u precies op maat.
Fase 3
Teken de scharnieren af op het kozijn. Let op: voordeur draait altijn naar binnen.
Fase 4
Kerf het hout langs de lijnen in met een cuttermes. Steek het hout weg met een scherpe beitel tot er precies een scharnierhelft in past. Steek niet teveel uit, anders zal de deur later niet goed sluiten. Schroef de scharnierhelften vast.
Fase 5
Zet de deur in de sponning en stel hem met behulp van houten wiggen. Teken de plaats van de scharnieren af op de deur en de plek van het slotgat op het kozijn.
Maak er de inkepingen voor de scharnieren in en schroef de scharnierhelften vast op de deur. Stel de deur opnieuw met behulp van houten wiggen, zodat de scharnierhelften in elkaar vallen. Schuif de scharnierpennen er vervolgens in.
Fase 6
Oplegslot:
Schroef het slot op de deur en teken de plek voor de sluitplaat op de deurpost af. Boor het slotgat uit met een speedboor en steek het hout rondom weg, zodat de sluitplaat netjes verzonken is. Wilt u weten hoe, klik dan op boren. Controleer of het gat groot genoeg is en schroef dan de sluitplaat op de deurpost.
Fase 7
Insteekslot:
Teken de dikte van het slot af op de voorkant van de deur. Boor dit voorzichtig uit met een speedboor, 0.5cm dieper dan het slot werkelijk is. Werk de randen van het gat bij met een beitel. Schuif het slot in de deur en teken de randen op de deur af. Steek het hout weg met een beitel zodat het slot netjes verzonken is. Teken de plek voor de sluitplaat op het kozijn af. Boor het slotgat uit (speedboor) en steek het omliggende hout weg zodat de sluitplaat netjes verzonken is.
Fase 8
Teken de gaten voor de deurklink en sleutelgat op de deur af vervolgens boort u de gaten er voorzichtig in.
Automatische garagedeur
Fase 1
Verwijder eerst eventuele vergrendelingen die eerder op de garagedeur zijn aangebracht.
Fase 2
Draai de ketting om het eindstuk en verbind beide kettinguiteinden met behulp van het sluitstuk.
Schuif het eindstuk met ketting door de geleiderail, totdat de bout van het eindstuk aan de andere kant van de rail uitsteekt.
Fase 3
Schuif de poortarmslede in de geleiderail.
Bevestig de poortarm aan de slede en de deurbevestiging aan de poortarm.
Fase 4
Draai het andere uiteinde van de ketting om de aandrijfkop van de motor en schuif deze in het uiteinde van de voorziene rail.
Fase 5
Span de ketting door het eindstuk met een moer aan te draaien. Niet te strak, maar ook niet zo los dat de ketting doorhangt.
Bevestig de lateibeugel aan het uiteinde van de geleiderail.
Fase 6
Schroef het uiteinde van de geleiderail vast aan de latei boven de garagedeur op ongeveer een 5-12 cm onder het plafond.
Hang de rail mooi recht met de waterpas, met behulp van de ophangbeugel.
Fase 7
Schroef de poortarm vast aan de bovenkant van de garagedeur.
Fase 8
Ontgrendel de aandrijving door middel van de noodontgrendeling en sluit de garagedeur handmatig
Zet de “dicht”-schakelaar vast op de geleiderail, op de plek waar zich op dat moment de slede bevindt (vastklikken, kwartslag).
Doe de garagedeur weer open en klik ook de “open”-schakelaar op de geleiderail vast, wederom op de plek waar de slede zich dan bevindt.
Fase 9
Monteer desgewenst de besturingsknop voor sleutelbediening aan de buitenzijde van de garage, op minimaal 1,5meter hoogte.
Bevestig waarschuwingsbordjes die werden meegeleverd.
Fase 10
Test de garagedeuraandrijving uit door de ‘leertoets’ in te drukken (zie fase 11). Pas indien nodig de positie van de open- en dichtschakelaar op de rail iets aan.
Zet een voorwerp onder de deur en controleer of de garagedeuraandrijving daarop reageert: hij moet automatisch weer omhoog gaan. Dit ter voorkoming dat iemand onder de deur bekneld kan raken.
Fase 11
ROGRAMMEERPROCEDURE BG63 GARAGEDEUROPENER
1. u haalt de spanning van de garagedeuropener af,
2. zet na 10 seconden de spanning weer op de garagedeuropener,
3. druk achterop de garagedeuropener op het knopje “LERN” (1) totdat het rood LED lichtje (deze kunt u vinden tussen het spleetje(2) van het knopje en de kast) helemaal oplicht,
4. Druk op de grote knop van de handzender (3) (uw lampje van de handzender (5) licht groen op),
5. Nu heeft u kanaal 1 geprogrammeerd van de garagedeuropener,
6. Herhaal punt 3,
7. Nu drukt u op uw handzender eerst het kleine knopje (4) en meteen daarna de grote knop in, uw lampje van de handzender (5) licht nu rood op,
8. Nu heeft u kanaal 2 geprogrammeerd,
9. Herhaal punt3,
10. Nu drukt u op uw handzender 2x kort op het kleine knopje (4) en daarna op de grote, nu licht het lichtje oranje/geel (5) op,
11. Druk nu kort op de leertoets (1) achterop de garagedeuropener, de garagedeuropener moet nu zelf beginnen te werken,
12. Nu moet de garagedeuropener klaar zijn voor gebruik.
Luifel installeren boven deur
Fase 1
Zaag beide zijlatten overlangs schuin door.
Aan de achterzijde worden ze 140 mm breed en aan het andere uiteinde worden ze 69 mm breed.
Fase 2
Haal aan de beide uiteinden van de zijlatten een blokje hout weg van 10×33 mm.
Zaag de latten hiervoor eerst 1 cm diep in en steek dan het hout met behulp van een beitel weg.
Fase 3
Boor 3 gaten doorheen de muurlat met een houtboor van 8mm. Hou de lat waterpas op 20 cm boven de deurpost en duidt de gaten op de muur af.
Boor de gaten in de muur met behulp van een steenboor van 12 mm.
Steek vervolgens de keilbouten erin en zet de muurlat op de muur vast met behulp van een steeksleutel.
Fase 4
Lijm en schroef de zijlatten tegen de muurlat.
Fase 5
Lijm en schroef de frontlat tussen beide zijlatten. U moet terug de schroefgaten eerst voorboren en ruimen.
Fase 6
Lijm en schroef de dwarse daksteunen aan de binnenkant van de zijlatten, op 3 cm vanaf de onderzijde.
Fase 7
Lijm en schroef het plafondpaneel vanaf de onderkant tegen de steunen vast.
Fase 8
Lijm en schroef het dakpaneel op de muurlat, zijlatten en frontlat.
Fase 9
Het dakje kan u bekleden met shingles.
Fase 10
Werk de randen van het dak af met hoeklatten.
Zaag deze in verstek en zet ze met korte schroeven op het dak vast, door de shingles heen.
Fase 11
Het afdak plaatst u in de grondverf. Maak de schroefgaten dicht met plamuur enschuur het geheel. U kan nu de luifel lakken in de gewenste kleur. 3 lagen zijn gewenst tussen de lagen door lichtjes opschuren.
Fase 12
Vul de opening tussen de muurlat en de muur op met butyleenkit
Insteekgrendels installeren
Fase 1
Kijk eerst en vooral na of de scharnieren van de deur goed vast zitten. Is dit niet het geval, vervang ze dan door
veiligheidsscharnieren. Deze zijn voorzien van dievenklauwen, waardoor de deur niet uit de sponning gelicht kan worden
Fase 2
Teken de breedte en de diepte van de slotkast op de deur af, op 30 cm van de bovenkant en op 30 cm van de onderkant van de deur.
Fase 3
Met een speedboor boort u het gat grof uit, (0,5 cm dieper dan nodig).
Fase 4
Klem met behulp van lijmklemmen een plankje aan weerszijden van de deur. Zo kan de deur niet scheuren tijdens het uitboren.
Fase 5
Met een steekbeitel, kan u het slotgat bijwerken indien nodig.
Fase 6
Steek het slot in de deur en teken de slotplaat af. Steek het hout een paar millimeter weg met behulp van een beitel, totdat de slotplaat precies in het hout valt.
Fase 7
Hou het slot tegen de deur en teken zowel aan de binnen-en buitenkant; de positie van het sleutelgat af . Boor het sleutelgat dwars door de deur heen. Steek de grendel in de deur en schroef de slotplaat vast.
Fase 8
Schroef aan weerszijden van de deur de sierplaatjes over het sleutelgat.
Fase 9
Sluit de deur en draai het slot met de sleutel dicht. Duw de grendelpennen zo hard tegen het kozijn dat ze een afdruk achterlaten.
Fase 10
Boor op deze gemarkeerde plaatsen de contragaten in het kozijn met een 10 mm houtboor.
Fase 11
Teken de omtrek van de afdekplaat af op het kozijn. Steek het hout een paar millimeter weg met behulp van een beitel, tot de afdekplaat precies in het hout valt. Schroef de afdekplaten op het kozijn.
Inkorten binnendeuren
Fase 1
Met een hamer en een drevel tikt u de scharnierpennen uit de scharnieren. Hef voorzichtig de deur uit de scharnieren en schroef de scharnieren los van de deur en het kozijn.
Fase 2
Meet de afstand tussen de nieuwe vloer en bovenkant van het deurkozijn. Vergeet niet de eventuele drempel mee te rekenen. Trek 5 millimeter van deze hoogte af, zodat de deur straks voldoende bewegingsruimte heeft.
Fase 3
Teken de nieuwe lengte op de deur af, gemeten vanaf de bovenzijde. Gebruik een winkelhaak voor het trekken van een haakse zaaglijn.
Fase 4
Leg de deur op een stevige werkbank zodat de deur goed ondersteunt is. Zaag het afgetekende deel af.
Werk de zaagsnede glad af met behulp van een schaaf en schuurpapier.
Fase 5
Teken de plek voor de nieuwe scharnieren op het kozijn af.
Fase 6
Kerf het hout op de afgetekende lijnen in met een cuttermes en steek met een scherpe beitel zoveel hout weg dat de scharnierhelften precies samenvallen met het kozijn.
Boor de schroefgaten voor met een 3mm houtboor en schroef de scharnierhelften vast.
Fase 7
Hef de deur in het kozijn en breng hem exact op de juiste hoogte, met behulp van een paar houten wigjes.
Controleer of de dag- en (eventuele) nachtschoot van het slot zich precies tegenover de bestaande slotopeningen in het kozijn bevinden.
Fase 8
Teken de plaats van de scharnieren op de deur af en maak de inkepingen voor de scharnieren.
Boor de schroefgaten voor met een 3mm houtboor en schroef de scharnierhelften vast.
Fase 9
Stel de deur opnieuw met behulp van houten wiggen, zo dat de scharnierhelften in elkaar vallen. Schuif de scharnierpennen in de scharnieren.
Gordijnrails installeren
Fase 1
Bepaal de lengte van de rail. Deze lengte hangt af van de positie van het gordijn; wenst u het binnen het kozijn of voor het kozijn?
In het laatste geval telt u 2 maal 15 cm bij de kozijnbreedte op.
Komt het gordijn voor het kozijn, dan is het mooier als het er een stukje vanaf hangt.
Fase 2
Bepaal de hoeveelheid gordijnstof die u nodig hebt. Neem voor de breedte voor een enkelvoudige plooi 1.5 tot 2x de raillengte. Voor een dubbele plooi 2.5x de raillengte. Hoe ruimer de stof, hoe mooier de plooi valt. De lengte is afhankelijk van de hoogte van het plafond of de muur, indien u het aan de muur bevestigt.
Fase 3
Muurrail:
Teken met een fijn potlood de plaats waar de muurrail moet komen. Controleer met een waterpas of deze recht is. Boor om de 50 cm een gat in de muur (steenboor, 6 mm). Voorzie de gaten van pluggen.
Fase 4
Schroef de steunen op de muur of het kozijn. Schuif de rail in de steunen. Schuif een eindstop en het benodigde aantal runners op het onderdeel van de rail. Sluit de runners op met weer een eindstop.
Houd bij de keuze van de plug rekening met het soort plafond, bv. wel of geen plafondbalk
Fase 5
Schuif het benodigd aantal plafondsteunen over het bovendeel van de rail. Schuif een eindstop en het benodigd aantal runners in het onderdeel van de rail. Sluit de runners op met de eindstop. Schroef de rail met de steunen tegen het plafond.
Bevestigen tochtwering
Fase 1
Algemeen
Ontvet het oppervlak eerst grondig en maak het goed droog alvorens u zelfklevend tochtband aanbrengt.
Fase 2
Tochtwering bij schuifpui
Schuif de pui gedeeltelijk open, zodat er ruimte is tussen het vaste kozijn en de ruit.
Fase 3
Meet de lengte van het kozijn op en knip het tochtband op lengte af.
Fase 4
Vouw het tochtband dubbel zodat het de vorm van een V aanneemt.
Fase 5
Verwijder het beschermpapier.
Druk de zelfklevende strook tegen het kozijn. De punt van de V moet naar achteren gericht zijn. Als het waait zal de wind de V openduwen waardoor het profiel tegen het hout aan gedrukt wordt.
Fase 6
Tochtwering bij opdek deuren
Deze deuren vallen over het kozijn heen, plak daarom de tochtband op de deur.
Zet de deur helemaal open zodat u voldoende werkruimte heeft.
Fase 7
Meet de lengte en de breedte van de deur op en knip de tochtband op maat af: 2x de lengte en 1x de breedte van de deur.
Fase 8
Nadat u het beschermpapier verwijdert heeft, plakt u de tochtband aan weerszijden van de deur alsook aan de onderkant van de deur.
Dankzij de E-vorm van de tochtband kan de deur goed dichtvallen.
Fase 9
Tochtwering bij ramen en stompe deuren
Omdat ramen en stompe deuren binnen het kozijn vallen, brengt u het tochtband op het kozijn aan.
Zet de deur of het raam volledig open, zodat u voldoende werkruimte heeft.
Fase 10
Meet de lengte en de breedte van het kozijn op en knip de tochtband op maat. Bij ramen rondom, bij deuren beide lange zijden en de bovenkant.
Fase 11
Verwijder eerst het beschermpapier en plak de tochtband op de sponning van het kozijn.
Fase 12
Bevestiging op de deur
Eerst en vooral de correcte breedte van de deur opmeten en zaag de aluminium of kunststof tochtstrip op maat, met een ijzerzaag.
Fase 13
Schroef de strip tegen de onderzijde van de deur. Zorg ervoor dat de borstel de drempel of vloer nog net raakt.
Fase 14
Bevestiging onder de deur
Als de kier onder de deur breder is dan de borstelbreedte van de tochtstrip, moet u de deur eerst verlengen. Lijm en spijker dan een strookje hout tegen de onderkant van de deur.
Fase 15
Verwijder de scharnierpennen, til de deur uit zijn scharnieren en leg hem op een werktafel
Fase 16
Eerst en vooral de correcte breedte van de deur opmeten en zaag de aluminium of kunststof tochtstrip op maat, met een ijzerzaag.
Fase 17
Schroef de strip vast op de onderkant van de deur.
Hang de deur weer in zijn scharnieren.
Aanbrengen dievenklauwen
Fase 1
Controleer eerst of de scharnieren goed vast zitten en makkelijk draaien. Zet ze zonodig vast en olie de scharnierpennen in. Als de scharnieren niet zo best meer zijn, vervang ze dan door veiligheidsscharnieren. Deze zijn al voorzien van dievenklauwen.
Fase 2
Lichte raampjes kunt u ook beveiligen met dievenpennen. Verwijder de middelste schroef van het scharnier en schroef in de plaats een dievenpen.
Fase 3
Boor op 2 plaatsen een gat van 6mm in het raam, 5cm onder het scharnier.
Fase 4
Steek de middelste punten in de gaten en sluit het raam. Boor op de afdrukken van de middelste punten een gat in het kozijn van 10mm en 2cm diep.
Fase 5
Boor ook de gaten in het raam uit tot 10mm en 3cm diep. Sla de dievenpennen in het raam en de contrabussen in het kozijn.
Fase 6
In veel gemeentes voert de politie desgewenst een veiligheidscontrole uit. Of kan u info aanvragen om uw woning te beveiligen. Zeker als u met vakantie bent.

Trappen en treden

Aanbrengen trapleuning
Fase 1
Leuningsteunen met schroefgaten
Zet de eerste- en de laatste steun voorlopig met één schroef vast aan de leuning, op 20cm vanaf het einde.
Maak dat ze recht in één lijn liggen.
Fase 2
Teken de hoogte van de leuning op de muur af, op een aantal plaatsen.
De standaardhoogte bedraagt 120cm boven de traptreden, maar u kunt die hoogte aanpassen aan uw eigen lengte.
Fase 3
Voor deze klus werk je best met zijn tweeën: 1 iemand houdt de leuning op de afgetekende hoogte, de ander tekent de lijnen van beide steunen op de muur af.
Fase 4
Maak beide steunen opnieuw los, hou ze op de afgetekende plaats tegen de muur en duidt alleen het onderste schroefgat aan.
Boor gaten in de muur (8mm), voorzie deze van pluggen en schroef de steunen voorlopig vast.
Fase5
Leg de leuning los op de 2 steunen. Draai de steunen totdat de leuning mooi in de komvalt.
Fase 6
Duidt de overige schroefgaten van beide steunen op de muur aan.
Draai de steun naar beneden, boor gaten en zet beide steunen definitief vast aan de muur.
Fase 7
Schroef de trapleuning vast aan de beide steunen zodat de eerste steun op 20 cm vanaf het uiteinde zit.
Fase 8
Kies de positie van de overige steunen en markeer de schroefgaten op de muur .
Hou een onderlinge afstand aan van ong 80 cm.
Zet ook deze steunen vast met pluggen en schroeven. Als laatste schroeft u de leuning op de steunen.
Fase 9
Leuningsteunen met keilbout
Ook bij deze soort van steunen markeert u eerst de lijnen van de 2 uiterste steunen op de muur af (lees fase 1-3 hierboven).
Geef in de afgetekende cirkels het middelpunt aan, door middel van 2 diagonalen.
Fase 10
Boor op deze plaatsen gaten in de muur. Begin met de 8mm boor en ruim dit gat vervolgens met de 12mm boor.
Steek keilbouten in de gaten en draai deze met een steeksleutel aan, tot ze stevig vast zitten.
Fase 11
Schroef de steunen op het draadeind van de keilbouten.
Fase 12
Leg de leuning op de steunen en schroef hem daaraan vast.
Ga op dezelfde manier te werk om de overige steunen te bevestigen.

Bad en douche

Afkitten
Fase 1
Vooraleer u start moet de ondergrond geheel droog, vet- en stofvrij. Wilt u de kitnaad later overschilderen, kijk op de verpakking of dit mogelijk is. Plak voor het verkrijgen van een strakke naad aan beide zeiden van de voeg 2 stroken plakband. Houd hierbij 6mm tussenruimte aan.
Fase 2
Snijd met een cuttermes het topje van de kitkoker af.
Fase 3
Snijd een deel van de spuitmond schuin af zodat de opening even groot is als de gewenste voegbreedte.
Fase 4
Plaats de koker in de kitspuit. Spuit in een gelijkmatige beweging een ril kit tussen de stroken plakband. Let op: spuit niet teveel.
Fase 5
Maak uw vinger nat met water en zeep. Strijk de kitril glad. Zorg ervoor dat u vinger steeds proper is.
Fase 6
Wacht tot zich op de kit een iets steviger oppervlakte gevormd heeft. Verwijder voorzichtig de plakband en strijk de kitranden nogmaals zachtjes met een natte vinger glad.
Aanleggen betonvloer
Fase 1
Met behulp van een cirkelzaag zaagt u de vloerdelen door en verwijder ze.
Controleer de vloerbalken en vervang aangetaste delen (zie klusbeschrijving: Vloerbalken repareren)
Fase 2
Leg de stalen platen haaks op de vloerbalken.
Zet ze om de 50 cm in de balken vast met een spijker door de onderflens van het profiel.
Aan de korte zijde moeten de platen een overlap hebben van 5-10 cm. Aan de lange zijde is een overlap van 2 cm. voldoende.
Fase 3
De dikte van de betonlaag moet overal 3 cm. zijn;
Verdeel daarom de vloer in een aantal stroken door de houten regels (30×18 mm) over de platen te leggen.
Zorg dat de afstand tussen deze regels kleiner is dan de breedte van uw afreilat.
Fase 4
Maak het beton aan en stort het telkens tussen de regels.
Prik het gestorte beton na met een lange schroevendraaier, zodat het goed in het profiel zakt en eventuele luchtbellen kunnen zo ontsnappen.
Maak het beton effen door de afreilat in een zigzagbeweging over de latten naar u toe te trekken. Breng wat extra beton aan indien nodig.
Fase 5
Trek de regel voorzichtig uit het beton en vul de kier op.
Schuur de vloer met vloeiende, draaiende bewegingen dicht, je kan hiervoor een schuurplank gebruiken.
Maak de vloer zo effen mogelijk met behulp van een metalen spaan.
Fase 6
Besprenkel de vloer met een natte borstel.
De eerste 3 dagen niet lopen op de nieuwe vloer en pas op de 4e dag betegelen.
Antislip middelen
Fase 1
Op een houten trap gebruikt u best zelfklevende antislip strips.
Ontvet eerst de treden, zo houden de strips veel langer.
Zet op de elke trede een maatstreepje op 3 cm vanaf de rand.
Meet de breedte van de treden, ter hoogte van deze 3 cm lijn.
Knip de antislip strip op maat en plak hem vast met behulp van de zelfklevende strook.
Fase 2
Trappen met tredematten:
Zorg er zeker voor dat de matten mooi in het midden komen te liggen. Meet de breedte van traptrede en die van de mat op. Trek beide maten van elkaar af en deel het zo verkregen getal door 2. Dat is de afstand tussen het uiteinde van de mat en het uiteinde van de traptrede.
Geef dit met een potloodstreepje aan.
Indien de treden van de trap van elkaar verschillen moet u deze berekening voor iedere trede maken.
Ontvet de treden, verwijder het beschermpapier aan de achterzijde van de matten en plak ze, tegen het markeerstreepje, op de treden vast.
Fase 3
Aluminium traptrede matten schroeft u op de treden vast.
Fase 4
In de badkamer kan u kiezen voor antislip vloertegels.
Als u uw badkamer opnieuw gaat vloeren: breng dan in ieder geval op strategische plekken speciale antisliptegels aan. Verwijder resten tegellijm en voegmiddel direct, want door het ruwere oppervlak is dat bij deze tegels later moeilijk.
Fase 5
In het bad of de douche zelf gebruikt u rubberen antislipmatten.
Maak de badkuip of douchebak vetvrij en droog.
Druk de mat met de zuignappen stevig aan en kijk na of hij goed vast zit.
Fase 6
Antislip stickers
Met antislip stickers maakt u bestaande, gladde vloertegels of de douchebak en badkuip stroef. Voor het aanbrengen het oppervlak goed ontvetten en afdrogen
Fase 7
Tuintegels en houten planken kunnen spekglad worden door de ontwikkeling van algen. Hiervoor heb je speciale middeltjes om algengroei tegen te gaan.
Verdun het middel volgens de voorschriften op de verpakking en breng het op met een zachte bezem.
Laat het middel inwerken en verwijder de aanslag door stevig te schrobben met een harde bezem of met behulp van een hogedrukspuit.
Fase 8
Een terras van gewone (hard)houten planken op –tegels wordt bij vochtig weer snel glad. Gebruik daarom bij voorkeur steigerplanken of tegels waarbij het hout voorzien is van groeven. Dat biedt duidelijk meer houvast.
Maar zelfs deze planken worden op den duur glad. Maak ze daarom regelmatig schoon, zonodig met een groene aanslag verwijdermiddel.
Douchewand aanbrengen
Fase 1
Bepaal het middelpunt van de douchebak.
Vanaf dit punt tekent u 2 loodrechte lijnen op de tegelwand, met een waterpas.
Fase 2
Indien nodig verwijdert u het afdichtrubber uit de muurprofielen. Plaats vervolgens het middelpunt van de muurprofielen op de potloodlijn.
Teken de voorgeboorde schroefgaten af op de muur.
Fase 3
Boor de schroefgaten in de muur (steenboor, 6mm) en steek er pluggen in
Fase 4
Spuit aan de achterzijde van de muurprofielen een beetje sanitairkit en vijs de muurprofielen op hun plaats vast.
Fase 5
Breng waar nodig de afdichtrubbers weer in de profielen aan. Schroef het hoekprofiel losjes vast aan de douchewanden
Fase 6
Plaats de douchewand en (schuif)deuren in de muurprofielen en vijs het frame losjes vast.
Fase 7
Stel de douchewand en/of (schuif)deur waterpas, door deze aan de bovenzijde van het muurprofiel uit te trekken of in te duwen.
Draai alle schroeven nu strak aan.
Plaats de afsluitdoppen aan de bovenzijde van de profielen.
Fase 8
Probeer of de deur soepel loopt. Indien dit zo is kan douchecabine aan de buitenkant worden afgekit.
Laat de kit een dag drogen.
Faiences snijden
Fase 1
RECHT AFSNIJDEN
Met een rolmaat meet u nauwkeurig de maat van het te bezetten stuk wand of vloer op. De voegbreedtes worden hier wel vanaf getrokken.
Fase 2
Met een viltstift en een winkelhaak tekent u de afmeting op de tegel nauwkeurig af .
Maak dat afgesneden kant van de tegel in de hoek komt. Dti zal ethisch mooier zijn.
Fase 3
Leg de faience of tegel in de tegelsnijder en duw het mesje enige malen over de tegel, tot dat er een kras in het glazuur ontstaat.
Zorg ervoor dat ook het glazuur aan begin en eindpunt goed ingekrast zijn.
Breek de tegel op de snijlijn door er een schroevendraaier onder te leggen en aan weerszijden van de snijlijn op de tegel te drukken.
Fase 4
Verwijder oneffenheden op het breukvlak voorzichtig met behulp van een knabbeltang of een vijl.
Fase 5
VORMEN UITSTNIJDEN
Gebruik voor het aftekenen van lastige vormen (bijvoorbeeld: wastafelrand) een profielmal.
Druk deze tegen het obstakel aan zodat de pennen de vorm zoveel mogelijk volgen en teken deze vorm op de tegel af.
Fase 6
Kras het glazuur in met behulp van een glassnijder en breek de afgetekende vorm voorzichtig af.
Werk het breukvlak zonodig bij met een vijl.
Fase 7
RONDE GATEN MAKEN
Voor het maken van een leidingdoorvoer tekent u het gat op de tegel of faience af en met een boor van 8 mm boort u een gat binnen deze cirkel.
Zaag het gat uit met behulp van een beugelzaag (met grit zaagblad) en verwijder achtergebleven randjes met een speciaal hiervoor bedoelde gatentang of een ronde vijl.
Fase 8
U kunt de doorvoer van de leiding ook uit 2 stukken maken: Snij de tegel door ter hoogte van het hart van het afgetekende gat.
Zaag in beide tegelhelften voorzichtig een halve cirkel uit, met behulp van een zaag. Vijl de snijvlakken bij en lijm beide helften om de leiding heen op de muur.
Fase 9
Gaten voor wandcontactdozen maakt u met behulp van een tegelgatenzaag.
Plaats het boortje in het hart van de cirkel en oefen lichte druk uit zodat de boor langzaam door de tegel heen gaat.
Nu de gatenzaag gefixeerd is kunt u een perfect rond gat in de tegel uitzagen.
Installeren muurventilator
Fase 1
Op de plaats waar je de ventilator wenst, tekent u het gat af op de binnenmuur. Boor gaten door de muur heen, loodrecht op de getekende lijn.
Fase 2
Hak met een kleine steenbeiteltje zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van de muur een ondiep gat. Werk vervolgens van binnenuit naar buiten toe.
Fase 3
Kap bij een spouwmuur eerst de liggende voeg uit, over een breedte van 2 stenen. Schuif een stukje hardboard door de spleet in de spouw, om het gruis op te vangen. Haal na afloop het puin en gruis via het gat weg en maak de voeg weer dicht. Zo voorkomt u vervuiling van de spouw waardoor vochtproblemen kunnen ontstaan.
Fase 4
Zaag met een ijzerzaag een stuk PVC pijp op maat en schuif deze door het gat. Maak de kier aan de binnenkant dicht met acrylaatkit, aan de buitenkant met PUR schuim. Schuif de ventilator in de pijp en zet hem op de muur vast (pluggen, schroeven).
Fase 5
Monteer het ventilatierooster op de buitenmuur met schroeven en pluggen. Zorg dat de lamellen dakpansgewijs naar beneden wijzen.
Fase 6
Sluit de ventilator aan op het lichtnet. Heeft de ventilator geen vochtsensor, stel dan een doorlooptijd in: de beslagen badkamerspiegel moet binnen 10 minuten weer helder zijn.
Fase 7
Met een licht vochtige doek reinigt u de ventilator . Zorg wel dat er absoluut geen water in het motorhuis loopt!
Kranen vervangen
Fase 1
Ga na of de beide koppelingen goed zitten: Dit houdt in:
– Zijn ze even diep?
– Hebben ze de juiste afstand?
– Zijn ze mooi horizontaal?
Schroef de kraan er losjes op en stel de koppelingen eventueel iets bij indien nodig.
Fase 2
Badkranen hebben een hartafstand van ongeveer 150mm. Douchekranen worden uitgevoerd in 120 of 150mm. U kunt wel een 150mm kraan monteren op een 120mm muurplaat (met behulp van de S-koppelingen), maar niet andersom.
Fase 3
Sluit de hoofdkraan van de waterleiding en eventueel de boilerkraan. Zet alle kranen in badkamer en hoger gelegen vertrekken open, dit tot er nergens meer water meer uit stroomt.
Fase 4
De oude kraan mag u vervolgens losmaken en verwijder de rozetten en S-koppelingen.
Fase 5
Plaats de nieuwe S-koppelingen, wind eerst loctite om de koppeling en draai de S-koppelingen in de waterleiding, maar let op: niet te vast. Controleer of de koppelingen goed zitten voor de nieuwe kraan door hem er losjes op te schroeven en de koppelingen eventueel iets bij te stellen.
Fase 6
Ga na of de beide koppelingen goed zitten: Dit houdt in:
– Zijn ze even diep?
– Hebben ze de juiste afstand?
– Zijn ze mooi horizontaal?
Verwijder de kraan en plaats de rozetten. Wind loctite met de klok mee om de vrije uiteinden van de S-koppelingen.
Fase 7
Kijk na of de filtjes en pakkingen van de kraan nog op hun plaats zitten en schroef de kraan met de hand op de S-koppelingen.
Fase 8
Gebruik een bahco-sleutel en een doekje tussen de sleutel en de kraan om de kraan goed vast te draaien. Sluit alle geopende kranen. Open de hoofdkraan en controleer op lekkage.
Fase 9
Kijk meteen even naar de douchekop. Een waterbesparende douchekop biedt hetzelfde douchecomfort maar bespaart jaarlijks per persoon 3000-6000 liter warm water! Goed voor uw eigen portemonnee en voor het milieu.
Leidingen verbergen
Fase 1
Meet hoe ver de leidingen uitsteken op de muur en reken hierbij de dikte van het plaatmateriaal en nog eens 2 cm extra: zo bepaalt u de breedte van de koker.
Zaag een strook plaatmateriaal af van deze breedte en teken hierop de uitsparing voor de buizen ruim af. Zaag de uitsparing uit.
Fase 2
Meet de hoogte voor het zijpaneel. Deze hoogte is gelijk aan de hoogte waarop de horizontale buizen lopen plus 2 cm extra. Zaag het zijpaneel op maat en schroef de strook met de uitsparing hierop van bovenaf vast. Boor eerst voor om splijten te voorkomen. Zet een streep op de muur langs de bovenkant van de zo ontstane koker.
Fase 3
Haal de koker weg en teken heel precies de dikte van het plaatmateriaal af onder de eerder getrokken streep. Doe dit op verschillende plaatsen, met ± 25 cm tussenruimte. Lijm met contactlijm op de afgetekende plekken een aantal klosjes op de muur.
Fase 4
Breng op dezelfde manier klosjes aan op de vloer. U kunt met de koker op de klosjes lijmen of schroeven, maar dat is niet per se nodig. Breng sanitairkit aan op de randen van de koker en zet hem op zijn plaats. Druk het geheel enkele seconden aan.
Fase 5
Behandel sterk absorberend materiaal eerst met een primer. Snij de tegels die je nodig hebt op maat. (Houdt rekening met een voeg boven, onder en tussen de tegels)
Breng tegellijm aan op de koker.
Fase 6
Begin met het tegelen vanuit de hoek van de koker. De tegels moeten aan de bovenkant een voegbreedte onder de bovenrand komen. Sla de tegels zachtjes aan met de hand of een rubber hamer.
Fase 7
De tegels bovenop steken over de zijkanten heen. Pas als de lijm is uitgehard kunt u gaan voegen. Smeer het voegmiddel in de voegen met een groot plamuurmes. Als de voegen iets opgedroogd zijn, wast u de voegen met een schuursponsje. Doe dit zo verder tot er praktisch geen sluier meer op de tegels te zien is.
Fase 8
De laatse sluier van het voegmiddel poetst u met een droge doek weg. Bij een wastafel worden ook de verticale leidingen onzichtbaar als u een zuil plaatst.
Metalen verbindingsstukken
Meubelhoeken
Dit zijn de meest gekende hoekijzers, verkrijgbaar in verschillende maten. Hiermee maakt u haakse verbindingen tussen plaatmateriaal of latten. Ze zijn bedoeld voor verbindingen die niet zwaar belast worden. Meubelhoeken soms worden ook wel ‘versterkingshoeken’ genoemd.
Drempelhoek
De drempelhoek is een heel sterke variant van de meubelhoek.
Hoekanker
Dit is een veel bredere en sterkere uitvoering van de meubelhoek, deze zijn bedoeld voor zwaardere constructies.
Spijkerplaat
Hiermee kunt u bredere en dikkere houten onderdelen (latten, balken) in één vlak met elkaar verbinden. U zet de spijkerplaat op het hout vast met een flink aantal spijkers. Schroeven kan natuurlijk ook
Koppelplaat
Hiermee kunt u 2 balken in de lengterichting met elkaar verbinden. U brengt aan weerszijden van de las een koppelplaat aan, met schroeven of spijkers. Deze verbinding is echter niet voldoende voor zware, verticale, belasting. U kunt hem dan ook alleen voor vloerbalken gebruiken als de verbinding ook nog eens ondersteund word.
Balkdrager
Dit is een metalen bakje dat met de achterkant op de muur geschroefd wordt Hiermee kunt u een balk loodrecht op een muur bevestigen. .Leg de balk in het bakje en schroeft hem daaraan vast. Eventueel optrekkend vocht kan de kop van de balk niet aantasten doordat de balk niet direct in aanraking komt met de muur. Balkdragers zijn verkrijgbaar in verschillende maten, voor verschillende balkdiktes.
Raveeldrager
Raveeldragers zijn speciaal bedoeld voor het aanbrengen van dwarsbalken tussen 2 balken. Als u bv. een opening in het plafond moet maken voor een zoldertrap of lichtkoepel.
Deze zijn verkrijgbaar in verschillende maten. In tegenstelling tot de balkdragers zijn ze aan de achterkant wel open. Dat maakt raveeldragers minder geschikt voor bevestiging van een dwarsbalk aan een stenen muur: optrekkend vocht kan dan immers wel de balk binnendringen.
Regeldrager
Een regeldrager is een wat kleinere uitvoering van de raveeldrager en is bedoeld voor smallere dwarslatten.
Ontstoppen afvoer
Fase 1
Plak eerst en vooral het overloopgat van de was- of spoelbak dicht met tape.
Fase 2
Vul de wasbak met een beetje water. Plaats de zuignap van de ontstopper over de afvoer. Haal de stok een paar keer krachtig op en neer, zonder de zuignap los te rukken. Is het probleem nog niet verholpen, maak dan de sifonbeker of de zwanenhals proper.
Fase 3
Zet een emmer onder de sifon en draai hem los. Giet de beker leeg in de emmer en maak beker en afvoerpijp goed schoon. Draai de beker weer vast (met de hand, niet te vast aandraaien). Controleer of er geen lekken zijn.
Fase 4
Draai beide moeren van de zwanenhals los met een waterpomptang. Giet de zwanenhals leeg en maak hem proper. Schroef de zwanenhals weer vast met de hand, best niet te vast aandraaien. Controleer of er geen lekken zijn.
Fase 5
Steek een stok door de bocht van de zwanenhals en hou deze met uw linkerhand vast terwijl u de moeren losdraait. Zo voorkomt u dat de afvoerleiding verbuigt.
Fase 6
Als het water nog steeds niet kan weglopen, moet u de afvoerpijp ontstoppen. Verwijder sifonbeker of zwanenhals. Draai de veerontstopper zo ver als u kan in de afvoerpijp. Trek de veer er weer uit. Plaats de sifon of zwanenhals terug en controleer op lekken.
Aanleggen afvoer
Fase 1
Voorbereiding:
Bepaal eerst welke doorsnede de afvoer moet hebben: toilet; 110mm, hemelwaterafvoer; 70mm, alle overige toepassingen; 40mm. Bedenk dat het hele afvoersysteem van uw huis belucht moet worden. Anders ontstaat er een vacuüm als het water wegloopt, waardoor ook de stankafsluiters van de sifons leeg getrokken worden, wat zorgt voor mindere leuke geuren.
Fase 2
Bevestig de Sifon.
Fase 3
Meet de benodigde stukken afvoerbuis op, klik voor informatie op meten van lengte en breedte. Zaag ze op maat met een ijzerzaag, zie hiervoor zagen. Let op dat de horizontale delen van de afvoer voldoende aflopen: 1cm per meter (&lsquoafschot&rsquo). Controleer dit met de waterpas, klik op meten van loodrecht en waterpas.
Fase 4
Een 110mm buis kunt u beter met een handzaag doorzagen. Een rechte lijn tekenen op een ronde buis is lastig. Als u er een schilderstape om de pijp draait, heeft u altijd een rechte lijn.
Fase 5
Verbind twee lengtes pijp met een mof, bocht, T- of Y-stuk. De pijp valt daar nog 2cm in, hou hier rekening mee. Schuif alle onderdelen in elkaar en controleer of ze goed passen.
Fase 6
Op de onderdelen die ten opzichte van elkaar kunnen draaien, zet u met een watervaste stift markeringen. Dan weet u zeker dat u ze op de juiste manier aan elkaar zet, bij het lijmen. Daar u werkt met water, zeker watervast stiften gebruiken.
Fase 7
Schuur de uiteinden van de buis en de binnenkanten van moffen en bochten. Smeer ze in met hard PVC lijm en schuif ze in elkaar. Houd de gelijmde delen enkele seconden geheel stil.
Fase 8
Schuif de bevestigingsmoer van de sifon over de afvoer. Schroef de sifon aan de wastafel vast.
Fase 9
Schuif bij een toilet eerst een rioolbuismof over de PVC afvoerpijp. Zet de toiletpot daar overheen. Deze mof zorgt voor extra stankafsluiting, naast het ‘waterslot’ van de toiletpot.
Fase 10
Ook de sanitairkit op de onderrand van de toiletpot voorkomt het vrijkomen van luchtjes.
Fase 11
Lijm een PVC zwanenhals in de afvoerpijp voor de wasmachine. Deze werkt als ‘waterslot’ en houdt rioollucht tegen.
Fase 12
Zet de afvoerbuizen aan de muur vast door gebruik te maken van beugels. Zorg ervoor dat de horizontaal lopende stukken niet doorbuigen. Plaats daarom bij een 40mm pijp om de 80cm een beugel, en bij een 110mm buis om de 1.25 meter.
Aansluiting afvoer op bestaande riolering
Fase 1
Maak de gresbuis eerst en vooral schoon.
Teken met een stift het gat af waar nieuwe pvc-buis komt.
Fase 2
Boor op de afgetekende lijn een reeks gaatjes, zoveel mogelijk aaneengesloten (steenboor, 5 mm).
Geen kracht zetten, laat de boor het werk doen!
Fase 3
Tik voorzichtig het uitgeboorde deel met een hamer los.
Werk de randen van de opening zonodig bij met een vijl.
Fase 4
Schuif de pvc-buis 1-2 cm diep in de gresbuis. Niet dieper, anders ontstaat gevaar voor verstopping.
Fixeer de pvc-buis zodat hij niet kan verschuiven.
Fase 5
Maak snelcement aan.
Bouw hiermee , rondom de pvc-buis, een kegeltje op de gresbuis
Laat het geheel een uurtje rusten voordat u de nieuwe afvoer gebruikt.
Fase 6
AANSLUITING OP EEN PVC-RIOOLBUIS
Mogelijkheid 1: Y-stuk
Deze methode is de beste maar kan alleen gebruikt worden als de bestaande rioolbuis in de lengterichting enige speling heeft.
Fase 7
Teken het deel van de rioolbuis af dat u er tussenuit moet halen.
Controleer of deze maat klopt door het Y-stuk ernaast te houden.
Fase 8
Zaag de rioolbuis op beide lijnen zo recht mogelijk door, met behulp van een ijzerzaag.
Schuur de zaagsnedes glad en ruw de openingen van het Y-stuk op met schuurpapier.
Breng hard pvc-lijm aan op de geschuurde delen van rioolbuis en Y-stuk.
Fase 9
Duw de rioolbuis iets naar achteren.
Schuif het Y-stuk over een uiteinde van de rioolbuis en duw het andere uiteinde van de buis in het Y-stuk.
Fase 10
Mogelijheid 2: T-stuk
Als u de bestaande rioolbuis niet kunt bewegenn, kunt u een nieuwe aansluiting maken door er een speciaal T-stuk bovenop te lijmen.
Fase 11
Teken met een stiftje het gat voor de nieuwe afvoerbuis op de rioolpijp af.
Maak de opening liever iets te krap dan te ruim.
Fase 12
Boor op deze lijn een reeks gaatjes, zo dicht mogelijk bij elkaar (houtboor, 5 mm).
Fase 13
Tik het uitgeboorde deel los en vijl de opening zonodig bij.
Schuur de rioolbuis rondom het gat en de binnenkant van de mof van het T-stuk.
Fase 14
Smeer rioolbuis en T-stuk in met hard pvc-lijm en pllaats het T-stuk over het gat.
Maak het vast door watervaste tape om de rioolbuis te wikkelen.
Schuur het uiteinde van de nieuwe afvoerbuis en lijm deze in het T-stuk vast.
Beschadigde faiencen
Fase 1
Beschadigde faience vervangen
Krab de voeg rondom de beschadigde faience zorgvuldig weg met een schroevendraaier.
Fase 2
Haal voorzichtig de beschadigde faience weg. Dit gaat door het tikken met een steenbeitel.
Fase 3
Steek de lijmresten op de muur weg, maak de ondergrond schoon en bevochtig hem met behulp van een plantenspuit.
Fase 4
Op de achterzijde van de faience breng je de lijm aan, met behulp van een lijmkam.
Duw de faience op de zijn plek en krab de lijm uit de voeg, met behulp van een schroevendraaier.
Controleer na enkele minuten of de tegel niet verzakt is en er rondom voldoende voegruimte is.
Fase 5
Als de lijm is uitgehard een beetje voegmiddel aanmaken.
Vul hiermee de voeg, met behulp van een voegrubber.
Fase 6
Na ongeveer 20 min kan u het overtollige voegmiddel wegvegen met behulp van een natte spons.
Strijk de voeg mooi glad.
Fase 7
Wacht tot het voegmiddel stofdroog is.
Wrijf de achtergebleven waas van de faience, met behulp van een droge doek.
Fase 8
Boorgat in voeg herstellen
Verwijder de (eventuele) plug uit het boorgat: draai een schroef in de plug (1 cm diep) en trek de schroef met plug en al uit de voeg, met behulp van een nijptang.
Zet niet teveel kracht, om te voorkomen dat u de tegel lostrekt.
Fase 9
Het loszittende gruis verwijdert u en bevochtig daarna het gat.
Maak wat voegmiddel aan en vul hiermee het gat, met behulp van een plamuurmes.
Het overtollige voegmiddel veegt u weg met een spons of doek.
Douchebak installeren
Fase 1
Teken een lijn op de muren, op de hoogte waar de douchebak moet komen. Zaag de balkjes op maat, boor er gaten in en boor deze door in de muur. . Zet de balkjes op de muur vast met spijkerpluggen met de bovenkant tegen de lijn.
Fase 2
Zet de douchebak op de juiste plaats. Draai de schroefpootjes zo dat de douchebak op de balkjes rust.
Fase 3
Teken de omtrek van de douchebak af op de vloer. Bouw binnen die lijnen muurtjes van gasbetonblokken. Controleer of de muurtjes waterpas lopen en dezelfde hoogte hebben als de muurbalkjes. Laat ter hoogte van de afvoer een ruime opening vrij voor het serviceluik.
Fase 4
Spuit met een sanitairkit op de rand van de balkjes en de muurtjes. Zi ook afkitten. Zet de douchebak voorzichtig op de juiste plaats.
Fase 5
Sluit de sifon aan en lijm de afvoer vast. Meer info op aansluiten afvoeren.
Fase 6
Timmer aan de binnenkant van het serviceluik een frame van latjes. Gebruik hierbij gipsblokkenspijkers. Schroef op 2 plaatsen een magneetsluiting. Zaag een multiplexplaatje op maat en monteer daarop de metalen plaatjes voor de magneetsluitingen. Klik het luikje op zijn plaats.
Fase 7
Betegel de ombouw. Alles hierover leest u onder faiencen plaatsen.
Fase 8
U kunt nu de aansluitingen van douchebak en tegels zorgvuldig afkitten.
Fase 9
Een waterbesparende douchekop bespaart jaarlijks per persoon 3000-6000 liter warm water en biedt u toch hetzelfde comfort.
Goed voor uw eigen portemonnee en voor het milieu.
Fase 10
Voor het ophangen van een douchegordijn kunt u een stang gebruiken die u aan de muur schroeft, of de telescopische variant die tussen twee muren in geklemd worden.
Fase 11
U kunt ook een douchewand plaatsen in alle soorten en maten. Glazen douchewanden zijn gemaakt van gehard veiligheidsglas. Een kunststoffen uitvoering is goedkoop, maar moeilijker schoon te maken.
Faiencen plaatsen
Fase 1
Vooraleer te beginnen moet u ervoor zorgen dan het te bewerken oppervlak mooi vlak en proper is. Verwijder behang en loszittende verf en vul scheuren en gaten op met vulmiddel. Bij gipsplaten zeker een soort primer gebruiken. Laat dit 24 uur drogen. Bevestig een lat met behulp van enkele stalen spijkers op de muur, op ongeveer 1 tegelhoogte vanaf de vloer. Sla de spijkers niet helemaal in de lat, zodat u ze later gemakkelijk kunt verwijderen. Zorg dat de lat waterpas loopt. Zie hiervoor ook meten van loodrecht en waterpas.
Fase 2
Meet de breedte van de wand en zet in het midden een streepje. Trek daarna een verticale lijn in het midden van de wand. Bevestig langs die lijn eventueel ook een lat op de muur.
Fase 3
faiencen lijmen:
Schep een beetje tegellijm op de lijmkam. Druk de lijmkam stevig tegen de muur en trek hem in horizontale richting, zodat er stroken lijm op de muur achterblijft.
Fase 4
Duw de eerste faience stevig in de hoek van de twee latten. Maak dat hij goed vastzit. De eerste faience is belangrijk.
Fase 5
Druk op de hoeken een voegkruisje in de lijm en hand de volgende faience aan de muur en duw hem strak tegen de voegkruisjes aan.
Breng dan de volgende aan en verwijder steeds overtollige lijmresten direct met een vochtige spons. Dit om mooi, verzorgd werk af te leveren. Verwijder de latten en bezet de rest van de muur op deze manier.
Fase 6
Is een faience te groot, kort deze dan in door voorzichtig te snijden met een tegelsnijder: Teken de afmeting op de tegel af (viltstift) en hou rekening met de voegbreedte. Leg de faience in de snijder. Duw het mesje enkele malen over de tegel, tot er een krasje in het glazuur ontstaat.
Fase 7
Op deze lijn breekt u dan de faience in 2.
Fase 8
Als u slechts enkele faiences op maat hoeft te maken, volstaat een tegelsnijtang. Trek de faiencel tussen de rubberen wieltjes door, zodat het mesje een kras in het glazuur maakt. Breek de faience met de tegeltang in 2.
Fase 9
Breek kleine hoekjes en randjes voorzichtig af met behulp van een knabbeltang. Vijl de randen zonodig bij met een vijl.
Fase 10
Voor het aftekenen van moeilijke vormen gebruikt u best een profielmal(bijvoorbeeld de ronding van een afvoer) . Druk de mal tegen het voorwerp aan en zorg dat de pennen de vorm zoveel mogelijk volgen. Teken de vorm af op de faience.
Fase 11
Teken voor een leidingdoorvoer de plaats van de leiding op de tegel af. Snij de tegel door ter hoogte van het midden van het afgetekende gat. Zaag het gat in beide tegelhelften uit met een tegelzaag. Lijm beide helften om de leiding heen op de muur.
Fase 12
Tegels voegen:
Als de lijm volledig hard geworden is (kan 24 uur duren), kunt u de faiencen voegen. U kunt kiezen uit kant-en-klaar voegmiddel of voegmiddel in poedervorm. Dit moet u aanmaken met water, lees hiervoor gebruiksaanwijzing op de verpakking. Veeg het voegmiddel met een rubberen spaan over de muur, in een diagonaal beweging. Druk het stevig in de voegen. Werk efficient en vlug, want voegmiddel droogt snel uit.
Fase 13
Verwijder resten van het voegmiddel op de faiencen voorzichtig met een natte spons. Pas wel op dat u het voegmiddel niet weer uit de voegen veegt. Laat het voegmiddel opdrogen en wrijf de waas weg die op de tegels is achtergebleven.
Fase 14
Met een voegpen kunt u een profiel in de voegen trekken. Wacht hiermee tot de voegen half uitgehard zijn. Dit is een vrije keuze.
Fase 15
Hoeken:
Bij buitenhoeken maakt het verschil of de glazuurlaag van de tegels wel of niet aan de zijkant doorloopt. Is de zijkant van de tegels niet geglazuurd, breng dan een hoekstrip aan en leg de faiencen er tegenaan.
Is de zijkant wel geglazuurd, dan kunt u de faiencen door laten lopen tot aan de rand.
Installeren boiler
Fase 1
Om te beginnen sluit u de waterleiding af. Monteer het koperen T-stuk op de bestaande watertoevoer, op circa 50 cm hoogte.
Fase 2
Sluit een stukje koperen buis (7 cm) aan op het T-stuk en op de inlaatcombinatie van de boiler.
Gebruik een van bijgeleverde fiber ringen bij de aansluiting op de inlaatcombinatie
De trechter van de inlaatcombinatie moet naar beneden wijzen.
Fase 3
Teken de plaats van het kruisstuk af op de bestaande afvoer. Dit moet lager zijn dan de trechter van de inlaatcombinatie.
Zaag een stukje uit de afvoer, van de juiste lengte. Plaats het kruisstuk en draai het vast.
Als u geen 2e spoelbak heeft, kunt u de brede inlaat van het kruisstuk afsluiten met behulp van bijgeleverde stop.
Fase 4
Zet de kunststofslang met slangenklem vast aan de smalle inlaat van het kruisstuk en de trechter van de inlaatcombinatie.
De afvoerslang moet een lus maken van minstens 5 cm. Deze dient als waterslot dat ongewenste luchtjes uit de afvoer tegenhoudt.
Fase 5
Koppel de metaal omvlochten verloopslang (1/2″-3/8″) aan de inlaatcombinatie.
Sluit het andere uiteinde aan op de koudwater-inlaat van de boiler, te herkennen aan een pijl die naar de boiler toe wijst.
Breng op beide aansluitingen een fiber ring aan.
Fase 6
Koppel de 3/8″ metaal omvlochten slang aan de warmwater-uitlaat van de boiler. Dit is te herkennen aan een pijl die van de boiler af wijst. Breng ook nu eerst een fiber ring aan.
Sluit het andere uiteinde aan de (linker) warmwater-poot van de mengkraan (knelkoppeling).
Fase 7
Maak met behulp van de ½” metaal omvlochten slang een rechtstreekse verbinding tussen het T-stuk van de koudwater-aanvoer en de (rechter) koudwater-poot van de mengkraan (knelkoppelingen).
Fase 8
Draai eerst de hoofdkraan en dan de stopkraan van de inlaatcombinatie terug open. U kan nu de boiler vullen door de warmwaterkraan open te draaien; zodra daar water uitkomt is de boiler gevuld.
Steek dan pas de stekker van de boiler in het stopcontact.
Kranen herstellen
Fase 1
Draai eerst en vooral de hoofdkraan van de waterleiding dicht. Haal de knop van de kraan af. Bij sommige kranen moet u hiervoor het schroefje losdraaien dat onder het gekleurde dopje zit.
Fase 2
Draai de sierhuls los en schroef het binnenwerk uit de kraan. Controleer of de pakking in het kraanhuis nog intact is.
Fase 3
Draai het moertje of schroefje los waarmee het leertje vastzit. Verwijder het leertje.
Fase 4
Verwijder kalkaanslag op de kraanonderdelen met een ontkalkingsmiddel en plaats een nieuw leertje.
Fase 5
Mocht het nodig zijn brengt u een nieuwe pakking aan in het kraanhuis. Draai het binnenwerk van de kraan helemaal open. Schroef het terug in het kraanhuis. Schroef de sierhuls vast. Druk of schroef de knop weer op de kraan.
Leidingen in kunststof
Fase 1
Alvorens te beginnen, sluit u de hoofdkraan van de waterleiding en kies dan het beste verloop van de leiding. Zaag de tyleen slangen op de juiste maat en schuur de uiteinden lichtjes op.
Fase 2
Haal de knelfitting uit elkaar en schuif de moer over de slang. Daarna de knelring en de rubberen ring.
Fase 3
Steek de slanguiteinden in de fitting en draai beide moeren met de hand vast. Trek deze na met een steeksleutel.
Fase 4
Kies de plaats voor de muurplaat. Boor daarna gaten en breng de pluggen aan. Schroef de muurplaat vast op de muur en sluit de tyleenslang met de knelkoppeling op de muurplaat aan.
Fase 5
Draai, met de klok mee, 2-3 slagen teflon om de schroefdraad van de kraan. Draai de kraan in de muurplaat. Zet de tyleenslang vast met zadels. Draai de hoofdkraan open en controleer op lekkage.
Mobiele pilaarkast
Fase 1
Stel het blad van de zaagtafel in op een hoek van 45 graden. Zaag de lange zijden van alle MDF stroken op een breedte van 10,7 cm. Doe dit in verstek.
Fase 2
Verbind de 32 middellange MDF stroken (40 cm) twee aan twee aan elkaar, houtlijm en kopspijkers. Gebruik de blokken vurenhout (69×69 mm) als steun.
Verbind de delen tot slot ook nog met een paar schroeven.
Fase 3
Bevestig op dezelfde manier de 8 korte (30cm) en de 8 lange stroken (198 cm) met elkaar. Deze laatste stroken zullen de staanders vormen.
Fase 4
Lijm en spijker aan de bovenzijde van de 4 staanders een blokje MDF.
Fase 5
Stel de 4 staanders samen: per staander 3x een middellang en 1x een kort hoekstuk.
Lijm en spijker de hoekstukken vast, beginnend vanaf de bovenkant van de staander (bij het blokje MDF).
Het korte hoekstuk (30 cm) komt samen met het blok vurenhout onderaan.
Gebruik steeds een reststukje MDF om de afstand (18 mm) tussen de hoekstukken te bepalen.
Fase 6
Zet 3 staanders rechtop, op een vlakke ondergrond. Schuif de legplanken één voor één in de uitsparingen.
Plaatse dan de 4e staander op zijn plaats en schroef de staanders aan de legplanken vast (voorboren en verzinken).
Fase 7
Bevestig de afwerklatten (5 cm) tegen de planken. (lijmen en schroeven
Fase 8
Ontvet de MDF met reinigingsdoekje speciaal voor MDF. Vul alle schroefgaten op met MDF-vuller. Als deze droog is, kan u het glad schuren.
Fase 9
Zet de kast in de MDF grondverf. Geef zeker de onderzijde van de legplanken ook en laag grondverf.
Na droging de kast licht opschuren en eventuele naden dichtkitten met behulp van acrylaatkit.
Fase 10
Schilder de kast in de gewenste kleur voorze minimaal 2 lagen. Tussen de lagen door licht jes opschuren.
Fase 11
Leg de kast voorzichtig op zijn rug. Schroef de zwenkwielen stevig aan de staanders vast.

Chauffage

Aanbrengen radiatorfolie
Fase 1
Meet de lengte en breedte van de radiator op.
Fase 2
Knip een stuk folie op maat.10cm korter aan alle zijden, dan u hebt gemeten. Zo blijft de folie uit het zicht.
Fase 3
Plak eventueel 2 stukken folie aan elkaar, met behulp van aluminiumtape.
Fase 4
Kleef aan de achterkant van de folie, de schuimlaag, stukjes tweezijdig aluminiumtape van 20cm.
Fase 5
Verwijder de achterste beschermlaag van de aluminiumtape. Laat de folie voorzichtig achter de radiator zakken. Houd de aluminium kant naar voren. Plak het met de stroken tape tegen de muur aan.
Fase 6
Snij randen die in het zicht zijn weg met een cuttermes.
Infrarood verwarming / vloer
Fase 1
Dek de vloer af met een dampremmende PE-folie, dicht de naden af met Alu-tape en plaats de ondervloer op de PE-folie.
Fase 2
Plaats eerst de voeler van de thermostaat op de ondervloer (10 centimeter van de muur).
Fase 3
Rol de vloerverwarmingsfolie uit op de ondervloer en knip deze op de juiste lengte indien nodig. Blijf minstens 10 centimeter van de wand. Fixeer de folie met bijgeleverde warmtebestendige tape.
Fase 4
Maak aan de installatie draden in een oog en verbind deze draden aan de vloerverwarmingsfolie met de bijgeleverde ponstang.
Fase 5
Isoleer de aansluitingen met warmtebestendige isolatietape. Sluit daarna de draden aan op de thermostaat (zie bijgeleverde handleiding thermostaat) en controleer de werking van de vloerverwaming
Fase 6
Werk de vloer af met een vloer naar keuze.
Thermostaat vervangen
Fase 1
Verwijder de oude thermostaat en knip de draadjes voorzichtig af zo dicht mogelijk bij de thermostaat.
Fase2
Met behulp van een draadstriptang maak t u 1 cm van de uiteinden van deze draden blank.
Fase3
Haal voorzichtig de achterplaat van de thermostaat.
Houd deze tegen de muur en teken zo de ophangpunten af waar de thermostaat moet komen.
Controleer met de waterpas of deze punten in een recht zijn.
Fase 4
Boor de aangeduide gaten in de muur met de aangepaste steenboor en duw er vervolgens de pluggen in.
Fase 5
De beide installatiedraadjes aansluiten op de aansluitpunten van de thermostaat.
Fase 6
De achterplaat van de thermostaat kan u nu terug tegen de muur bevestigen en druk de thermostaat er op vast.
Nu kan u de thermostaat programmeren naar uw behoefte.
CV in de garage
Fase 1
Kiijk eerst goed na vanaf welk punt u de cv leiding het handigste door kunt trekken naar de tuin. Het is het handigste om die aftakking in de kruipruimte aan te leggen, de leidingen moeten immers toch de grond in.
Boor op die plek een ruim gat in de buitenmuur van 20×20 cm (voor leiding van min. 15 mm).
Fase 2
Vvanaf dat punt graaft u een sleuf door de tuin van 50 cm breed en minimaal 60 cm diep. De sleuf eindigt bij de garagemuur, ter hoogte van de plek waar de radiator moet komen.
Fase 3
Op deze plaats boort u een gat door de garagevloer en door de fundering.
Fase 4
Hang de radiator op met behulp van de bijgeleverde beugels.
Controleer of hij waterpas hangt.
Fase 5
Sluit de aanvoerleiding aan, aan de bovenkant van de radiator. Draai eerst een radiatorkoppeling in de radiator (omwikkelen met teflon tape).
Draai de radiatorkraan erop en voorzie het andere uiteinde van een koppelstuk.
Steek daar de leiding in en draai deze met de wartel (met knelring) vast.
Fase 6
Aan de onderkant van de radiator sluit u de afvoerleiding aan. Begin ook nu met een radiatorkoppeling en monteer dan achtereenvolgens het voetventiel en het koppelstuk.
Hierin steekt u de CV buis.
Fase 7
Trek de aan- en afvoerleidingen vanaf de radiator door, tot deze net aan het begin van de sleuf uitkomen, vlakbij de garagemuur.
Schuif een stuk mantelpijp over de CV buis.
Voorzie daarna beide uiteinden van een knelsok.
Fase 8
Neem twee stukken CV pijp van 6 meter lang.
Omwikkel deze met buisisolatie en steek beide geïsoleerde buizen in de PVC afvoerbuis.
Fase 9
Leg de PVC buis met beide leidingen in de sleuf en schuif hem in de kruipruimte van het huis.
Verbind de leidingen aan de kant van de garage, met behulp van knelsokken.
Isoleer ook het deel CV buis wat voorzien was van mantelpijp (isolatie 22mm.)
Fase 10
Trek de stekker van de Cv-ketel uit het stopcontact.
Laat de installatie leeg lopen bij het aftappunt.
Fase 11
Zaag de aan- en afvoerleiding door op de plek waar de aftakking moet komen.
Voorzie de doorgezaagde buizen van een T-stuk.
Sluit daarop de nieuwe leidingen aan.
Fase 12
Draai alle aansluitingen nogmaals stevig aan.
Laat de CV vollopen en controleer op lekkage.
Ontlucht alle radiatoren.
Fase 13
Isoleer de leidingen op de verbindingsplekken. Vul de gaten in de muren op met snelcement.
Gooi de sleuf in de tuin weer dicht.
Ontluchten en bijvullen
Alvorens u de CV gaat ontluchten, moeten alle radiatoren opengedraaid zijn en de CV minstens 10 minuten aanstaan. Daardoor verzamelt de lucht zich bij de ontluchtingsventielen.
Fase 1 Ontluchten:
Schakel de Centrale ketel uit door de stekker uit het stopcontact te trekken.
Ontlucht de radiatoren stuk voor stuk, werk van beneden naar boven. Draai het ontluchtingsventiel van de radiator open met behulp van het ontluchtingssleuteltje. Draai het dicht zodra er water uit het ventiel spuit. Herhaal dit bij alle radiatoren
Ontlucht ook op deze manier het expansievat. Vergeet de ventielen niet die in het hoogste punt van de leidingen zijn aangebracht. Steek de stekker van de CV weer in het stopcontact.
Fase 2 Bijvullen
Laat de CV enige tijd draaien. Controleer de waterdruk op de manometer op de verwarmingsketel. Meestal moet deze tussen de 1.5 en 2 bar liggen lees de gebruiksaanwijzing. Bevindt de wijzer zich daaronder (in het rode gebied), dan is bijvullen nodig.
Fase 3
Haal de stekker van de ketel uit het stopcontact en schroef de vulslang op de kraan. Houd uw duim op het andere uiteinde van de slang. Draai daarna de kraan voorzichtig open, tot de hele slang met water is gevuld.
Fase 4
Sluit het andere uiteinde van de vulslang aan op de vulkraan van uw CV-installatie. Draai de waterkraan open. Draai daarna de vulkraan van de CV-installatie open.
Fase 5
Controleer de manometer. Sluit de vulkraan van zodra de wijzer het vereiste niveau aangeeft.
Sluit de waterkraan en verwijder de vulslang. Daarna mag u de stekker van de ketel terug in het stopcontact plaatsen. U laat best de verwarming 10 minuten draaien en ontlucht het hele systeem nogmaals.

Elektriciteit

Automatische garagepoort
Fase 1
Verwijder eerst eventuele vergrendelingen die eerder op de garagedeur zijn aangebracht.
Fase 2
Draai de ketting om het eindstuk en verbind beide kettinguiteinden met behulp van het sluitstuk.
Schuif het eindstuk met ketting door de geleiderail, totdat de bout van het eindstuk aan de andere kant van de rail uitsteekt.
Fase 3
Schuif de poortarmslede in de geleiderail.
Bevestig de poortarm aan de slede en de deurbevestiging aan de poortarm.
Fase 4
Draai het andere uiteinde van de ketting om de aandrijfkop van de motor en schuif deze in het uiteinde van de voorziene rail.
Fase 5
Span de ketting door het eindstuk met een moer aan te draaien. Niet te strak, maar ook niet zo los dat de ketting doorhangt.
Bevestig de lateibeugel aan het uiteinde van de geleiderail.
Fase 6
Schroef het uiteinde van de geleiderail vast aan de latei boven de garagedeur op ongeveer een 5-12 cm onder het plafond.
Hang de rail mooi recht met de waterpas, met behulp van de ophangbeugel.
Fase 7
Schroef de poortarm vast aan de bovenkant van de garagedeur.
Fase 8
Ontgrendel de aandrijving door middel van de noodontgrendeling en sluit de garagedeur handmatig
Zet de “dicht”-schakelaar vast op de geleiderail, op de plek waar zich op dat moment de slede bevindt (vastklikken, kwartslag).
Doe de garagedeur weer open en klik ook de “open”-schakelaar op de geleiderail vast, wederom op de plek waar de slede zich dan bevindt.
Fase 9
Monteer desgewenst de besturingsknop voor sleutelbediening aan de buitenzijde van de garage, op minimaal 1,5meter hoogte.
Bevestig waarschuwingsbordjes die werden meegeleverd.
Fase 10
Test de garagedeuraandrijving uit door de ‘leertoets’ in te drukken (zie fase 11). Pas indien nodig de positie van de open- en dichtschakelaar op de rail iets aan.
Zet een voorwerp onder de deur en controleer of de garagedeuraandrijving daarop reageert: hij moet automatisch weer omhoog gaan. Dit ter voorkoming dat iemand onder de deur bekneld kan raken.
Fase 11
ROGRAMMEERPROCEDURE BG63 GARAGEDEUROPENER
1. u haalt de spanning van de garagedeuropener af,
2. zet na 10 seconden de spanning weer op de garagedeuropener,
3. druk achterop de garagedeuropener op het knopje “LERN” (1) totdat het rood LED lichtje (deze kunt u vinden tussen het spleetje(2) van het knopje en de kast) helemaal oplicht,
4. Druk op de grote knop van de handzender (3) (uw lampje van de handzender (5) licht groen op),
5. Nu heeft u kanaal 1 geprogrammeerd van de garagedeuropener,
6. Herhaal punt 3,
7. Nu drukt u op uw handzender eerst het kleine knopje (4) en meteen daarna de grote knop in, uw lampje van de handzender (5) licht nu rood op,
8. Nu heeft u kanaal 2 geprogrammeerd,
9. Herhaal punt3,
10. Nu drukt u op uw handzender 2x kort op het kleine knopje (4) en daarna op de grote, nu licht het lichtje oranje/geel (5) op,
11. Druk nu kort op de leertoets (1) achterop de garagedeuropener, de garagedeuropener moet nu zelf beginnen te werken,
12. Nu moet de garagedeuropener klaar zijn voor gebruik.
Buitenverlichting kerst
Fase 1
Bevestiging
Kerstverlichting kunt u direct aan takken van bomen of struiken bevestigen. Het middelpunt van het snoer plaatst u op het hoogste punt.
Schuif de mini-lampjes aan de onderzijde om een tak heen en zet ze vast door het stropje aan te trekken.
De kaarslampen kunnen bevestigd worden met de klip onderaan de lampjes.
Fase 2
Gebruik bundelbandjes om het snoer makkelijk langs de takken te leiden. Met een schaar knipt u de uitstekende delen van de bundelbandjes af.
Fase 3
Om een dakrand of deurlijst te verlichten is een lichtsnoer is zeer handig.
Om de 20 cm zet u het vast met behulp van een bundelbandje deze kunt u aan de spijkers ophangen.
Fase 4
Elektrische aansluiting
Als u een spatwaterdichte contactdoos in uw tuin heeft, is het aansluiten van de kerstverlichting
simpel. Let er wel op, dat uw kerstverlichting geschikt is voor buiten.
Fase 5
Als u geen tuincontactdoos heeft, moet u gebruik maken een verlengsnoer. Deze dient geschikt te zijn voor buiten gebruik.
Werk de stekker van de kerstverlichting en de contrastekker van het verlengsnoer weg in een safebox. Een safebox is een wtaerdichte opsluitbox voor stekkers.
Dimmers plaatsen
Fase 1
Verwijder het dekplaatje van de lichtschakelaar. Schroef de lichtschakelaar los van de inbouwdoosen mak de bedrading los.
Fase 2
Trek de draaiknop van de dimmer. Controleer of de zekering van de dimmer goed vast zit. Strip de draden (indien nodig) en bevestig ze aan de dimmer.
Fase 3
Schroef de dimmer vast op de inbouwdoos. Druk de draaiknop weer vast.
Schakel de stroom aan en controleer of de dimmer goed werkt.
Hallogeen spots installeren
Fase 1
Om veilig te werkan alvorens u begint moet u altijd de stroom uitschakelen.
Fase 2
Kies waar de inbouwspots moeten komen. Dit hangt af van uw persoolijke noden en voorkeuren. De inbouwspots moeten minstens 30 cm uit elkaar worden
geplaatst. De maximale afstand hangt af van het vermogen van de spots en kunt u lezen op de verpakking of in de gebruiksaanwijzing.
Fase 3
Bepaal de grootte van het gat waarin straks de inbouwspot wordt
verwerkt. Op de verpakking of in de gebruiksaanwijzing van de spot zit
een gatenmal welke u kan overtrekken. Indien er geen mal bij de
inbouwspots zit, gaat u als volgt te werk:
– meet de binnendiameter
van de spot. Deze is bijv. 8 cm.
– deel de binnendiameter van de spot
door 2. Teken een rechts streepje (in dit geval 4 cm) op een stuk karton.
– zet de punt van de passer aan het begin van het streepje en het
potloodpuntje op het einde van het streepje. Trek nu met de passer een
rondje. Deze is nu gelijk aan de binnen diameter van de inbouwspot. Knip
het rondje uit en trek dit over op het plafond.
Fase 4
Zaag de gaten uit met een decoupeerzaag.
Fase 5
Bij dubbel geïsoleerde en ongeaarde spots verbindt u door middel van een kroonsteen het electriciteitssnoer van de contactdoos aan de blauwe en de zwarte draad van het lichtpunt in de kamer. Zo kunt u straks de spots bedienen met de schakelaar van dit lichtpunt. Zie het kleine overzichtsschema hiernaast.
Fase 6
Schuif de transformator door het gat en steek de stekker in het opbouwstopcontact.
Fase 7
Trek het snoer van de transformator door het gat en sluit deze aan op het witte blokje op de spot. Let op ! Wanneer u inbouwspots heeft zonder transformator, volgt u de volgende stap: Steek het electriciteitssnoer van bovenuit door het geboorde gat.
Vanuit het lichtpunt lopen 3 draden: een zwarte schakeldraad: een blauwe nuldraad; een geel/groene aardedraad.
Zorg ervoor dat , door middel van een kroonsteen het snoer van de contactdoos (met randaarde!) wordt aangesloten op de 3 draden die vanuit het lichtpunt lopen. Sluit kleur op kleur aan.
Fase 8
Om te weten hoe u de inbouwspot in het gat moet plaatsen, dient u gebruiksaanwijzing van de spot te raadplegen. De manier van plaatsen verschilt per inbouwspot.
Op deze afbeelding ziet u een voorbeeld van het plaatsen van een inbouwspot
Fase 9
Controleer zeker of de spots goed vast zitten en of er geen gereedschap of materialen boven het plafond zijn achtergebleven.
Belangrijk!!
Inbouwspots worden erg warm. Wanneer de inbouwspots worden afgedekt, kunnen ze de warmte niet kwijt. Hierdoor kan kortsluiting op brand ontstaan. Zorg er dus voor dat de spot niet bedekt worden door isolatiemateriaal of andere materialen die boven het plafond zijn achterbleven.
Fase 10
Ook voor het plaatsen van de lamp dienst u de gebruiksaanwijzing van de spot te raadplegen.
Let op ! Pak halogeenlampjes niet met de blote hand, maar met een zakdoek vast. Het glas mag niet vet worden, anders brandt de lamp zeer snel door.
U kan nu de stroom weer aanleggen.
Led verlichting
Fase 1
Een set LEDjes bestaat uit 6 lampjes, onderling verbonden met een snoer van ongeveer 12 meter, en een afzonderlijk aansluitsnoer (20 cm aan elk lampje). Hierop kunnen de individuele lampjes ‘ingeplugd’ worden. Dit aansluitsnoer loopt naar de transformator, die op zijn beurt weer aangesloten wordt op 220V netspanning.
Meet de afstand tussen de verschillende snoeren op. Deze bepaalt de maximale afstand tussen de lampjes en de afstand tussen het eerste lampje en het stopcontact.
Fase 2
Met een schuifmaat meet u de doorsnede van de huls van één lampje.
Fase 3
Bepaal waar de lampjes moeten komen. De maximale onderlinge afstand kan per type verschillen, maar meestal heeft u ruim 20 cm speling.
Zet de afstand tussen de lampjes uit met behulp van een rolmaat en markeer deze plekken met een potloodstreepje.
Fase 4
Boor op de gemarkeerde plaatsen gaten met een speedboor met de juiste diameter.
Fase 5
Sluit onder de terrasplanken of -tegels de afzonderlijke lampjes aan op het aansluitsnoer.
De gebruikte draaisluiting is waterdicht.
Fase 6
Steek het stekkertje en draad door het gat en laat het LED lampje in het gat zakken.
De huls verdwijnt in het gat, de ring blijft op het hout liggen.
Fase 7
Monteer de transformator in de buurt van het buitenstopcontact en sluit de stekker aan op het net.
Alarm installeren
Fase 1
Een ideale plaats voor de centrale te installeren is de buurt van de voordeur en een stopcontact.
Ga na of u vanaf deze plaats overal de ingebouwde sirene kunt horen?
Monteer de centrale op de muur met behulp van schroeven en pluggen, op minimum 1,5 meter hoogte.
Fase 2
Installeer in iedere ruimte een bewegingsmelder, op een plek die van het raam of deur is afgewend.
Zet deze met schroeven en pluggen op de muur vast, op ongeveer 1,8meter hoogte.
Open het batterijcompartiment en plaats een 9 V batterij.
Fase 3
Heeft u een hond of een kat als huisdier: Installeer de bewegingsmelders dan ondersteboven aan de muur op 1,2 meter hoogte. Zo voorkomt u vals alarm.
Fase 4
Monteer het zendergedeelte van het magneetcontact op de stijl van het raam of de deur (schroeven).
Bevestig het magneetgedeelte op het raam of de deur zelf.
Open het batterijcompartiment en plaats een 12 V batterij.
Fase 5
Om alles uit te proberen en te controleren: zet de centrale op de teststand.
Test alle detectors afzonderlijk uit zoals voorgeschreven in de handleiding.
Fase 6
U kunt het systeem uitbreiden met extra alarmgevers. Bijvoorbeeld: een extra sirene of flitslicht, een gevelkast of een telefoonkiezer.
De laatste zorgt dat de melding automatisch doorgebeld wordt naar 4 externe telefoonaansluitingen naar uw keuze.
Basis voor elektriciteit
Fase 1
De stroomaanvoer vanaf de groepenkast moet per vertrek uitmonden in een centrale doos. Van daaruit lopen leidingen naar de diverse lichtpunten, stopcontacten en schakelaars.
Omdat u in de keuken meerdere apparaten gebruikt die veel stroom verbruiken, dient u daar 2 groepen voor te reserveren. Verdeel de apparaten gelijkmatig over beide groepen, al naar gelang hun stroomverbruik.
Fase 2
Gebruik alleen de moderne standaard elektradraad en houdt u aan de kleurcodes:
– bruin: stroomaanvoer (fase-draad)
– blauw: stroomafvoer (nul-draad)
– zwart: stroomaanvoer vanaf een schakelaar naar een lichtpunt (schakeldraad)
– geel/groen: aarde
Fase 3
Gebruik het juiste type behuizing, voorzien van het Kema-keurmerk:
– voor installatiedraad: pvc-elektrabuis
– voor aftakkingen daarvan: lasdoos
– voor inbouwschakelaars en –stopcontacten: inbouwdozen
Fase 4
Stopcontacten mogen niet lager zitten dan 30 cm boven de vloer.
De standaardhoogte voor lichtschakelaars en keukenstopcontacten bedraagt 105 cm.
Fase 5
Bij badkamers worden 4 zones onderscheiden:
– Zone 0: in de douchebak of badkuip zelf. In deze zone mag zich uiteraard geen elektrische installatie of apparaat bevinden.
– Zone 1: aangrenzende muren tot een hoogte van 2,25 m. In deze zone mogen geen schakelaars of stopcontacten geplaatst worden en alleen verlichtingsarmaturen die maximaal spatwaterdicht zijn (beschermingswaarde IP-45).
– Zone 2: een cirkel met een straal van 60 cm., rondom zone 1. Ook hier zijn stopcontacten en schakelaars niet toegestaan. Eventuele verlichtingsarmaturen moeten een IP-waarde hebben van IP-44 of hoger.
– Zone 3: het gebied vanaf zone 2, tot 3 meter van douche of bad. Hier mag u wel schakelaars en stopcontacten plaatsen, mits deze achter een aardlek schakelaar staan. Ook armaturen met lagere beschermingswaarde (IP-21) zijn toegestaan
Deurbel plaatsen
Elektriciteit voor buiten
Fase 1
Bevestig de lasdoos net boven de buis. Sluit de grondkabel en het neopreen mantelsnoer aan de buitenkant van de doos af met een wartel en rubberring. Bescherm de kabel die de grond ingaat tot 50 cm diepte met een buis van kunststof.
Fase 2
Wees voorzichtig dat u de kabel niet kapotknipt, maar leg een lus daar waar een tuinlamp komt. De lus steekt een kleine meter boven de grond uit.
Fase 3
Als u de kabel moet splitsen, maak dan een waterdichte verbinding met een kabelmof daar bevestigt u de kabeleinden aan elkaar. Dan vult u de mof met vloeibare kunsthars. Na de uitharding geeft dit een waterdichte las
Fase 4
Met een steenboor boort u in het midden van een betontegel 2 gaten waar de grondkabel ruim doorheen kan.
Met een dunnere steenboor maakt u de gaten voor de bevestiging van de grondplaat van de lamp.
Fase 5
Voer de kabel door de gaten in de tegel. Monteer de buitenlamp in het midden van de kabel aan de vrijgemaakte draadeinden. Volg hierbij de instructies van de lamp. Zorg voor aarding als de lamp van metaal is.
Fase 6
Om makkelijke buitenklussen in de tuin te doen is het handig een extra stopcontact te voorzien. Dit bevestigt u aan een geïmpregneerde balk of hardhouten vlonderplank die minstens 1 meter diep in de grond steekt. Bescherm de kabel vanaf 50 cm onder de grond tot aan het aansluitpunt met een buis.
Installeren muurventilator
Fase 1
Op de plaats waar je de ventilator wenst, tekent u het gat af op de binnenmuur. Boor gaten door de muur heen, loodrecht op de getekende lijn.
Fase 2
Hak met een kleine steenbeiteltje zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van de muur een ondiep gat. Werk vervolgens van binnenuit naar buiten toe.
Fase 3
Kap bij een spouwmuur eerst de liggende voeg uit, over een breedte van 2 stenen. Schuif een stukje hardboard door de spleet in de spouw, om het gruis op te vangen. Haal na afloop het puin en gruis via het gat weg en maak de voeg weer dicht. Zo voorkomt u vervuiling van de spouw waardoor vochtproblemen kunnen ontstaan.
Fase 4
Zaag met een ijzerzaag een stuk PVC pijp op maat en schuif deze door het gat. Maak de kier aan de binnenkant dicht met acrylaatkit, aan de buitenkant met PUR schuim. Schuif de ventilator in de pijp en zet hem op de muur vast (pluggen, schroeven).
Fase 5
Monteer het ventilatierooster op de buitenmuur met schroeven en pluggen. Zorg dat de lamellen dakpansgewijs naar beneden wijzen.
Fase 6
Sluit de ventilator aan op het lichtnet. Heeft de ventilator geen vochtsensor, stel dan een doorlooptijd in: de beslagen badkamerspiegel moet binnen 10 minuten weer helder zijn.
Fase 7
Met een licht vochtige doek reinigt u de ventilator . Zorg wel dat er absoluut geen water in het motorhuis loopt!

Keuken

Aansluiten afvoer op bestaande riolering
Fase 1
Maak de gresbuis eerst en vooral schoon.
Teken met een stift het gat af waar nieuwe pvc-buis komt.
Fase 2
Boor op de afgetekende lijn een reeks gaatjes, zoveel mogelijk aaneengesloten (steenboor, 5 mm).
Geen kracht zetten, laat de boor het werk doen!
Fase 3
Tik voorzichtig het uitgeboorde deel met een hamer los.
Werk de randen van de opening zonodig bij met een vijl.
Fase 4
Schuif de pvc-buis 1-2 cm diep in de gresbuis. Niet dieper, anders ontstaat gevaar voor verstopping.
Fixeer de pvc-buis zodat hij niet kan verschuiven.
Fase 5
Maak snelcement aan.
Bouw hiermee , rondom de pvc-buis, een kegeltje op de gresbuis
Laat het geheel een uurtje rusten voordat u de nieuwe afvoer gebruikt.
Fase 6
AANSLUITING OP EEN PVC-RIOOLBUIS
Mogelijkheid 1: Y-stuk
Deze methode is de beste maar kan alleen gebruikt worden als de bestaande rioolbuis in de lengterichting enige speling heeft.
Fase 7
Teken het deel van de rioolbuis af dat u er tussenuit moet halen.
Controleer of deze maat klopt door het Y-stuk ernaast te houden.
Fase 8
Zaag de rioolbuis op beide lijnen zo recht mogelijk door, met behulp van een ijzerzaag.
Schuur de zaagsnedes glad en ruw de openingen van het Y-stuk op met schuurpapier.
Breng hard pvc-lijm aan op de geschuurde delen van rioolbuis en Y-stuk.
Fase 9
Duw de rioolbuis iets naar achteren.
Schuif het Y-stuk over een uiteinde van de rioolbuis en duw het andere uiteinde van de buis in het Y-stuk.
Fase 10
Mogelijheid 2: T-stuk
Als u de bestaande rioolbuis niet kunt bewegenn, kunt u een nieuwe aansluiting maken door er een speciaal T-stuk bovenop te lijmen.
Fase 11
Teken met een stiftje het gat voor de nieuwe afvoerbuis op de rioolpijp af.
Maak de opening liever iets te krap dan te ruim.
Fase 12
Boor op deze lijn een reeks gaatjes, zo dicht mogelijk bij elkaar (houtboor, 5 mm).
Fase 13
Tik het uitgeboorde deel los en vijl de opening zonodig bij.
Schuur de rioolbuis rondom het gat en de binnenkant van de mof van het T-stuk.
Fase 14
Smeer rioolbuis en T-stuk in met hard pvc-lijm en pllaats het T-stuk over het gat.
Maak het vast door watervaste tape om de rioolbuis te wikkelen.
Schuur het uiteinde van de nieuwe afvoerbuis en lijm deze in het T-stuk vast.
Bewerken van keukenkasten
Fase 1
Om mooi werk te leveren verwijdert u de kastdeurtjes door de scharnier los te schroeven. Verwijder ook de handgrepen.
Fase 2
Haal de lades eruit. Verwijder ook hier de handgrepen. Maak, indien mogelijk, de ladefronten los.
Fase 3
Ontvet de deurtjes en lades grondig.
Fase 4
Methode 1. Schilderen
Schuur de deurtjes en frontpanelen zachtjes met zeer fijn schuurpapier.
Fase 5
Zet deurtjes en frontjes in de kunststofprimer.
Schuur de onderdelen nogmaals licht op en lak ze in de gewenste kleur (minimaal 3 lagen).
Tussen de lagen door licht opschuren
Fase 6
Methode 2: Metaalfolie
Bent u tevreden met de huidige kleur dan kan u meteen beginnen met het aanbrengen van de folie. Anders moet u de deuren en lades eerst verven zoals hierboven beschreven.
De folie heeft een vaste maat van 45 cm. Het is niet nodig dat de strook folie in het midden komt.
Probeer een aantal hoogtes uit en markeer daarna op elk deurtje de hoogte waar de folie komt.
Fase 7
Knip een stuk folie af dat voldoende groot is. Trek aan het begin van het beschermlaagje een klein stukje weg.
Plaats de folie op de markeerstreep en plak het begin vast.
Trek stukje voor stukje het beschermlaagje onder de rol vandaan en wrijf de folie vast met een doek.
Fase 8
Snij het overtollige folie weg met behulp van een cuttermes.
Fase 9
Knip voor de lades stroken folie af van 5 cm breed. Hier ook eerst de hoogte markeren en op dezelfde manier de folie aanbrengen.
Fase 10
Prik voorzichtig de gaatjes voor de handvatten door de folie heen en bevestig de handvatten. Mochten de oude handvaten niet meer passen bij de nieuwe look, kan u steeds ander handvatten kopen.
Fase 11
Monteer de scharnieren en hang de deurtjes af. Zet ook de ladefrontjes weer vast.
Faiencen snijden
Fase 1
RECHT AFSNIJDEN
Met een rolmaat meet u nauwkeurig de maat van het te bezetten stuk wand of vloer op. De voegbreedtes worden hier wel vanaf getrokken.
Fase 2
Met een viltstift en een winkelhaak tekent u de afmeting op de tegel nauwkeurig af .
Maak dat afgesneden kant van de tegel in de hoek komt. Dti zal ethisch mooier zijn.
Fase 3
Leg de faience of tegel in de tegelsnijder en duw het mesje enige malen over de tegel, tot dat er een kras in het glazuur ontstaat.
Zorg ervoor dat ook het glazuur aan begin en eindpunt goed ingekrast zijn.
Breek de tegel op de snijlijn door er een schroevendraaier onder te leggen en aan weerszijden van de snijlijn op de tegel te drukken.
Fase 4
Verwijder oneffenheden op het breukvlak voorzichtig met behulp van een knabbeltang of een vijl.
Fase 5
VORMEN UITSTNIJDEN
Gebruik voor het aftekenen van lastige vormen (bijvoorbeeld: wastafelrand) een profielmal.
Druk deze tegen het obstakel aan zodat de pennen de vorm zoveel mogelijk volgen en teken deze vorm op de tegel af.
Fase 6
Kras het glazuur in met behulp van een glassnijder en breek de afgetekende vorm voorzichtig af.
Werk het breukvlak zonodig bij met een vijl.
Fase 7
RONDE GATEN MAKEN
Voor het maken van een leidingdoorvoer tekent u het gat op de tegel of faience af en met een boor van 8 mm boort u een gat binnen deze cirkel.
Zaag het gat uit met behulp van een beugelzaag (met grit zaagblad) en verwijder achtergebleven randjes met een speciaal hiervoor bedoelde gatentang of een ronde vijl.
Fase 8
U kunt de doorvoer van de leiding ook uit 2 stukken maken: Snij de tegel door ter hoogte van het hart van het afgetekende gat.
Zaag in beide tegelhelften voorzichtig een halve cirkel uit, met behulp van een zaag. Vijl de snijvlakken bij en lijm beide helften om de leiding heen op de muur.
Fase 9
Gaten voor wandcontactdozen maakt u met behulp van een tegelgatenzaag.
Plaats het boortje in het hart van de cirkel en oefen lichte druk uit zodat de boor langzaam door de tegel heen gaat.
Nu de gatenzaag gefixeerd is kunt u een perfect rond gat in de tegel uitzagen.
Inbouwen vaatwas
Fase 1
Haal voorzichtig de bestaande keukenkastjes weg, daar waar u de vaatwasser wenst. Verwijder ook de plinten.
Fase 2
Voor uw veiligheid: sluit de stroom af. Bevestig een stopcontact op de muur, nét naast de plaats waar de vaatwasser komt, op 50 cm hoogte.
Fase 3
Vervolgens sluit u het water af. Monteer de muurplaat op de muur, ook nét naast de plek waar de vaatwasser komt, maar dan aan de andere kant dan het
stopcontact dit op ong70 cm hoogte.
Leg een aftakking aan van een bestaande waterleiding naar deze muurplaat en draai de wasmachinekraan in de muur.
Fase 4
Maak met behulp van PVC-materialen een aftakking naar de bestaande afvoer
Bevestig daarop de sifon; de uitmonding daarvan moet uiteindelijk op 60 cm hoogte zitten.
Druk de rubberen overgangsring in de bovenzijde van de sifon. Hierin steekt u later de afvoerslang van de vaatwasmachine.
Fase 5
Meet de deur van de vaatwasser. Zaag een nieuw frontpaneel voor de deur van de vaatwasser uit de plaat multiplex.
Fase 6
Verwijder de bovenplaat van de vaatwasser, lees hiervoor de gebruiksaanwijzing van uw specifieke vaatwasser.
Fase 7
Plaats de vaatwasser in de vrijgemaakte ruimte. Maak zonodig een vlondertje van de juiste hoogte, zodat de vaatwasser net onder het
aanrechtblad komt.
Maak indien nodig passtukken en plintstukken van MDF.
Fase 8
Zet alle passtukken en het frontpaneel in grondverf. Lak ze minimaal 2 maal en tussendoor lichtjes opschuren voor een mooi eindresultaat.
Fase 9
Bevestig het frontpaneel op de deur van de vaatwasser, met behulp van montagekit.
Fase 10
Zet de machine op zijn plaats. Sluit de waterslang aan op de kraan, de afvoerslang op de afvoer en steek de stekker in het stopcontact. Als laatste plaatst u de plinten.
Installeren boiler
Fase 1
Om te beginnen sluit u de waterleiding af. Monteer het koperen T-stuk op de bestaande watertoevoer, op circa 50 cm hoogte.
Fase 2
Sluit een stukje koperen buis (7 cm) aan op het T-stuk en op de inlaatcombinatie van de boiler.
Gebruik een van bijgeleverde fiber ringen bij de aansluiting op de inlaatcombinatie
De trechter van de inlaatcombinatie moet naar beneden wijzen.
Fase 3
Teken de plaats van het kruisstuk af op de bestaande afvoer. Dit moet lager zijn dan de trechter van de inlaatcombinatie.
Zaag een stukje uit de afvoer, van de juiste lengte. Plaats het kruisstuk en draai het vast.
Als u geen 2e spoelbak heeft, kunt u de brede inlaat van het kruisstuk afsluiten met behulp van bijgeleverde stop.
Fase 4
Zet de kunststofslang met slangenklem vast aan de smalle inlaat van het kruisstuk en de trechter van de inlaatcombinatie.
De afvoerslang moet een lus maken van minstens 5 cm. Deze dient als waterslot dat ongewenste luchtjes uit de afvoer tegenhoudt.
Fase 5
Koppel de metaal omvlochten verloopslang (1/2″-3/8″) aan de inlaatcombinatie.
Sluit het andere uiteinde aan op de koudwater-inlaat van de boiler, te herkennen aan een pijl die naar de boiler toe wijst.
Breng op beide aansluitingen een fiber ring aan.
Fase 6
Koppel de 3/8″ metaal omvlochten slang aan de warmwater-uitlaat van de boiler. Dit is te herkennen aan een pijl die van de boiler af wijst. Breng ook nu eerst een fiber ring aan.
Sluit het andere uiteinde aan de (linker) warmwater-poot van de mengkraan (knelkoppeling).
Fase 7
Maak met behulp van de ½” metaal omvlochten slang een rechtstreekse verbinding tussen het T-stuk van de koudwater-aanvoer en de (rechter) koudwater-poot van de mengkraan (knelkoppelingen).
Fase 8
Draai eerst de hoofdkraan en dan de stopkraan van de inlaatcombinatie terug open. U kan nu de boiler vullen door de warmwaterkraan open te draaien; zodra daar water uitkomt is de boiler gevuld.
Steek dan pas de stekker van de boiler in het stopcontact.
Mobiele pilaarkast
Fase 1
Stel het blad van de zaagtafel in op een hoek van 45 graden. Zaag de lange zijden van alle MDF stroken op een breedte van 10,7 cm. Doe dit in verstek.
Fase 2
Verbind de 32 middellange MDF stroken (40 cm) twee aan twee aan elkaar, houtlijm en kopspijkers. Gebruik de blokken vurenhout (69×69 mm) als steun.
Verbind de delen tot slot ook nog met een paar schroeven.
Fase 3
Bevestig op dezelfde manier de 8 korte (30cm) en de 8 lange stroken (198 cm) met elkaar. Deze laatste stroken zullen de staanders vormen.
Fase 4
Lijm en spijker aan de bovenzijde van de 4 staanders een blokje MDF.
Fase 5
Stel de 4 staanders samen: per staander 3x een middellang en 1x een kort hoekstuk.
Lijm en spijker de hoekstukken vast, beginnend vanaf de bovenkant van de staander (bij het blokje MDF).
Het korte hoekstuk (30 cm) komt samen met het blok vurenhout onderaan.
Gebruik steeds een reststukje MDF om de afstand (18 mm) tussen de hoekstukken te bepalen.
Fase 6
Zet 3 staanders rechtop, op een vlakke ondergrond. Schuif de legplanken één voor één in de uitsparingen.
Plaatse dan de 4e staander op zijn plaats en schroef de staanders aan de legplanken vast (voorboren en verzinken).
Fase 7
Bevestig de afwerklatten (5 cm) tegen de planken. (lijmen en schroeven
Fase 8
Ontvet de MDF met reinigingsdoekje speciaal voor MDF. Vul alle schroefgaten op met MDF-vuller. Als deze droog is, kan u het glad schuren.
Fase 9
Zet de kast in de MDF grondverf. Geef zeker de onderzijde van de legplanken ook en laag grondverf.
Na droging de kast licht opschuren en eventuele naden dichtkitten met behulp van acrylaatkit.
Fase 10
Schilder de kast in de gewenste kleur voorze minimaal 2 lagen. Tussen de lagen door licht jes opschuren.
Fase 11
Leg de kast voorzichtig op zijn rug. Schroef de zwenkwielen stevig aan de staanders vast.
Ontstoppen afwasbak
Fase 1
Plak eerst en vooral het overloopgat van de was- of spoelbak dicht met tape.
Fase 2
Vul de wasbak met een beetje water. Plaats de zuignap van de ontstopper over de afvoer. Haal de stok een paar keer krachtig op en neer, zonder de zuignap los te rukken. Is het probleem nog niet verholpen, maak dan de sifonbeker of de zwanenhals proper.
Fase 3
Zet een emmer onder de sifon en draai hem los. Giet de beker leeg in de emmer en maak beker en afvoerpijp goed schoon. Draai de beker weer vast (met de hand, niet te vast aandraaien). Controleer of er geen lekken zijn.
Fase 4
Draai beide moeren van de zwanenhals los met een waterpomptang. Giet de zwanenhals leeg en maak hem proper. Schroef de zwanenhals weer vast met de hand, best niet te vast aandraaien. Controleer of er geen lekken zijn.
Fase 5
Steek een stok door de bocht van de zwanenhals en hou deze met uw linkerhand vast terwijl u de moeren losdraait. Zo voorkomt u dat de afvoerleiding verbuigt.
Fase 6
Als het water nog steeds niet kan weglopen, moet u de afvoerpijp ontstoppen. Verwijder sifonbeker of zwanenhals. Draai de veerontstopper zo ver als u kan in de afvoerpijp. Trek de veer er weer uit. Plaats de sifon of zwanenhals terug en controleer op lekken.
Afvoer plaatsen
Fase 1
Voorbereiding:
Bepaal eerst welke doorsnede de afvoer moet hebben: toilet; 110mm, hemelwaterafvoer; 70mm, alle overige toepassingen; 40mm. Bedenk dat het hele afvoersysteem van uw huis belucht moet worden. Anders ontstaat er een vacuüm als het water wegloopt, waardoor ook de stankafsluiters van de sifons leeg getrokken worden, wat zorgt voor mindere leuke geuren.
Fase 2
Bevestig de Sifon.
Fase 3
Meet de benodigde stukken afvoerbuis op, klik voor informatie op meten van lengte en breedte. Zaag ze op maat met een ijzerzaag, zie hiervoor zagen. Let op dat de horizontale delen van de afvoer voldoende aflopen: 1cm per meter (&lsquoafschot&rsquo). Controleer dit met de waterpas, klik op meten van loodrecht en waterpas.
Fase 4
Een 110mm buis kunt u beter met een handzaag doorzagen. Een rechte lijn tekenen op een ronde buis is lastig. Als u er een schilderstape om de pijp draait, heeft u altijd een rechte lijn.
Fase 5
Verbind twee lengtes pijp met een mof, bocht, T- of Y-stuk. De pijp valt daar nog 2cm in, hou hier rekening mee. Schuif alle onderdelen in elkaar en controleer of ze goed passen.
Fase 6
Op de onderdelen die ten opzichte van elkaar kunnen draaien, zet u met een watervaste stift markeringen. Dan weet u zeker dat u ze op de juiste manier aan elkaar zet, bij het lijmen. Daar u werkt met water, zeker watervast stiften gebruiken.
Fase 7
Schuur de uiteinden van de buis en de binnenkanten van moffen en bochten. Smeer ze in met hard PVC lijm en schuif ze in elkaar. Houd de gelijmde delen enkele seconden geheel stil.
Fase 8
Schuif de bevestigingsmoer van de sifon over de afvoer. Schroef de sifon aan de wastafel vast.
Fase 9
Schuif bij een toilet eerst een rioolbuismof over de PVC afvoerpijp. Zet de toiletpot daar overheen. Deze mof zorgt voor extra stankafsluiting, naast het ‘waterslot’ van de toiletpot.
Fase 10
Ook de sanitairkit op de onderrand van de toiletpot voorkomt het vrijkomen van luchtjes.
Fase 11
Lijm een PVC zwanenhals in de afvoerpijp voor de wasmachine. Deze werkt als ‘waterslot’ en houdt rioollucht tegen.
Fase 12
Zet de afvoerbuizen aan de muur vast door gebruik te maken van beugels. Zorg ervoor dat de horizontaal lopende stukken niet doorbuigen. Plaats daarom bij een 40mm pijp om de 80cm een beugel, en bij een 110mm buis om de 1.25 meter.
Faiencen plaatsen
Fase 1
Vooraleer te beginnen moet u ervoor zorgen dan het te bewerken oppervlak mooi vlak en proper is. Verwijder behang en loszittende verf en vul scheuren en gaten op met vulmiddel. Bij gipsplaten zeker een soort primer gebruiken. Laat dit 24 uur drogen. Bevestig een lat met behulp van enkele stalen spijkers op de muur, op ongeveer 1 tegelhoogte vanaf de vloer. Sla de spijkers niet helemaal in de lat, zodat u ze later gemakkelijk kunt verwijderen. Zorg dat de lat waterpas loopt. Zie hiervoor ook meten van loodrecht en waterpas.
Fase 2
Meet de breedte van de wand en zet in het midden een streepje. Trek daarna een verticale lijn in het midden van de wand. Bevestig langs die lijn eventueel ook een lat op de muur.
Fase 3
faiencen lijmen:
Schep een beetje tegellijm op de lijmkam. Druk de lijmkam stevig tegen de muur en trek hem in horizontale richting, zodat er stroken lijm op de muur achterblijft.
Fase 4
Duw de eerste faience stevig in de hoek van de twee latten. Maak dat hij goed vastzit. De eerste faience is belangrijk.
Fase 5
Druk op de hoeken een voegkruisje in de lijm en hand de volgende faience aan de muur en duw hem strak tegen de voegkruisjes aan.
Breng dan de volgende aan en verwijder steeds overtollige lijmresten direct met een vochtige spons. Dit om mooi, verzorgd werk af te leveren. Verwijder de latten en bezet de rest van de muur op deze manier.
Fase 6
Is een faience te groot, kort deze dan in door voorzichtig te snijden met een tegelsnijder: Teken de afmeting op de tegel af (viltstift) en hou rekening met de voegbreedte. Leg de faience in de snijder. Duw het mesje enkele malen over de tegel, tot er een krasje in het glazuur ontstaat.
Fase 7
Op deze lijn breekt u dan de faience in 2.
Fase 8
Als u slechts enkele faiences op maat hoeft te maken, volstaat een tegelsnijtang. Trek de faiencel tussen de rubberen wieltjes door, zodat het mesje een kras in het glazuur maakt. Breek de faience met de tegeltang in 2.
Fase 9
Breek kleine hoekjes en randjes voorzichtig af met behulp van een knabbeltang. Vijl de randen zonodig bij met een vijl.
Fase 10
Voor het aftekenen van moeilijke vormen gebruikt u best een profielmal(bijvoorbeeld de ronding van een afvoer) . Druk de mal tegen het voorwerp aan en zorg dat de pennen de vorm zoveel mogelijk volgen. Teken de vorm af op de faience.
Fase 11
Teken voor een leidingdoorvoer de plaats van de leiding op de tegel af. Snij de tegel door ter hoogte van het midden van het afgetekende gat. Zaag het gat in beide tegelhelften uit met een tegelzaag. Lijm beide helften om de leiding heen op de muur.
Fase 12
Tegels voegen:
Als de lijm volledig hard geworden is (kan 24 uur duren), kunt u de faiencen voegen. U kunt kiezen uit kant-en-klaar voegmiddel of voegmiddel in poedervorm. Dit moet u aanmaken met water, lees hiervoor gebruiksaanwijzing op de verpakking. Veeg het voegmiddel met een rubberen spaan over de muur, in een diagonaal beweging. Druk het stevig in de voegen. Werk efficient en vlug, want voegmiddel droogt snel uit.
Fase 13
Verwijder resten van het voegmiddel op de faiencen voorzichtig met een natte spons. Pas wel op dat u het voegmiddel niet weer uit de voegen veegt. Laat het voegmiddel opdrogen en wrijf de waas weg die op de tegels is achtergebleven.
Fase 14
Met een voegpen kunt u een profiel in de voegen trekken. Wacht hiermee tot de voegen half uitgehard zijn. Dit is een vrije keuze.
Fase 15
Hoeken:
Bij buitenhoeken maakt het verschil of de glazuurlaag van de tegels wel of niet aan de zijkant doorloopt. Is de zijkant van de tegels niet geglazuurd, breng dan een hoekstrip aan en leg de faiencen er tegenaan.
Is de zijkant wel geglazuurd, dan kunt u de faiencen door laten lopen tot aan de rand.
Gasleidingen zelf leggen
Fase 1
Materiaalkeuze
Voor gasleidingen mag alleen roodkoperen buis met een diameter van 15 mm. gebruikt worden.
Voor de verbindingsstukken heeft u de keuze uit solderen of knellen.
Fase 2
Met behulp van zadels zet u de gasleiding om de 40 cm. vast op de muur of balk. Zorg dat de leiding nergens onder spanning staat.
Fase 3
Een gasleiding die in de muur weggewerkt wordt, onder de vloer door loopt of door een muur heen gaat, moet door een PVC mantel geleid worden. De uiteinden daarvan moeten in de kamer uitkomen, zodat zich geen gasbel kan vormen in de muur of onder de vloer.
Fase 4
Fornuis
Laat de rubberen aansluitslang niet achter het fornuis doorlopen; achter het fornuis mag alleen koper gebruikt worden.
De fabricagedatum staat op de aansluitslang vermeld.
Fase 5
Verwarming
Bij verbranding van gas komt koolmonoxide (CO) vrij. Dit is reukloos en uiterst giftig. Een te hoge concentratie CO in huis is het gevolg van vuile branders of van een slechte afvoer van de rookgassen. Laat daarom jaarlijks de branders van kachels, CV-ketel en geiser schoonmaken door een vakman.
Daarnaast is het verstandig om de schoorsteen elke 2 jaar te laten controleren en schoonmaken.
Inbouwkookplaat installeren
Fase 1
De kookplaat komt recht boven een aanrechtkastje. Trek een lijn op het aanrechtblad, op 4 cm vanaf de achterwand.
Fase 2
Met een winkelhaak tekent u het inbouwgat af (49×56 cm) . De lange zijde van het gat valt samen met de getrokken lijn op 4 cm vanaf de achterwand.
Fase 3
Boor in de hoekpunten van de afgetekende vorm een gat door het aanrechtblad.
Fase 4
Zaag het gat voorzichtig uit met een decoupeerzaag.
Fase 5
Plaatst voorzichtig de kookplaat in het voorziene gat en controleer of hij vlak op het aanrecht ligt. Klem de kookplaat strak op het aanrecht, doe dit met bijgeleverde schroefklemmen.
Sluit de gasslang aan en controleer met een kwastje en zeepsop of de leidingen en aansluiting lekdicht zijn.
Steek zonodig de stekker van het ontstekingsmechanisme in het stopcontact.
Fase 6
Schroef het glazen of het RVS spatscherm op de achterwand vast (pluggen, bolkopschroeven).
Voorzie bij een glazen achterwand de schroeven van rubberen ringetje, om te voorkomen dat het glas barst tijdens het aandraaien van de schroeven.
Kranen herstellen
Fase 1
Draai eerst en vooral de hoofdkraan van de waterleiding dicht. Haal de knop van de kraan af. Bij sommige kranen moet u hiervoor het schroefje losdraaien dat onder het gekleurde dopje zit.
Fase 2
Draai de sierhuls los en schroef het binnenwerk uit de kraan. Controleer of de pakking in het kraanhuis nog intact is.
Fase 3
Draai het moertje of schroefje los waarmee het leertje vastzit. Verwijder het leertje.
Fase 4
Verwijder kalkaanslag op de kraanonderdelen met een ontkalkingsmiddel en plaats een nieuw leertje.
Fase 5
Mocht het nodig zijn brengt u een nieuwe pakking aan in het kraanhuis. Draai het binnenwerk van de kraan helemaal open. Schroef het terug in het kraanhuis. Schroef de sierhuls vast. Druk of schroef de knop weer op de kraan.
Ontstoppen afvoer
Fase 1
Plak eerst en vooral het overloopgat van de was- of spoelbak dicht met tape.
Fase 2
Vul de wasbak met een beetje water. Plaats de zuignap van de ontstopper over de afvoer. Haal de stok een paar keer krachtig op en neer, zonder de zuignap los te rukken. Is het probleem nog niet verholpen, maak dan de sifonbeker of de zwanenhals proper.
Fase 3
Zet een emmer onder de sifon en draai hem los. Giet de beker leeg in de emmer en maak beker en afvoerpijp goed schoon. Draai de beker weer vast (met de hand, niet te vast aandraaien). Controleer of er geen lekken zijn.
Fase 4
Draai beide moeren van de zwanenhals los met een waterpomptang. Giet de zwanenhals leeg en maak hem proper. Schroef de zwanenhals weer vast met de hand, best niet te vast aandraaien. Controleer of er geen lekken zijn.
Fase 5
Steek een stok door de bocht van de zwanenhals en hou deze met uw linkerhand vast terwijl u de moeren losdraait. Zo voorkomt u dat de afvoerleiding verbuigt.
Fase 6
Als het water nog steeds niet kan weglopen, moet u de afvoerpijp ontstoppen. Verwijder sifonbeker of zwanenhals. Draai de veerontstopper zo ver als u kan in de afvoerpijp. Trek de veer er weer uit. Plaats de sifon of zwanenhals terug en controleer op lekken.

Plafond en muur

Aanbrengen glasweefselbehang
Fase 1
Maak eerst en vooral dat de ondergrond schoon, droog, glad, stof- en vetvrij zijn. Verwijder loszittende stuc- en oude verflagen. Gaatjes en spleten vul je best op met behulp van muurvuller. Met latex behandelde muren eerst reinigen.
Behandel het oppervlak in geval van een zuigende ondergrond eerst voor met verdunde lijm of met muurgrond en laat dit minimaal 6 uur drogen.
Fase 2
Knip de behangbanen op maat. Maak elke baan 10 cm langer dan strikt noodzakelijk.
Breng de lijm direct uit de emmer met een vachtroller of kwast gelijkmatig op de muur aan, iets breder dan één baanbreedte van het behang.
Fase 3
Breng vervolgens het behang aan in de natte lijmlaag. Plak de volgende baan stotend (=zonder overlap) aan de eerste baan.
Let op: de binnenzijde van de rol is de plakkant!
Controleer met de waterpas of de baan goed loodrecht zit en druk het behang overal goed in de lijm.
Fase 4
Druk het behang overal goed in de lijm. Zodat het mooi effen en stevig aan de muur hangt.
Druk het behang aan met behulp van de behangspatel of een gladde rubberen roller. Om mooi te werken zorg ervoor dat uw materiaal tijdens de werken lijmvrij en proper blijft.Snij het overtollige behang langs het plafond en de plint af.
Fase 5
Bij hoeken het glasweefselbehang minimaal 10 cm voorbij de hoek door laten lopen. Plak de volgende baan een paar centimeter over het doorlopende gedeelte heen en dubbel doorsnijden om een loodrecht aansluiting te krijgen.
Afwerken gipsplaten
Fase 1
Gipsplaat stucen
Vul de naden en schroefgaten met gipsplaatvuller. Voor de schroefgaten gebruikt u een plamuurmes. Voor het vullen van de naden is het beter met een stucspaan.
Haal steeds overtollige gipsplaatvuller direct weg om mooi werk af te leveren.
Fase 2
Plak nadenband over de naden tussen de platen. Plaats op de hoeken een stucspeer voor een goed eindresultaat.
Fase 3
Behandel de gipsplaten met voorstrijkmiddel en laat dit 12 uur drogen. Stuc de platen vervolgens.
Fase 4
Gipsplaten schilderen
Vul de naden en schroefgaten met gipsplaatvuller. Voor de schroefgaten gebruikt u een plamuurmes, het vullen van de naden gaat het makkelijkste met een stucspaan.
Haal overtollige gipsplaatvuller direct weg en breng zonodig een tweede laagje aan om de laatste oneffenheden te vullen.
Fase 5
Na droging het gladschuren.
Fase 6
U kunt de naden tussen de gipsplaten ook behouden. In dat geval brengt u best een dunne ril acrylaatkit in de naden aan en strijk dit
met een natte vinger glad. Zo dicht u de kieren tussen de afzonderlijke platen.
Fase 7
Behandel de platen met voorstrijkmiddel en laat dit minimaal 12 uur drogen.
Schilder de platen met muurverf.
Installeren muurventilator
Fase 1
Op de plaats waar je de ventilator wenst, tekent u het gat af op de binnenmuur. Boor gaten door de muur heen, loodrecht op de getekende lijn.
Fase 2
Hak met een kleine steenbeiteltje zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van de muur een ondiep gat. Werk vervolgens van binnenuit naar buiten toe.
Fase 3
Kap bij een spouwmuur eerst de liggende voeg uit, over een breedte van 2 stenen. Schuif een stukje hardboard door de spleet in de spouw, om het gruis op te vangen. Haal na afloop het puin en gruis via het gat weg en maak de voeg weer dicht. Zo voorkomt u vervuiling van de spouw waardoor vochtproblemen kunnen ontstaan.
Fase 4
Zaag met een ijzerzaag een stuk PVC pijp op maat en schuif deze door het gat. Maak de kier aan de binnenkant dicht met acrylaatkit, aan de buitenkant met PUR schuim. Schuif de ventilator in de pijp en zet hem op de muur vast (pluggen, schroeven).
Fase 5
Monteer het ventilatierooster op de buitenmuur met schroeven en pluggen. Zorg dat de lamellen dakpansgewijs naar beneden wijzen.
Fase 6
Sluit de ventilator aan op het lichtnet. Heeft de ventilator geen vochtsensor, stel dan een doorlooptijd in: de beslagen badkamerspiegel moet binnen 10 minuten weer helder zijn.
Fase 7
Met een licht vochtige doek reinigt u de ventilator . Zorg wel dat er absoluut geen water in het motorhuis loopt!
Isoleren buitenmuren
Fase 1
Uw bestaande elektriciteitsleidingen gaat u moetn aanpassen:
-Bij opbouw: vervang de stopcontacten en schakelaars door inbouwdozen. Hou hierbij een afstand tot de muur aan van 7,5cm plus de dikte van de afwerklaag.
-Bij inbouw: vervang de inbouwdozen door trekdozen en deze met korte elektriciteitspijpjes verbinden met nieuwe inbouw. Houd hierbij een afstand tot de muur aan van 7,5 cm plus de dikte van de afwerklaag.
Fase 2 Regelwerk:
Meet eerst en vooral de hoogte van uw muur op. Zaag voldoende balkjes en latten op maat voor regels om de 30cm
(1 regel bestaat uit 1 balkje waarop een lat gespijkerd wordt). Boor in
alle balkjes 4 tot 5 gaten met een houtboor (8 mm).
Fase 3
Het eerste balkje houdt u in de hoek loodrecht tegen de muur enverifieer dit met de waterpas. Boor de gaten door in de muur met een 8 mm steenboor. Sla het balkje in de muur vast met spijkerpluggen.
Fase 4
Bevestig het volgende balkje op dezelfde wijze. Het hart moet zich op 30cm van de hoek bevinden. Hou voor de overige balkjes dezelfde hartafstand aan. Timmer de latten op de balkjes.
Fase 5
Vertoont de muur oneffenheden of loopt hij schuin af: vul dan de ruimte tussen de regelbalk en muur aan weerszijden van de spijkerplug op met kleine stukjes hardboard.
Fase 6 Isolatiemateriaal:
Snij de platen glas- of steenwol in de lengte doormidden met behulp van een broodmes. Dat is eenvoudiger dan het snijden met een cuttermes.
Klem ze tussen het regelwerk. Werk het regelwerk af met gipsplaten, schroten of andere afbouwplaten. Gebruik holle wandpluggen voor het ophangen van schilderijen en dergelijke.
Fase 7
Bedek de hele wand met afdekfolie en zet ze vast met punaises. Laat de folienaden elkaar minstens 10cm overlappen. Plak de naden af met aluminium tape.
Metselen
Fase 1
de voorbereiding:
De meest voorkomende maat baksteen is ca. 21x10x5cm. Gebruik voor buitenmuren zachte rode baksteen. Gebruik voor de onderste lagen, de harde soort steen. Voor binnenmuren zijn witte kalkzandstenen heel geschikt.
Fase 2
Bereken op voorhand het aantal stenen die je nodig heeft. Reken voor een halfsteens muur circa 78 stenen/m2, voor een steens muur 156 stenen/m2.
Fase 3
Besprenkel de stenen de dag van tevoren met water. Laat dit intrekken tot de stenen de juiste vochtigheid hebben. Bij te droge stenen hecht de specie slecht, bij te natte loopt hij tussen de stenen uit.
Fase 4
Bereken ook hoeveel cement en zand u nodig heeft. Ga uit van een mengverhouding 1:3 en reken voor een halfsteens muur circa 25 liter/m2, voor een steensmuur 60 liter/m2.
Fase 5
Specie aanmaken:
Schep zand en cement droog door elkaar, tot u egale kleur heeft. Roer er water door tot een smeuïge massa ontstaat (niet te droog). Maak steeds een hoeveelheid aan die u binnen 2 uur kunt verwerken.
Fase 6
Metselen:
Span het metseltouw ter hoogte van de bovenkant van de nieuwe laag.
Fase 7
Oefen eerst door wat stenen aan te brengen op tegeles. Zo krijgt u in de gaten hoeveel specie u op moet brengen en met welke beweging u de steen op zijn plek moet zetten. Breng de specie op met een ronde troffel. Werk hem naar de vorige steen toe en duw wat specie tegen de kop.
Fase 8
Houd de steen een beetje schuin met de bolle kant naar beneden. Duw hem in één vlotte beweging tegen de vorige steen. Klop hem recht met de achterkant van de troffel.
Fase 9
Zet de steen eventueel rechter op de vorige laag door een tikje met de punt van de troffel. Beweeg hem niet horizontaal met uw hand!
Fase 10
Maak een steen op maat door hem aan de zijkant in te krassen. Vervolgens zet u de sabel op de kras en geef er een korte tik op met de hamer.
Fase 11
Uitpuilende specie haalt u direct weg met een troffel. Krab aan het eind van de dag de voegen 1cm uit en strijk ze glad met behulp van voegspijker.
Fase 12
Het voegen:
Na 2 weken is de specie voldoende uitgehard om te kunnen voegen. Maak specie aan met water tot hij ‘aardvochtig’ is, dan kunt u er een bal van kneden. Schep specie in een voegbord. Voeg eerst de stootvoegen daarna de lintvoegen.
Lijsten en plinten plaatsen
Fase 1 PLINTEN AANBRENGEN
Zet eerst en vooral de plintlatten in de grondverf, schuur ze daarna lichtjes op en breng de eerste laklaag aan. Dit aan beide zijden van de plint.
Fase 2
Meet de lengte van de muur die je wil voorzin van een plint en zaag de eerste plint op de juiste maat.
Fase 3
Om de 30 cm boort u een gaatje door de plint met een houtboor van 3 mm. Verruim de gaatjes met de verzinkboor zodat de schroeven er later makkelijk inkunnen.
Fase 4
Hou de plint tegen de muur en teken de schroefgaatjes op de muur af.
Fase 5
Boor vervolgens de pluggaten in de muur met een steenboor van 6mm.Voorzie deze gaten daara van pluggen en schroef de plint vast.
Fase 6
Bij een muur die goed recht is kunt u de plinten ook vastlijmen. Tijdens het drogen van de lijm klemt u de plint tegen de muur met houten latten die u schoor zet tussen de plint en een lat die u tijdelijk op de vloer vastzet.
Fase 7 Buitenhoek maken
Meet nauwkeurig de lengte van de ééne muur op en tel daar de dikte van de lat bij op. Zaag de plint voor deze muur op maat onder een hoek van 45 graden af (verstek loopt naar binnen toe). Bevestig de plint aan de muur.
Leg de 2e plint tegen de 1e plint en teken op de 2e plint de rand van de muur af.
Zaag nu de 2e plint in verstek op maat (verstek wijst naar buiten).
Fase 8 Binnenhoek maken
Bevestig de eerste plint op de muur en zet daarna de 2e plint op zijn plaats, zodat de plinten strak tegen ekaar staan.
Hou een stukje plinthout tegen de 1e plint en neem de contouren daarvan over op de 2e plint. Zaag deze 2e plint vervolgens af op die afgetekende lijn.
Fase 9
Maak de schroefgaten dicht met plamuur. Gebruik hiervoor bij transparante afwerking kneedbaar hout.
Vul de kier tussen plint en muur op met acrylaatkit . Na een half uur kunt u de plinten reeds aflakken.
Fase 10 SIERLIJSTEN AANBRENGEN
Sierlijst op de muur
Kies waar de sierlijst moet komen. Teken op deze hoogte een lijn over de hele muur. Gebruik hiervoor een waterpas voor een mooie, rechte lijn.
Het aanbrengen van de sierlijst gebeurd op dezelfe manier als “Plinten aanbrengen”, zie hierboven.
Fase 11 Sierlijsten rond ramen en deuren
Hou de eerste staande lijst tegen het kozijn. Stel hem loodrecht met behulp van een waterpas.
Zorg dat de lijst aan de bovenkant (bij deuren) en aan de onderkant (bij ramen) voldoende uitsteekt.
Markeer de binnenmaat van het verstek en herhaal dit voor de andere staande lijst.
Zaag beide lijsten in verstek af.
Fase 12
Bevestig de 2 staande lijsten op het kozijn, doe dit met koploze spijkers. Tik de spijkertjes na met een drevel, zodat ze helemaal verzonken zijn.
Fase 13
Leg de horizontale sierlijst ondersteboven op de 2 staande lijsten.Teken de buitenzijde van het verstek af ; dit is de maximale breedte.
Draai de lat om en zaag vervolgens beide uiteinden in verstek af. Zet ook dit deel van de lijst met koploze spijkers vast.
Fase 14
Maak alle spijkergaatjes dicht met plamuur bij een transparante afwerking doet u dit met kneedbaar hout
Maak de kieren tussen lijsten en muur dicht met acrylaatkit. U kunt de sierlijsten na een uur aflakken.
Aanbrengen raveling
Fase 1
Met behulp van een reciprozaag verwijdert u de plafondbekleding . Maak de opening aan weerszijden van de door te zagen balk 15 cm ruimer dan strikt noodzakelijk is.
Fase 2
Teken op de bovenliggende vloerplanken het uit te zagen gat af.
Fase 3
Zaag de vloerplanken aan weerszijden van de door te zagen balk door, eveneens met behulp van de reciprozaag. Aan de vloerplank bovenop de door te zagen plafondbalk moet u niets doen.
Fase 4
Ondersteun de uiteinden van de balk die u wilt doorzagen met een stempel. Draai deze zo ver aan dat ze klemmen, maar niet zo strak dat ze de balk omhoog duwen.
Fase 5
Fixeer de stempels op de vloer met een paar schroeven of spijker, om te voorkomen dat ze verschuiven als u er tegenaan stoot.
Fase 6
Teken met behulp van een winkelhaak de plaatsen af waar de balk doorgezaagd moet worden.
U brengt straks 2 dwarsbalken aan: u moet de plafondbalk dus aan weerszijden 69 mm korter afzagen dan de begrenzing van het uiteindelijke gat.
Fase 7
Op de afgetekende plaatsen zaagt u de balk door met behulp van de reciprozaag.
Wrik hem voorzichtig los van de bovenliggende vloerplank, met een koevoet.
Fase 8
Meet de afstand tussen de 2 balken die aan weerszijde liggen van de balk die u zojuist hebt doorgezaagd.
Zaag 2 raveelbalken op maat af.
Fase 9
Voorzie 2 uiteinden van de balken van een raveeldrager (schroeven, 4 cm).
Fase 10
Plaats de eerste raveelbalk tussen de plafondbalken en schroef de raveeldragers er stevig aan vast.
Zorg ervoor dat de raveelbalk haaks ligt, goed aansluit op de kopse kant van de doorgezaagde balk en lijnt met de onderkanten van de overige plafondbalken.
Fase 11
Verbind de doorgezaagde balk met de raveelbalk, eveneens met behulp van een raveeldrager (schroeven).
Controleer of alles in de juiste positie zit en breng dan alle andere schroeven aan.
Fase 12
Met behulp van 2 lange schroeven (12 cm) schroeft u de raveelbalk nog eens extra vast aan de kopse kant van de doorgezaagde balk,
Fase 13
U gaat op dezelfde manier terwerk voor de andere raveelbalk.
Fase 14
Controleer of alle verbindingen goed zitten en verwijder dan de stempels.
Heel het plafond aan met stroken gipsplaat en werk zonodig ook de binnenkant van de opening daarmee af.
Beschadigde muren herstellen
Fase 1
Steek oude verf of loslatende kalk weg met een plamuurmes. Krab smalle scheuren V-vormig uit met een verfkrabber. Zo ontstaat een beter oppervlak waar het vulmiddel aan kan hechten. Ontvet het volledige oppervlak rondom de scheur.
Fase 2
Maak vulmiddel in poedervorm aan met water (zie gebruiksaanwijzing op verpakking). Roer tot een gladde stevige pasta.
Fase 3
Maak de scheur nat zodat hij minder kan opzuigen.
Fase 4
Vul de scheur met een plamuurmes. Trek dit stevig langs de muur totdat de hele scheur opgevuld is. Verwijder overtollig plamuur direct na afloop. Vulmiddel krimpt tijdens het drogen. Het is beter om de scheur in 2 à 3 keer op te vullen (tussendoor laten drogen), dan om hem in één keer op te vullen met een overmaat aan vulmiddel (‘bol’ plamuren). In dat geval is de droogtijd erg lang en heeft u na afloop veel schuurwerk.
Fase 5
De plamuur moet u nu volledig laten uitharden. Schuur de reparatie glad tot u de overgang niet meer voelt. Vul de laatste oneffenheden met een laatste dun laagje vulmiddel.
Fase 6
Herstelling van een beschadigde buitenhoek:
Met behulp van staalspijkers spijkert u een plankje op de muur . Druk het vulmiddel daar stevig tegenaan en laat het uitharden. Bevestig het plankje op de andere muur en vul de kier vanaf de andere kant. Met grote gatenvuller kunt u een buitenhoek zetten zonder dat u een plankje nodig heeft.
Fase 7
Vul aansluitingen tussen de muur en houtwerk met flexibel vulmiddel of elastische acrylaatkit met behulp van een kitpistool. Strijk de naad glad met een nat gemaakte vinger. Neem het gerepareerde vlak af met een vochtige doek. Behang de muur. Zie meer informatie hierover onder behangen of schilder hem in de gewenste kleur. Wilt u weten hoe, klik dan op binnenmuren schilderen.
Isoleren van schuin dak
Fase 1
Gebruik glas- of steenwol voor het isoleren van een schuin dak. U kunt kiezen uit spijkerflensdekens of losse isolatieplaten. Bij de eerste mogelijk heid is het isolatiemateriaal aan twee zijden verpakt in dik papier. Aan weerszijden steekt een strook papier uit, waarmee u de dekens op de balken van het dak niet. Dat werkt gemakkelijk en schoon (geen kriebelende vezeltjes), maar verandert wel het dakaanzicht totaal.
Fase 2
Meet de lengtes tussen de gordingen op.
Fase 3
Het spijkerflensdeken of de isolatieplaten snijdt u op maat met behulp van een broodmes dit gaat beter dan met een cuttermes.
Fase 4
De spijkerflensdekens niet u vast op de balken. Laat losse stroken goed op elkaar aansluiten en tape de naden af.
Fase 5
Maak isolatieplaten net iets breder dan de afstand tussen de balken. Klem ze daar tussen. Fixeer ze door latjes tegen de balken te spijkeren.
Fase 6
Dek het isolatiemateriaal geheel af met bouwfolie. Laat dit op de naden 10cm overlappen en tape de naden af. U kunt u het dak eenvoudig afwerken met gipsplaten als u isolatieplaten tussen de balken heeft aangebracht.
Lichtkoepels
Fase 1
Kies de plaats waar de koepel moet komen en verwijder op die plaats de plafondafwerking.
Teken de omtrek van het gat (de opstandmaat) haaks af op het dakbeschot. Boor van binnenuit op elke hoek een gat door het dak.
Fase 2
Stempel de dakbalk. Zaag het overtollige stuk eruit. Mochten beide balkuiteinden iets zakken, stel de stempels dan iets bij.
Fase 3
Zaag de opening van binnenuit uit het dak met de decoupeerzaag.
Fase 4
Zaag de raveelbalken op maat. Timmer de raveelijzers op de dakbalken. Hang de raveelbalken erin en spijker ze vast.
Fase 5
Snijd de dakbedekking 1cm rondom de opening los.
Fase 6
Smeer de onderkant van de plakplaat van de koepel dik in met bitumenpasta. Zet de koepel op zijn plek en schroef hem vast. Borstel de dakbedekking 25cm rond de koepel schoon met een staalborstel. Verwarm de oude dakbedekking kort voor met een gasbrander en laat hem weer afkoelen.
Fase 7
Snijd stroken dakbedekking op de juiste maat. Opgepast: breedte plakplaat + 25 cm. Smeer de bovenkant van de plakplaat en de dakbedekking in met bitumenpasta. Plak de stroken dakbedekking vast op de koepel en het dak. Druk ze aan met een houten plankje en een rubber hamer.
Fase 8
Snijd stroken dakbedekking op maat (breedte opstand + breedte plakrand + 7cm). Smeer de opstand en de eerder gelegde stroken dakbedekking in met bitumenpasta. Plak de stroken vast. Dek de dakbedekking weer af met het grind. Werk het dak aan de binnenkant af, bijvoorbeeld met gipsplaten. Vergeet ook de binnenkanten van de koepel niet. Bevestig een haak aan de muur waaraan u de stok om de koepel uit te zetten, kunt ophangen.
Metaal onderhouden
STAPPENPLAN
Behandeling van blank, onbehandeld metaal.
Fase 1
De belangrijkste laag op onbehandeld metaal is de eerste laag. Een goede grondlaag zorgt immers voor een betere hechting van vervolgproducten.
Voor de eerste laag neemt u best een metaalprimer.
Fase 2
Ontvet het metaal grondig en schuur het daarna lichtjes op.
Fase 3
Breng met kwast of bokkenpoot de primer aan. Met 1 liter kunt u wel 8 vierkante meter behandelen.
Fase 4
Als de primer opgedroog is, llichtjes opschuren en nabehandelen met een roestwerende metaallak.
Behandeling van reeds bewerkt metaal.
Fase 1
Het is altijd noodzakelijk om metaal regelmatig te onderhouden.
– Hekwerken krijgen een behandeling met ijzerverf of constructielak. Dit is roestwerende verf is die in verschillende kleuren verkrijgbaar is.
– De laklaag van auto’s wordt bijgewerkt met autolak. Het kleurnummer staat op het motorblok.
– Het chassis en de binnenzijde van de spatborden worden behandeld met undercoating.
Fase 2
Haal alle loszittende delen weg met staaldraadborstel en schuur het geheel grondig op.
Fase 3
Breng de lak aan met kwast of bokkenpoot.
Roestbehandeling
Fase 1
Metaal kan heel snel roesten. Nu zijn er diverse middelen in de handel die roest kunnen omzetten in een beschermende anti-roestlaag. Sommige van deze middelen zijn in diverse kleuren verkrijgbaar.
Delen die helemaal doorgeroest zijn kunnen geplakt worden met ijzerlijm. (Niet te gebruiken bij dragende constructies).
Fase 2
Haal alle loszittende delen weg met een staaldraadborstel. Schuren is niet nodig.
Fase 3
Lijm loszittende delen aan elkaar vast.
Fase 4
Breng met de kwast het roest-omzetmiddel aan.
Muren uitbreken
1 Ondersteuning van een boven gelegen muur of verdiep
Het type muur op de hoger gelegen verdieping bepaalt het belang van de eronder gelegen steunmuur. Steenachtige muren (baksteen, gasbeton, beton) vereisen veel steun. Holle wanden (gips op houten frame) vormen bijna geen belasting van de vloer. Toch kunt u zo’n lichtgewicht wand niet zonder meer afbreken: ook de vloerbalken zelf hebben ondersteuning nodig.
2 Ondersteuning van de vloerbalken
De vloerbalken lopen evenwijdig aan de korte zijde van de vloer. De afstand die ze overspannen hangt af van hun dikte. Vloerbalken die een lengte van meer dan 3 meter overspannen, moeten ondersteund worden.
Bij verdiepingvloeren zorgen de kamermuren daarvoor. U kunt deze dus alleen afbreken als u er iets voor in de plaats zet: een houten of, bij grotere overspanning, een stalen balk (H-profiel).
Het bepalen of een houten of stalen balk nodig is en hoe dik die moet zijn, is werk voor de vakman!
Is een stalen balk geplaatst dan moet u ervoor zorgen dat deze minstens 60 minuten brandwerend bekleed is. Dit kunt u bereiken door het staal met drie lagen gipsplaat in te pakken.
3 Stalen portaal
De woonkamer uitbouwen in de achtertuin, is een ander verhaal. Omdat u het onderste deel van de achtergevel uitbreekt moet het bovenliggende gedeelte zeer stevig ondersteund worden. Meestal is daarvoor een stalen portaal nodig: een raamwerk van forse stalen H-balken dat ook onder de vloer doorloopt. Ook hiervoor geldt: het berekenen en aanleggen daarvan is absoluut geen karwei voor de doe-het-zelver!
4 Vergunningen
Voor sommige verbouwingen is een vergunning nodig, andere dan weer niet. Dat laatste wil echter niet zeggen dat u geheel vrij spel hebt: ook bij een vergunningsvrije verbouwing bent u er verantwoordelijk voor dat deze uitgevoerd wordt volgens de veiligheids voorschriften.
5 Stempelen
Als u een muur uitbreekt doet u er goed aan om de bovenliggende vloerbalken te fixeren met behulp van stempels. Draai de stempel zo ver aan tot hij de balk goed steunt, maar deze niet optilt. Zet de stempel tijdelijk met enkele schroeven in de vloer vast, om te voorkomen dat hij verschuift.
6 Breekwerk
Hou steeds uw veligheid en de veiligheid van de anderen voor ogen.
Draag werkhandschoenen, een veiligheidsbril en werkschoenen met stalen tip. Voorzie de steenbeitel van een slagbeveiliging die voorkomt dat u op uw handen slaat.
Al deze veiligheidsmaterialen zijn te koop in de bouwmarkt
Werk altijd van boven naar beneden en breek de muur liever laag voor laag af met behulp van een vuistje en steenbeitel dan er wild op los te slaan met een voorhamer.

Water- en gasleidingen

Leidingen verbergen
Fase 1
Meet hoe ver de leidingen uitsteken op de muur en reken hierbij de dikte van het plaatmateriaal en nog eens 2 cm extra: zo bepaalt u de breedte van de koker.
Zaag een strook plaatmateriaal af van deze breedte en teken hierop de uitsparing voor de buizen ruim af. Zaag de uitsparing uit.
Fase 2
Meet de hoogte voor het zijpaneel. Deze hoogte is gelijk aan de hoogte waarop de horizontale buizen lopen plus 2 cm extra. Zaag het zijpaneel op maat en schroef de strook met de uitsparing hierop van bovenaf vast. Boor eerst voor om splijten te voorkomen. Zet een streep op de muur langs de bovenkant van de zo ontstane koker.
Fase 3
Haal de koker weg en teken heel precies de dikte van het plaatmateriaal af onder de eerder getrokken streep. Doe dit op verschillende plaatsen, met ± 25 cm tussenruimte. Lijm met contactlijm op de afgetekende plekken een aantal klosjes op de muur.
Fase 4
Breng op dezelfde manier klosjes aan op de vloer. U kunt met de koker op de klosjes lijmen of schroeven, maar dat is niet per se nodig. Breng sanitairkit aan op de randen van de koker en zet hem op zijn plaats. Druk het geheel enkele seconden aan.
Fase 5
Behandel sterk absorberend materiaal eerst met een primer. Snij de tegels die je nodig hebt op maat. (Houdt rekening met een voeg boven, onder en tussen de tegels)
Breng tegellijm aan op de koker.
Fase 6
Begin met het tegelen vanuit de hoek van de koker. De tegels moeten aan de bovenkant een voegbreedte onder de bovenrand komen. Sla de tegels zachtjes aan met de hand of een rubber hamer.
Fase 7
De tegels bovenop steken over de zijkanten heen. Pas als de lijm is uitgehard kunt u gaan voegen. Smeer het voegmiddel in de voegen met een groot plamuurmes. Als de voegen iets opgedroogd zijn, wast u de voegen met een schuursponsje. Doe dit zo verder tot er praktisch geen sluier meer op de tegels te zien is.
Fase 8
De laatse sluier van het voegmiddel poetst u met een droge doek weg. Bij een wastafel worden ook de verticale leidingen onzichtbaar als u een zuil plaatst.
Lassen
Fase 1
Teken op beide profielen een hoek af van 45 graden, met behulp van een winkelhaak.
Fase 2
Klem de profielen in de bankschroef en zaag ze langs de afgetekende lijn af. Hoe nauwkeuriger u werkt, hoe fraaier de verbinding later wordt.
Vijl scherpe randen en bramen in de zaagsnede weg met behulp van de metaalvijl
Fase 3
Eventuele roestdeeltjes borstelt u weg met een staalborstel en reinig het staal met een ontvettingsmiddel.
Fase 4
Leg de profielen tegen elkaar aan op een brandvrije ondergrond.
Fixeer ze met lijmklemmen.
Fase 5
De transformator stelt u in op de dikte van het materiaal (bijvoorbeeld: 3 mm).
Fase 6
Steek de elektrode in de lasklem.
Fase 7
Klem de lasklem op een van de profielen.
Fase 8
Hou de elektrode dicht bij het staal zo ontstaat er een vlamboog die het metaal terplekke laat smelten.
Fase 9
Sleep de elektrode in een gelijkmatige beweging over de lasnaad.
Fase 10
Het overtollig lasmateriaal doet u meteen na het lassen weg, met de bikhamer. Zo werkt u proper naar een mooi eindresultaat..
Fase 11
De las kan nu afkoelen en maak hem dan glad en effen met een vijl of haakse slijper en een staalborstel.
Fase 12
Om roestvorming te voorkomen zet u het werkstuk in de loodvrije menie.
Hierna kunt u het metaal desgewenst aflakken.
Kranen herstellen
Fase 1
Draai eerst en vooral de hoofdkraan van de waterleiding dicht. Haal de knop van de kraan af. Bij sommige kranen moet u hiervoor het schroefje losdraaien dat onder het gekleurde dopje zit.
Fase 2
Draai de sierhuls los en schroef het binnenwerk uit de kraan. Controleer of de pakking in het kraanhuis nog intact is.
Fase 3
Draai het moertje of schroefje los waarmee het leertje vastzit. Verwijder het leertje.
Fase 4
Verwijder kalkaanslag op de kraanonderdelen met een ontkalkingsmiddel en plaats een nieuw leertje.
Fase 5
Mocht het nodig zijn brengt u een nieuwe pakking aan in het kraanhuis. Draai het binnenwerk van de kraan helemaal open. Schroef het terug in het kraanhuis. Schroef de sierhuls vast. Druk of schroef de knop weer op de kraan.
Herstellen waterleiding
Fase 1 Gesprongen leiding herstellen
Ga eerst na of de waterleiding op verschillende plaatsen beschadigd is? Duidt het defecte deel aan met een watervaste stift.
Fase 2
Sluit de hoofdkraan tijdens de werken.
Fase 3
Haal het gemarkeerde stuk van de leiding weg met behulp van een ijzerzaag.
Fase 4
Schuif de twee knelsokken op de afgezaagde uiteinden maar draai deze nog niet vast. Meet hoe lang het nieuwe stuk buis moet zijn.
Let op: hou er rekening mee dat dit ongeveer 1 cm in de sokken moeten steken.
Fase 5
Snij het stukje buis op maat af met een pijpensnijder. Eventuele bramen moet u zeker verwijderen en schuur de uiteinden blank.
Plaats het tussenstuk en draai de knelsokken stevig aan, met behulp van 2 steeksleutels of bahco’s.
Fase 6 Bevriezing voorkomen
Kies de beste plek voor de stopkraan en zaag de leiding op die plek door.
Fase 7
Ga na hoe lang het stuk buis moet zijn dat u moet verwijderen om ruimte te maken voor de kraan. Hou er rekening mee dat leiding aan weerszijden ongeveer 1 cm in de kraan steekt.
Fase 8
Zaag de buis af met behulp van een ijzerzaag of pijpensnijder. Eventuele bramen moet u zeker verwijdren en schuur de uiteinden van het koper blank.
Breng de stopkraan aan en draai de knelmoeren stevig aan met behulp van 2 steeksleutels of bahco’s.
Fase 9
Draai de aftapkraan dicht en de stopkraan open. Draai de hoofdkraan open en controleer de nieuwe leiding op lekkage. Draai zonodig de knelmoeren iets vaster aan.
Fase 10
Als u weet dat er vorst op komst is, sluit dan de buitenleiding af door de stopkraan dicht te draaien.
Tap het water dat in de leiding achter blijft af door de buitenkraan en het aftapkraantje open te draaien.
Buigen van leidingen
Fase 1
Een haakse bocht maken van 90°
Markeer een streep op de onderkant van de buiggoot van de buigtang. Gebruik hiervoor een waterdichte stift.
Fase 2
Meet vanaf het hart van de buis de lengte (A) van de te maken bocht. Bepaal de juiste positie van de buis in de tang (lengte B):
-bij 12mm buis: B = A – 12mm
-bij 15mm buis: B = A – 15mm
-bij 22mm buis: B = A – 22mm
Zet op deze hoogte een streepje op de buis.
Fase 3
Verwijder het bovenbeen van de tang. Schuif de buis erin tot de markeerstreepjes van buiggoot en buis in één lijn liggen.
Fase 4
Plaats daarnoa het bovenbeen terug. De buis wordt over de buiggoot getrokken door de tang dicht te knijpen. Terugbuigen is lastig ga daarom voorzichtig te werk, . Controleer tussentijds met de tekenhak of u al de gewenste hoek heeft bereikt.
Een ‘sprong’ maken (90°, in twee etappes). Bij een ‘sprong’ loopt de buis voor en ná de sprong exact evenwijdig. De twee bochten van de sprong vormen samen een hoek van 90 graden.
Fase 5
Buig de eerste bocht (circa 45°; werkwijze zie: een haakse bocht maken).
Fase 6
Leg de zweihaak langs de gemaakte bocht en fixeer het handvat. Langs het uitstekende deel van het blad schuift u een duimstok, tot de afstand tussen zweihaak en buis 10cm bedraagt. Teken dat punt af op de buis.
Fase 7
Om de hoek voor de 2e bocht te bepalen legt u de zweihaak langs het rechte deel van de buis en draai het handvat tot dit evenwijdig loopt met het gebogen deel van de buis. Fixeer de zweihaak.
Fase 8
Steek de buis in de buigtang. Zorg dat de markeerstreepjes op tang en buis in één lijn liggen.
Fase 9
Breng het bovenbeen van de tang aan en buig de buis. Tussentijds moet u met behulp van de zweihaak controleren of u de gewenste hoek al bereikt hebt. Beide uiteinden van de buis moeten evenwijdig lopen.
Fase 10
PVC-pijp buigen (elektra).
Duw de buigveer in de pijp tot hij 5cm uitsteekt.
Fase 11
Buig de buis op de plek waar de buigveer loopt.
Fase 12
Trek de buigveer met een draaiende beweging uit de pijp.
Aanlsluiten afvoer op bestaande riolering
Fase 1
Maak de gresbuis eerst en vooral schoon.
Teken met een stift het gat af waar nieuwe pvc-buis komt.
Fase 2
Boor op de afgetekende lijn een reeks gaatjes, zoveel mogelijk aaneengesloten (steenboor, 5 mm).
Geen kracht zetten, laat de boor het werk doen!
Fase 3
Tik voorzichtig het uitgeboorde deel met een hamer los.
Werk de randen van de opening zonodig bij met een vijl.
Fase 4
Schuif de pvc-buis 1-2 cm diep in de gresbuis. Niet dieper, anders ontstaat gevaar voor verstopping.
Fixeer de pvc-buis zodat hij niet kan verschuiven.
Fase 5
Maak snelcement aan.
Bouw hiermee , rondom de pvc-buis, een kegeltje op de gresbuis
Laat het geheel een uurtje rusten voordat u de nieuwe afvoer gebruikt.
Fase 6
AANSLUITING OP EEN PVC-RIOOLBUIS
Mogelijkheid 1: Y-stuk
Deze methode is de beste maar kan alleen gebruikt worden als de bestaande rioolbuis in de lengterichting enige speling heeft.
Fase 7
Teken het deel van de rioolbuis af dat u er tussenuit moet halen.
Controleer of deze maat klopt door het Y-stuk ernaast te houden.
Fase 8
Zaag de rioolbuis op beide lijnen zo recht mogelijk door, met behulp van een ijzerzaag.
Schuur de zaagsnedes glad en ruw de openingen van het Y-stuk op met schuurpapier.
Breng hard pvc-lijm aan op de geschuurde delen van rioolbuis en Y-stuk.
Fase 9
Duw de rioolbuis iets naar achteren.
Schuif het Y-stuk over een uiteinde van de rioolbuis en duw het andere uiteinde van de buis in het Y-stuk.
Fase 10
Mogelijheid 2: T-stuk
Als u de bestaande rioolbuis niet kunt bewegenn, kunt u een nieuwe aansluiting maken door er een speciaal T-stuk bovenop te lijmen.
Fase 11
Teken met een stiftje het gat voor de nieuwe afvoerbuis op de rioolpijp af.
Maak de opening liever iets te krap dan te ruim.
Fase 12
Boor op deze lijn een reeks gaatjes, zo dicht mogelijk bij elkaar (houtboor, 5 mm).
Fase 13
Tik het uitgeboorde deel los en vijl de opening zonodig bij.
Schuur de rioolbuis rondom het gat en de binnenkant van de mof van het T-stuk.
Fase 14
Smeer rioolbuis en T-stuk in met hard pvc-lijm en pllaats het T-stuk over het gat.
Maak het vast door watervaste tape om de rioolbuis te wikkelen.
Schuur het uiteinde van de nieuwe afvoerbuis en lijm deze in het T-stuk vast.
Leiding in kunststof
Fase 1
Alvorens te beginnen, sluit u de hoofdkraan van de waterleiding en kies dan het beste verloop van de leiding. Zaag de tyleen slangen op de juiste maat en schuur de uiteinden lichtjes op.
Fase 2
Haal de knelfitting uit elkaar en schuif de moer over de slang. Daarna de knelring en de rubberen ring.
Fase 3
Steek de slanguiteinden in de fitting en draai beide moeren met de hand vast. Trek deze na met een steeksleutel.
Fase 4
Kies de plaats voor de muurplaat. Boor daarna gaten en breng de pluggen aan. Schroef de muurplaat vast op de muur en sluit de tyleenslang met de knelkoppeling op de muurplaat aan.
Fase 5
Draai, met de klok mee, 2-3 slagen teflon om de schroefdraad van de kraan. Draai de kraan in de muurplaat. Zet de tyleenslang vast met zadels. Draai de hoofdkraan open en controleer op lekkage.
Kranen vervangen
Fase 1
Ga na of de beide koppelingen goed zitten: Dit houdt in:
– Zijn ze even diep?
– Hebben ze de juiste afstand?
– Zijn ze mooi horizontaal?
Schroef de kraan er losjes op en stel de koppelingen eventueel iets bij indien nodig.
Fase 2
Badkranen hebben een hartafstand van ongeveer 150mm. Douchekranen worden uitgevoerd in 120 of 150mm. U kunt wel een 150mm kraan monteren op een 120mm muurplaat (met behulp van de S-koppelingen), maar niet andersom.
Fase 3
Sluit de hoofdkraan van de waterleiding en eventueel de boilerkraan. Zet alle kranen in badkamer en hoger gelegen vertrekken open, dit tot er nergens meer water meer uit stroomt.
Fase 4
De oude kraan mag u vervolgens losmaken en verwijder de rozetten en S-koppelingen.
Fase 5
Plaats de nieuwe S-koppelingen, wind eerst loctite om de koppeling en draai de S-koppelingen in de waterleiding, maar let op: niet te vast. Controleer of de koppelingen goed zitten voor de nieuwe kraan door hem er losjes op te schroeven en de koppelingen eventueel iets bij te stellen.
Fase 6
Ga na of de beide koppelingen goed zitten: Dit houdt in:
– Zijn ze even diep?
– Hebben ze de juiste afstand?
– Zijn ze mooi horizontaal?
Verwijder de kraan en plaats de rozetten. Wind loctite met de klok mee om de vrije uiteinden van de S-koppelingen.
Fase 7
Kijk na of de filtjes en pakkingen van de kraan nog op hun plaats zitten en schroef de kraan met de hand op de S-koppelingen.
Fase 8
Gebruik een bahco-sleutel en een doekje tussen de sleutel en de kraan om de kraan goed vast te draaien. Sluit alle geopende kranen. Open de hoofdkraan en controleer op lekkage.
Fase 9
Kijk meteen even naar de douchekop. Een waterbesparende douchekop biedt hetzelfde douchecomfort maar bespaart jaarlijks per persoon 3000-6000 liter warm water! Goed voor uw eigen portemonnee en voor het milieu.
Isoleren van leidingen
Fase 1
Qua isolatie heeft u de keuze uit buisisolatie met of zonder sluitmechanisme. Het eerste type is iets duurder, maar werkt makkelijker. Bij buisisolatie zonder sluitmechanisme moet u alle naden zelf dichtlijmen.
Fase 2
Schuif de isolatie om de leiding. Lijm of klik daarna de naden dicht. Lijm de kopse kanten aan elkaar.
Fase 3
Snijd voor een bocht V-vormige partjes uit de isolatie. Lijm de kopse kanten aan elkaar.
Fase 4
Snijd voor een T-stuk de buisisolatie aan weerszijden af onder een hoek
van 45o. Snijd het passtuk V-vormig af en lijm vervolgens de kopse
kanten aan elkaar.
Fase 5
Neem de leidingen die te dicht naast elkaar liggen samen in een reep glas- of steenwol. Wikkel ijzerdraad eromheen.
Fase 6
Als u de geïsoleerde leidingen lelijk vindt, kunt u ze wegwerken achter een koof van gipsplaat of ander plaatmateriaal.
Gasleiding zelf leggen
Fase 1
Materiaalkeuze
Voor gasleidingen mag alleen roodkoperen buis met een diameter van 15 mm. gebruikt worden.
Voor de verbindingsstukken heeft u de keuze uit solderen of knellen.
Fase 2
Met behulp van zadels zet u de gasleiding om de 40 cm. vast op de muur of balk. Zorg dat de leiding nergens onder spanning staat.
Fase 3
Een gasleiding die in de muur weggewerkt wordt, onder de vloer door loopt of door een muur heen gaat, moet door een PVC mantel geleid worden. De uiteinden daarvan moeten in de kamer uitkomen, zodat zich geen gasbel kan vormen in de muur of onder de vloer.
Fase 4
Fornuis
Laat de rubberen aansluitslang niet achter het fornuis doorlopen; achter het fornuis mag alleen koper gebruikt worden.
De fabricagedatum staat op de aansluitslang vermeld.
Fase 5
Verwarming
Bij verbranding van gas komt koolmonoxide (CO) vrij. Dit is reukloos en uiterst giftig. Een te hoge concentratie CO in huis is het gevolg van vuile branders of van een slechte afvoer van de rookgassen. Laat daarom jaarlijks de branders van kachels, CV-ketel en geiser schoonmaken door een vakman.
Daarnaast is het verstandig om de schoorsteen elke 2 jaar te laten controleren en schoonmaken.
Afvoeren plaatsen
Fase 1
Voorbereiding:
Bepaal eerst welke doorsnede de afvoer moet hebben: toilet; 110mm, hemelwaterafvoer; 70mm, alle overige toepassingen; 40mm. Bedenk dat het hele afvoersysteem van uw huis belucht moet worden. Anders ontstaat er een vacuüm als het water wegloopt, waardoor ook de stankafsluiters van de sifons leeg getrokken worden, wat zorgt voor mindere leuke geuren.
Fase 2
Bevestig de Sifon.
Fase 3
Meet de benodigde stukken afvoerbuis op, klik voor informatie op meten van lengte en breedte. Zaag ze op maat met een ijzerzaag, zie hiervoor zagen. Let op dat de horizontale delen van de afvoer voldoende aflopen: 1cm per meter (&lsquoafschot&rsquo). Controleer dit met de waterpas, klik op meten van loodrecht en waterpas.
Fase 4
Een 110mm buis kunt u beter met een handzaag doorzagen. Een rechte lijn tekenen op een ronde buis is lastig. Als u er een schilderstape om de pijp draait, heeft u altijd een rechte lijn.
Fase 5
Verbind twee lengtes pijp met een mof, bocht, T- of Y-stuk. De pijp valt daar nog 2cm in, hou hier rekening mee. Schuif alle onderdelen in elkaar en controleer of ze goed passen.
Fase 6
Op de onderdelen die ten opzichte van elkaar kunnen draaien, zet u met een watervaste stift markeringen. Dan weet u zeker dat u ze op de juiste manier aan elkaar zet, bij het lijmen. Daar u werkt met water, zeker watervast stiften gebruiken.
Fase 7
Schuur de uiteinden van de buis en de binnenkanten van moffen en bochten. Smeer ze in met hard PVC lijm en schuif ze in elkaar. Houd de gelijmde delen enkele seconden geheel stil.
Fase 8
Schuif de bevestigingsmoer van de sifon over de afvoer. Schroef de sifon aan de wastafel vast.
Fase 9
Schuif bij een toilet eerst een rioolbuismof over de PVC afvoerpijp. Zet de toiletpot daar overheen. Deze mof zorgt voor extra stankafsluiting, naast het ‘waterslot’ van de toiletpot.
Fase 10
Ook de sanitairkit op de onderrand van de toiletpot voorkomt het vrijkomen van luchtjes.
Fase 11
Lijm een PVC zwanenhals in de afvoerpijp voor de wasmachine. Deze werkt als ‘waterslot’ en houdt rioollucht tegen.
Fase 12
Zet de afvoerbuizen aan de muur vast door gebruik te maken van beugels. Zorg ervoor dat de horizontaal lopende stukken niet doorbuigen. Plaats daarom bij een 40mm pijp om de 80cm een beugel, en bij een 110mm buis om de 1.25 meter.
Aanbrengen dakgoten
Fase 1
De dakgoot rust tegen een daklijst. Deze moet zó geplaatst zijn dat het dak circa 1/3 boven de goot uitsteekt. De planken voor de daklijst best zagen op maat en beide kanten in de grondverf plaatsen.
Smeer de kopse kanten in met overschilderbare acrylaatkit en strijk dit glad met een natte vinger. Daarna kan u de daklijst vastschroeven.
Fase 2
De goot:
Monteer eerst de beugel aan de kant van de regenpijp. Daarna kan u een touwtje binden aan deze beugel en knoop aan het uiteinde van de laatste beugel. Bepaal de hoogte van de laatste beugel. Deze moet iets hoger zijn dan de eerste. Je houdt best rekening met een verval van 5mm per meter. Schroef ook deze laatste beugel vast.
Fase 3
Bepaal aan de hand van het touwtje de hoogte van de tussenliggende beugels. Schroef deze op hun plek.
Fase 4
Schuif de goten in de beugels en vervolgen buigt u de klemmetjes dicht. Zet de goot aan de kant van de regenpijp klemvast en houd bij de andere beugels zoveel speling dat er een halve wasknijper tussen de klem en de goot past. Dit i.v.m. het uitzetten van PVC.
Fase 5
Bevestig de gootdelen aan elkaar met behulp van PVC moffen. De spiezijde van de mof moet richting regenpijp wijzen.
Fase 6
Nadat u de regenpijp op maat gezaagd hebt, bevestig om de 1,5 meter een beugel vast op de muur en schuif de regenpijp in de beugels. Zet alleen de middelste beugel klemvast, hou bij de andere beugels enige speling over. Lijm de pijpdelen aan elkaar met behulp van moffen.
Fase 7
Het is niet makkelijk om een ronde buis recht af te zagen. Daarom plak u best een stukje tape om de buis, zo heeft u altijd een rechte lijn. Controleer of het afschot groot genoeg is door water in de goot te gieten. Buig de beugels waar nodig iets bij.
Fase 8
Bij een groot dak moet u de regenpijp op de riolering aansluiten.
Bij een klein dak kunt u hem laten uitmonden boven een grindgat: een kuil van 50cm diep, gevuld met grof grind (houd meer dan 1 m afstand van de muur).